Een wereldparty

Als u dit leest is het voorbij; als u dit niet meer kunt lezen, is het ook voorbij. The Economist had een goed idee gehad. De schrijver van het artikel over de zonsverduistering had zich in het brein van een alien verplaatst, een Marsmannetje zoals H.G. Wells ze heeft geïntroduceerd, een wezen met oneindig veel meer verstand dan de aardbewoners, en al heel lang bezig met het waarnemen van onze planeet. Hij zag de schaduw over de aarde trekken, van Nova Scotia tot de Baai van Bengalen. Bijtijds stelde hij zijn superieure verrekijker in, nog onvoorstelbaar veel nauwkeuriger dan de humanitaire richtmiddelen van de NAVO, en zo zag hij hoe twee Concorde-straalvliegtuigen de schaduw probeerden bij te houden. De Zwarte Zee lag vol met cruiseschepen en in vervallen en morsige Transsylvaanse hotelletjes was geen kamer meer vrij. Op de pleinen hadden zich de massa's verzameld, vaders tilden hun kleine kinderen op de schouders zodat die nog dichter bij de verduistering zouden zijn. Overal tumult. Of het feestvreugde was dan wel ander soort opwinding kon de Marsman niet begrijpen. Een gekkenhuis, dacht hij. De invasie werd afgelast.

Wat de directe oorzaak van de zonsverduistering is, weet op het ogenblik ieder kind. Hoe het komt dat bij zo'n gelegenheid verreweg de meeste mensen zich anders gaan gedragen, weet eigenlijk niemand precies. Natuurlijk, het is iets verbazingwekkends. Over het algemeen zien we het verbazingwekkende alleen 's nachts bij een hemel zonder wolken. We kijken omhoog, vragen ons af of het uitspansel, het hemelgewelf, de eindeloosheid een einde heeft, of ergens in de verste verten nog zo'n planeet bestaat waar ook mensen of denkende wezens wonen, waar het zwarte gat is, of het heelal ooit zal verdwijnen, zo ja, hoe, wat er dan voor in de plaats komt, wanneer het is begonnen, en wat er was voor er een heelal bestond. En dan natuurlijk, of er een goddelijk brein achter zit en hoe we ons dat dan weer moeten voorstellen. Kinderen vragen het zich af zodra ze met denken zijn begonnen, en veel, veel later, hopen we, bij hun laatste snik hebben ze nog geen antwoord, tenzij ze met een geloof zijn opgevoed. De zonsverduistering is binnen dit soort denken een gebeurtenis van hoge orde, omdat dit oneindig empirisch raadsel van de heldere nacht, of dat van de Schepping, zich plotseling op klaarlichte dag voordoet, zeer waarneembaar en betrekkelijk dicht in de buurt. Intussen is het kosmologisch gezien niet meer dan plaatselijk nieuws.

Dit alles zou voor de mensen nog geen reden hoeven te zijn om zich buitengewoon te gedragen. Maar ze doen het wel. Dat ze het deden in tijden die minder met wetenschap waren bedeeld dan deze, valt te begrijpen. Staande op een station van een ondergrondse trein stel ik me wel eens voor daar neergezet te zijn als Batavier, geboren omstreeks het jaar nul. Dan hoor ik het geraas uit de duisternis naderen, er verschijnen twee gloeiende ogen. Je moet wel een zeer verstandige en koelbloedige Batavier zijn om niet te geloven dat er een onderaardse god nadert die iets met je komt afrekenen. Dergelijke effecten – het `Morgen is de Jongste Dag' – hebben tot de begeleidende verschijnselen van de zonsverduisteringen gehoord.

Na Copernicus en de rebel van de rede, Galileï, weten we beter, of kunnen we beter weten. Galileï heeft niet alleen weer de juistheid van de heliocentrische theorie bewezen. Hij heeft daardoor ook aangetoond hoe onverdraagzaam en gevaarlijk de mensen kunnen worden als iemand ze van hun bijgeloof probeert te bevrijden. Het is weer iets anders dan de onschuld van degenen die de hocuspocus van de astrologie zijn toegedaan, en nu bezig zijn met het bijstellen van hun sterrenkundige verwachtingen. Dat is hun vrije keuze, en ze vallen er niemand anders mee lastig.

Dan is er de magie van het uitzonderlijke waar weinigen zich aan kunnen onttrekken. Mijn oudste kleinkind zal, als het allemaal goed gaat, aan zijn kindskinderen nog vertellen dat hij niet ver van het slot van Graaf Dracula de zonsverduistering van 1999 heeft gezien. Opa vertel verder, zullen ze zeggen. Ook dat heeft trouwens zijn verdienste. Over een jaar of vijftig begint deze zonsverduistering al een hoofdstuk in de oral history te worden, en over een eeuw zullen er geen mensen uit eigen ervaring over kunnen meepraten. Het is, in zekere zin, de biologische versie van het zwarte gat.

Voor mij minder verklaarbaar tot niet meer te begrijpen zijn de misschien wel miljoenen die in de eclips een gelegenheid zien om weer eens uit hun dak te swingen. Van opzienbarende, of zeldzame, of belangwekkende gebeurtenis ontwikkelt de zonsverduistering zich tot een evenement. Daarmee heeft ze haar eigentijdse, aardse vorm gevonden. Een evenement is een gebeurtenis waarbij zoveel mogelijk mensen hetzelfde doen terwijl ze zich ervan bewust zijn dat ze het doen omdat het wordt vastgelegd door de media. De begrafenis van een wereldicoon is een evenement van rouw. Massaal eten tegen een dodelijke ziekte een evenement van solidariteit, een dansfestijn voor de jeugd tegen de jeugdmisdadigheid een evenement van goede wil, knuffels voor Kosovo een humanitair evenement. Vandaag is de eclips zo'n evenement. Je kunt het ook beschouwen als de positieve variant van het ramptoerisme. Voor het eerst in de geschiedenis zal een eclips een party hebben veroorzaakt, een wereldparty. Dit ten slotte is de andere helft van de definitie. Een evenement duurt niet langer dan vandaag; is morgen voorbij. De toekomst bestaat uit het volgende evenement.

    • H.J.A. Hofland