Een ongemeen droevig licht over de wereld

De zoneclips van 12 mei 1706 had een bijna profetisch karakter. Tijdens die zonsverduistering joeg Karel III de Franse koning Lodewijk XIV Barcelona uit. In het onderschrift van een afbeelding van Lodewijks nederlaag jammert de Zonnekoning: ,,Door dees Eclips (zo'k vrees) dat ook mijn Zon verduisterd/ Haast ondergaan zal, van zijn heele glans ontluisterd.''

De gravure maakt deel uit van de tentoonstelling die het Teylers Museum heeft samengesteld ter gelegenheid van de zonsverduistering van vandaag. In het Boekenkabinet van het Haarlemse museum wordt het natuurverschijnsel in historisch perspectief gezet aan de hand van etsen, penningen, tekeningen, wetenschappelijke instrumenten en manuscripten uit de afgelopen drie eeuwen.

Hoogtepunt van de bescheiden maar veelzijdige expositie is de collectie ooggetuigenverslagen van eerdere zonsverduisteringen. In een zwierig handschrift schrijft de Friese onderwijzer Hoyte Roucoma in zijn dagboek uit 1715 – het jaar van de laatste totale zonsverduistering in Nederland – dat hij het lesgeven moest staken vanwege de plots ingevallen duisternis. Kunstenaar Vincent Laurentsz van der Vinne, die zich in 1654 te Geneve in de totaliteitszone bevond, meldt in het vroegst bewaard gebleven ooggetuigenverslag dat hij om twee uur 's middags ophoudt met schilderen en naar huis gaat vanwege de donkerte. Zijn achterkleinzoon Vincent Jansz. van der Vinne, de eerste conservator van het Teylers Museum, beschreef anderhalve eeuw later het licht als zijnde van `een tanige couleur' en `ongemeen droevig', en verluchtigde zijn relaas met een serie pentekeningen van de verschillende stadia van verduistering.

Vincent Jansz.' uitgebreide beschrijving is typerend voor de wetenschappelijke wijze waarop men vanaf de Verlichting de zoneclips benaderde. De in de vitrines van het Teylers Museum uitgestalde telescopen, tellurium en spiegelsextant onderstrepen de hoefte om de gebeurtenissen aan het firmament te meten, observeren en doorgronden. Het in 1790 vervaardigde lunarium verduidelijkt met behulp van een ivoren maantje, een messing aardbol en een koperen zon hoe deze drie hemellichamen ten opzichte van elkaar bewegen. De spectroscoop uit 1860 gaat al weer een stuk verder door met behulp van drie lenzen en een prisma het lichtspectrum van de zon te ontleden. Ook de tentoongestelde heliostaat uit het derde kwart van de achttiende eeuw is een staaltje van technisch vernuft. Door middel van een fraai vormgegeven klokje dat met twee draaiende assen verbonden is aan een spiegeltje, lukte het de Leidse hoogleraar W.J. 's Gravesande het zonlicht op ieder tijdstip van de dag op te vangen en op één vast punt te projecteren.

Maar niet alleen natuurkundigen en astronomen waren al vroeg geïnteresseerd in de dynamiek van de hemellichamen. Zoals blijkt uit de aanwezige etsen en gravures kan de zonsverduistering zich al lang heugen in massale publieke belangstelling. Op een steendruk uit 1851 is te zien hoe de burgerij zich op het marktplein vermaakt met het kijken naar de weerspiegeling van de zon in emmers water, spiegels en telescopen. In de hoek staat zelfs een marskramer die `eclipsbrilletjes' verkoopt. Dat de commercie al vroeg handig inspeelde op de eclips-hype blijkt ook uit een uit 1858 stammend vouwblad waarmee de leek het hele proces van verduistering stap voor stap kon nabootsen.

De door astronomen en handelaren in `kunstglazen' en `oogschermen' aangezwengelde opwinding werd echter iedere keer gevolgd door publieke teleurstelling. In schotschriften en spotprenten staken critici dan ook veelvuldig de draak met de `wiskonstenaars' die een ingrijpend en langdurig spektakel in het vooruitzicht hadden gesteld. `Een kleine Schaduw van hetgeen gy had geschreven', schampert een anonieme `klinkdichter' over de eclips van 1754. En een lid van het Haarlemse patriottistisch genootschap Democriet dichtte in 1816: `Der zon is weer bij mij trots elk geleerde dwaas/ Wat hij mijn vader of mijn grootvaer pleeg te wezen/ Niet groter dan een schapekaas'.

Tentoonstelling: De zonsverduistering. T/m 21/11 in Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. Geopend: di-za 10-17 u., zon 12-17u. Inl. (023)5319010.