De slag om Duinkerken

In heel Europa proberen lokale overheden bedrijven te lokken met gunstige vestigingsregelingen en fiscale voordelen. De nieuwe Eurocommissaris Bolkestein moet in deze chaos orde scheppen. In het Noord-Franse Duinkerken wordt nog volop met subsidies gesmeten. Een behoorlijk restaurant is er niet te vinden, maar het geld vergoedt veel.

Noord-Frankrijk mag een tijdelijk bedevaartsoord zijn geworden voor aanbidders van de zonsverduistering, in Duinkerken onttrekt de maan de zon net niet helemaal aan het oog. Maar ook met een volledig verduisterde zon zou de Noord-Franse kustplaatsplaats geen vrolijk vakantieoord zijn geworden. In de haven vormen de vissersboten de schaarse rustieke elementen tegen een decor van pijpleidingen en schoorstenen, die veelal toebehoren aan de petrochemische fabrieken. Het historische stadscentrum kan niet het gebruikelijke tegenwicht bieden, doordat 80 procent van de monumentale gebouwen in de Tweede Wereldoorlog is verwoest.

Niet alleen voor toeristen, ook voor buitenlandse ondernemers lijkt Duinkerken geen place to be. In heel Europa speuren internationaal operende bedrijven naar de beste vestigingsplaatsen. Daarbij worden ze uitbreid gepaaid door plaatselijke overheden die het spook van de werkloosheid willen verjagen met buitenlandse investeringen. Denken die ondernemers dan aan Dunkerque, waar het veel bezongen strand van St. Malo de vlag is op een modderschuit zonder dure restaurants, sjieke winkelstraten en elegante woonwijken?

Soms toch wel. Ongeveer tien jaar geleden ontving Katrien Verheecke, eigenaar van de chocoladefabriek Kathy Chocolaterie, een brief van de onderneming van de vermaarde Belgische medicijnen-uitvinder Paul Janssen. Het ging om een bedrijfsterrein in het Noord-Franse Wormhout, niet ver van Duinkerken. ,,Janssen Pharmaceutica was van plan om daar een fabriek te bouwen'', vertelt Verheecke op het hoofdkantoor van Kathy in Brugge. ,,Nu werden wij gevraagd om deze grond van Janssen te kopen. Op het laatste moment had Janssen besloten toch niet naar Noord-Frankrijk te gaan, omdat Ierland een nog gunstiger belastingregeling had voor investeerders.''

De late bekering van Janssen toont de aantrekkelijkheid van fiscale douceurtjes voor ondernemingen. De strijd tussen Frankrijk en Ierland om een enkele Belgische fabriek illustreert ook hoezeer de Europese landen inmiddels zijn verwikkeld in de slag om buitenlandse investeringen. In de Europese Unie (EU) wordt al lang gesproken over de beëindiging van de ,,race naar de bodem van de schatkist''. Belastingharmonisatie is voorlopig uitgesloten – als het ooit al mogelijk is – zodat nu wordt gestreefd naar belastingcoördinatie om de oneerlijke concurrentie tussen de lidstaten in te dammen.

De coördinatie van de nationale belastingregelingen wordt een belangrijke taak van de nieuwe Nederlandse Eurocommissaris, Frits Bolkestein. Een heikele taak, want de sfeer tussen de lidstaten is op dit gebied niet erg ontspannen. Zo is in de ogen van Frankrijk Nederland niet alleen een narco-staat, maar ook een belastingparadijs waar multinationale ondernemingen via een (papieren) hoofdkantoor de vennootschapsbelasting in andere landen kunnen drukken. Nederland heeft op zijn beurt tientallen fiscale lokmiddelen van Frankrijk aangemeld in Brussel, tot grote woede van Frankrijk.

De Franse regelingen staan vermeld in het grootscheepse onderzoek dat Nederland heeft laten uitvoeren in de EU door twee grote kantoren van belastingadviseurs. Het onderzoek, dat dit voorjaar werd gepresenteerd aan Eurocommissaris Monti, biedt een staalkaart van de meest uiteenlopende belastingregelingen. Ondanks de grote verschillen valt één ding op: alle lidstaten hebben belastingregelingen om economisch achtergebleven regio's aantrekkelijk te maken voor ondernemingen. Van Oost-Duitsland tot Navarra, van Ierland tot Calabrië zijn er gebieden waar geen belasting betaald hoeft te worden (zero tax zones) of althans enkele jaren niet (tax holidays). De vraag is: werken de fiscale lokkertjes?

Het antwoord is misschien te vinden in Frankrijk, Europa's koploper met 56 stimuleringsregelingen. Niet alleen voormalige mijnbouwgebieden, maar ook veel van de beruchte voorsteden genieten gunstige subsidie- en belastingregelingen. Frankrijk kent drie soorten `voorrangsgebieden'. De Regionale Ontwikkelings Zones, met een achtergebleven industrie- en dienstensector, waar elke nieuwe arbeidsplaats voor maximaal 70.000 franc (ruim 20.000 gulden) wordt gesubsidieerd; landelijke gebieden die nog nauwelijks zijn geïndustrialiseerd en de `gevoelige' stedelijke gebieden, zoals de banlieue waar in grauwe flats veel immigranten wonen en de werkloosheid extreem hoog is.

,,In bedragen uitgedrukt, zijn de belastingvoordelen in Frankrijk helemaal niet zo hoog en betalen de bedrijven naar Europese maatstaven bovengemiddeld belasting. Maar de hoeveelheid regelingen maakt het mogelijk om voor een bedrijf een aardig boeket samen te stellen dat helemaal op zijn behoeften is toegesneden'', zegt de Franse belastingadviseur Nicolas Not in zijn Parijse kantoor – de naam van zijn bedrijf wil hij niet genoemd zien, om de gespannen verhouding met de overheid niet op het spel te zetten.

Frankrijk kent al sinds de jaren zestig belastingregelingen voor achtergebleven gebieden, die bijna jaarlijks worden vernieuwd. ,,Dat levert altijd discussies op over de vraag of de regelingen werken. Op dit moment overweegt het ministerie sterk om de fiscale incentives in de banlieue maar af te schaffen, omdat ze toch niet werken'', zegt Not: ,,Moet je nagaan: maximale subsidies op elke nieuwe arbeidsplaats, geen vennootschapsbelasting, geen afdracht van sociale premies. En nog wil geen bedrijf er investeren. Ik vrees dat je al die flatgebouwen moet slopen en er nieuwe moet neerzetten, wil je deze wijken aantrekkelijk maken voor bedrijven. Het toont wel aan dat je met belastingvoordelen niet alles kan.''

Van wat je er wel mee kunt, lijkt Duinkerken een mooi voorbeeld. De stad valt niet in de gangbare categorieën voorrangsgebied, maar geldt net als Aubagne-La Ciotat in Zuid-Frankrijk als een nog meer bevoorrechte ondernemingszone. Hier betalen ondernemingen de eerste tien jaar van hun vestiging helemaal geen vennootschapsbelasting, onder voorwaarde dat zij minimaal tien werknemers in dienst hebben. De afgelopen tien jaar zijn er productievestigingen neergezet door onder meer frisdrankproducent Coca Cola, de alumimiumverwerker Péchiney, de chocolatier Kathy en nog 220 andere ondernemingen. Hun komst is een enorme opsteker voor de verarmde regio. Net als de 13,5 miljard franc (4,5 miljard gulden) aan investeringen en de 7.000 arbeidsplaatsen die deze firma's meebrachten.

Zijn deze zegeningen te danken aan de belastingvoordelen in de regio van Duinkerken? Het antwoord op deze vraag ligt misschien in Brugge, waar het hoofdkantoor van Kathy staat – een hoofdkantoor dat overigens niet meer beslaat dan enkele eenvoudige kamertjes naast een grote fabriekshal op een industrieterein.

Het Vlaamse Kathy heeft namelijk `ja' gezegd tegen het aanbod van de grond en is met een productievestiging neergestreken in de buurt van Duinkerken. ,,Doordat Janssen Pharmaceutica zich al helemaal had voorbereid op een vestiging, is alles ons op een presenteerblaadje aangeboden. De grond was er, de vergunningen lagen klaar en er was duidelijkheid over de financiële voordelen'', zegt Katrien Verheecke.

Kathy begon bijna eeuw geleden als banketbakker en chocolatier in het prachtige centrum van het middeleeuwse Brugge.In de jaren zeventig werd de familie-onderneming gesplitst in de snoepfabriek Kathy Confiserie en de chocoladefabriek Kathy Chocolaterie. Bij de laatste verzorgen ongeveer honderd `arbeiders' en dertig `bedienden' de productie, verpakking en het transport van onder meer het zogeheten zeebanket, paaseitjes, kerstkransjes en pralines, waarvan in totaal zo'n 80 procent wordt geëxporteerd. ,,Een echt KMO-bedrijf'', zegt financieel-directeur Bart Clinckaert, waarbij `KMO' staat voor kleine en middelgrote ondernemingen.

,,Sedert we eind jaren tachtig werden getroffen door een staking, waren we op zoek naar een productieplaats buiten Brugge, waar eventuele productie-uitval opgevangen zou kunnen worden'', vertelt Verheecke: ,,In België zijn de arbeidsverhoudingen veel scherper dan in Nederland met zijn poldermodel.''

Dat Kathy na een mislukte poging in Oost-Duitsland in Noord-Frankrijk terecht kwam,is grotendeels een geldkwestie. ,,De loonkosten zijn er twintig procent lager,er zijn subsidies per arbeidsplaats en natuurlijk is de tax holiday van tien jaar voor ons zeer aantrekkelijk'', zegt Verheecke: ,,En vanuit Brugge is het maar een uur rijden met de auto.''

Het verhaal van de komst van Kathy – onder de naam Duc de Flandre – past in de manier waarop Duinkerken zich presenteert aan de internationale ondernemingen. Het polijsten van het beeld is het werk Dunkerque Promotion, het Agentschap voor Economische Ontwikkeling. In een licht en laag gebouw dichtbij de haven, waar in een vitrine frisdrankblikjes en snoepwikkels de trofeeën vormen van de verworven bedrijven, werken voor Franse begrippen zeer vlotte mannen en vrouwen aan wat wel als de overleving van Duinkerken kan worden gezien.

Duinkerken is de hoofdstad van Nord-Pas de Calais, een voormalige mijnstreek die als geheel ook weer allerlei belastingvoordelen geniet. De toch al niet erg welvarende stad kreeg in de jaren tachtig een enorme dreun, toen de verouderde industrie het niet langer kon bolwerken tegen de internationale concurrentie. ,,In 1986 gingen hier de scheepswerven dicht en kwamen 10.000 mensen op straat te staan. En dat op een beroepsbevolking van ongeveer 100.000 mensen'', vertelt directeur Christian Fraud van Dunkerque Promotion. Bijna één op de vijf mensen was in die jaren werkloos, een percentage dat onder de jongeren nog veel hoger lag.

,,Duinkerken besefte toen dat alleen de komst van nieuwe ondernemingen uitzicht bood op nieuwe banen en heeft besloten om de stad duidelijk in de etalage te zetten'', zegt Fraud: ,,Bijna alle andere steden kiezen voor bedrijven in de informatietechnologie, voor een `schone' dienstensector. Wij willen industriebedrijven en hebben een zeer groot terrein aangewezen, waar ze zo kunnen beginnen. Industriële ondernemingen hebben namelijk veel arbeidsplaatsen. Bovendien zijn er weinig andere plekken waar grote, vervuilende en lawaaiige bedrijven terechtkunnen. Dat geeft ons een uniek concurrentievoordeel.''

De keuze voor elders weinig geziene industrie zoals de petrochemie is volgens Fraud doorslaggevend bij de komst van de nieuwe ondernemingen, die de werkloosheid hebben doen dalen van 18 naar 14 procent – een nog altijd zeer fors cijfer. Andere pull factors zijn volgens Fraud de aanwezigheid van een universiteit met 10.000 studenten, een bevolking waarvan 40 procent onder de 25 jaar is – onder wie de jeugdige werklozen – en het ook door Kathy zeer geprezen omzeilen van de bureaucratische rompslomp.

Over de belastingvoordelen doet Fraud een beetje zuinig: ,,Van ondergeschikt belang, zeker als het gaat om een chemisch bedrijf dat weinig keus heeft. Alleen als voor zo'n bedrijf Duinkerken en bijvoorbeeld Antwerpen elkaar nauwelijks niet veel ontlopen, kan de tax holiday de doorslag geven.''

Misschien onderschat Fraud de invloed van de belastingvoordelen. Kathy is namelijk niet in alle opzichten gelukkig in het Franse Wormhout. ,,Er heerst in Frankrijk geen KMO-mentaliteit'', klaagt Clinckaert die bijna dagelijks in Frankrijk verkeert: ,,De arbeidsproductiviteit is lager dan in Vlaanderen en als we vragen wat langer te werken wijzen de arbeiders op de klok en beginnen over de vakbond en de wet.Met premies proberen we hard werken te stimuleren, maar als een machine uitvalt en de dagpremie toch niet meer gehaald kan worden, geloven ze het wel.''

Voor klanten is de omgeving van Duinkerken ook niet erg prettig. ,,Hier in Brugge sparen we heel vaak buitenlandse bezoeken uit, omdat onze klanten graag naar de oude stad komen en dan vaak hun vrouwen meenemen. Dat ligt in Wormhout anders'', zegt Verheecke: ,,En als er iemand komt, is het heel moeilijk een behoorlijk restaurant te vinden; we kennen er één en dat is bij iemand thuis op de boerderij die van koken houdt.''

Maar het geld vergoedt veel. ,,Natuurlijk gaan we er niet meer weg, nu we er eenmaal zitten. Bovendien blijft het hier goedkoper dan in België, zelfs nu de tax holiday volgend jaar afloopt'', zegt Verheecke: ,,Er wordt gelukkig gesproken over verlenging en dat zou nu natuurlijk mooi zijn.''