Woede over whoppers op de Westbank

Een restaurant van Burger King in een joodse nederzetting op de westelijke Jordaanoever heeft de woede gewekt van veel Arabieren.

`Geachte heer Malamatinas, ik ben geschokt door het bericht dat mijn favoriete hamburgerrestaurant Burger King op het punt staat een restaurant te openen in de joodse nederzetting Ma'ale Adumim in de bezette Palestijnse gebieden. Als vaste klant heb ik besloten uw restaurants te boycotten als Burger King dit plan uitvoert, en al mijn kennissen te vragen hetzelfde te doen.' Duizenden mensen overal op de wereld kregen op 29 juli per e-mail deze brief aan de directeur van Burger King in Miami.

De brief was opgesteld door Ali Abunimah, een 27-jarige Palestijns-Amerikaanse leraar in Chicago. Honderden tikten hun naam onder de brief en mailden hem door naar de assistent van Malamatinas op de Internetsite van Burger King, www.whopper.com.

Wie iets met de Arabische wereld te maken heeft, krijgt dit soort e-mails onder het kopje `ACT NOW!' steeds vaker: acties tegen Israelische bulldozers die Palestijnse huizen met de grond gelijk maken, tegen het Palestijnse Gezag dat politieke gevangenen zonder proces vasthoudt, of tegen het Amerikaanse Congres dat bezet Jeruzalem als hoofdstad van Israel wil erkennen. Meestal bloeden die cyber-acties van de jongere generatie Arabische Amerikanen vanzelf dood, maar het protest tegen het restaurant dat de hamburgergigant Burger King – waar de hamburgers `whopper' heten – eind mei in de nederzetting Ma'ale Adumim heeft geopend heeft een stormachtig karakter gekregen.

Op 6 augustus eisten tien grote Amerikaanse moslimorganisaties, die veel van de zes miljoen moslims in Amerika vertegenwoordigen (niet alleen Arabische, maar ook zwarte Amerikanen), dat Burger King het nieuwe restaurant in de nederzetting sluit en geld doneert aan moslimvluchtelingen. Zij riepen per e-mail de tienduizenden mensen die zij elk op de mailinglijst hebben op om het bedrijf te boycotten zolang de eisen niet zijn ingewilligd.

Zondag nam de Arabische Liga in Kairo de eisen over, waarna kranten in de hele Arabische wereld aandacht besteedden aan de kwestie. Voor Burger King, dat 82 restaurants heeft in Arabische en moslimlanden, waar hamburgers (zonder varkensvlees) snel aan populariteit winnen, was dit het signaal om vandaag een `dialoog' te beginnen met de tien moslimorganisaties.

,,Ongelooflijk hoeveel respons de actie heeft'', zegt Ali Abunimah, die het eerste bericht over Burger King eind juli naar 300 personen stuurde.

,,Ik zet zoveel berichten en protestbrieven op het Net, en vaak komt er niets van terecht'' zegt Abunimah. ,,Als je mensen vraagt om tegen Israelische bulldozers te protesteren, hebben ze een machteloos gevoel. Het Israelische leger luistert niet. Burger King boycotten kan iedereen. Dat geeft een gevoel van macht. Amerikanen van niet-Arabische afkomst spreekt dit ook aan: een restaurant op geconfisqueerd Arabisch land waar alleen joden mogen komen, doet denken aan Woolworth's dat in 1959 geen zwarten binnenliet. Het Woolworth's-protest liep destijds uit op de Burgerrechtenbeweging.''

De campagne tegen Burger King stoelt op twee argumenten. Het eerste is dat de nederzetting op de Westelijke Jordaanoever op geconfisqueerd Palestijns gebied is gevestigd – een schending van het internationaal recht die door geen enkel land ter wereld wordt erkend. Door in de nederzetting te investeren, schendt ook Burger King het internationaal recht. De tweede klacht is dat Burger King apartheid bedrijft: een joodse nederzetting is alleen voor joden bedoeld. Hierop ligt het accent van de e-mails. Een actievoerder zegt: ,,Apartheid is iets wat Amerikanen sneller begrijpen dan iets abstracts als ,,het internationaal recht schenden'': stel je voor dat jij een restaurant niet in mag omdat je hindoe bent of zwart!''

Al jaren proberen Abunimah en andere jonge Arabische Amerikanen op een meer ,,Amerikaanse'' manier actie te voeren dan hun vaders deden, in de hoop eindelijk invloed te krijgen bij Amerikaanse politici. Door met spandoeken als ,,Shamir Moordenaar'' over Dupont Circle te lopen, riep de oudere generatie bij Amerikanen eerder irritatie of medelijden op dan begrip. De jongeren boren, net als de machtige joodse lobby, contacten aan op Capitol Hill en appelleren via Internet aan Amerikaanse normen en waarden. Met één druk op de knop bereiken zij bijna gratis tienduizenden mensen, waar hun politiek actieve vaders duizenden dollars moesten spenderen om per telefoon de sneeuwbal in werking te stellen. Die aanpak begint vruchten af te werpen. Vorig jaar werd ijsfabrikant Ben & Jerry's middels een cyber-actie gedwongen om een contract met een Israelische waterbottelaar op de bezette Golanhoogte af te zeggen - ,,gestolen Syrisch water'' gebruiken, vonden de critici, stond haaks op de vredelievende slogans van het bedrijf. Nike moest, ook in 1998, een logo van een nieuwe sportschoen halen omdat het op `Allah' leek, het Arabische woord voor God. Bakzeil halen wegens heiligschennis was beter dan riskeren dat miljoenen moslims ter wereld geen Nikes meer zouden kopen.

Dat een restaurant in een joodse nederzetting zo controversieel zou zijn, lijkt Burger King zich niet te hebben gerealiseerd. Eerst schoof het hoofdkwartier van de Britse restaurantketen in Miami de verantwoordelijkheid op haar Israelische franchise Rikamor. Toen de storm vorige week aanwakkerde verklaarde het bedrijf dat het ,,alle nationaliteiten, religies en culturen respecteert'', en hun allen ,,de kans wil geven het merk te consumeren, waar zij ook wonen. Het is niet de bedoeling van Burger King [...] om een politiek debat te voeren''.

Dat bleek olie op het vuur. Het aantal e-mails over Burger Kings ,,apartheid'' groeide: Amerikanen die elkaar via Freedom@alquds.net het privénummer van directeur Malamatinas doorgaven, brieven stuurden naar tv-stations als CNN en CBS, en kennissen van Maleisië tot de Golf opriepen vooral naar McDonalds te gaan (een bedrijf waarvan de directeur heeft gezegd dat hij liever aftreedt dan een restaurant in een nederzetting te vestigen). Een hoogleraar economie schreef Malamatinas dat hij ,,Burger King als voorbeeld wil gebruiken (van hoe het niet moet) hier aan Hobart and William Smith Colleges''. Burger King kan niet een politiek gevoelige stap zetten, vindt ook Hussein Ibish van de lobbygroep ADC in Washington, ,,en dan zeggen: het heeft niets met politiek te maken!''

Dat lijkt Burger King nu te beseffen. ,,We nemen de moslimgroepen serieus,'' zegt woordvoerder Kim Miller in Miami. ,,We zijn bezorgd.'' Het gesprek met de moslimgroepen kan niet anders meer dan over politiek gaan. Of het bedrijf haar opponenten kan overtuigen van Millers argument dat Burger King het internationaal recht niet schendt omdat de nederzetting Ma'ale Adumim in ,,zone C gevestigd is, en dat is volgens de Oslo-akkoorden van Israel'', is twijfelachtig. Volgens de vredesakkoorden van Oslo is het juist de bedoeling dat een deel van zone C wordt overgeheveld naar Palestijns Gezag. De onderhandelingen daarover beginnen binnenkort. Het lijkt er op dat de jonge moslim- en Arabisch-Amerikaanse cyber-lobbyisten sterker staan dan hun opponenten bij whopper.com.

    • Caroline de Gruyter