Van Kralingen schiet tekort in Mozart

De concertaria's van Mozart zijn voor een zanger rijk aan stemangels en -klemmen. In coloraturen openbaart zich kaal en in alle helderheid het karakter van de stem, in de recitatieven blijkt inzicht in de poëtische strekking van de tekst.

Sopraan Miranda van Kralingen heeft haar sporen in alle denkbare vocale genres ruimschoots verdiend. Met haar acteertalenten overtuigde zij in menig operarol, met haar gevoel voor tekst bewees zij zich een liedzangeres met een haarzuiver gevoel voor het verbinden van muziek en dichtkunst. Gisteravond was zij tijdens een van de Robeco zomerconcerten in de Grote Zaal van het Concertgebouw te beluisteren in Mozarts recitatief en aria `Ah, lo previdi' en het oorspronkelijk voor een castraat geschreven solomotet `Exsultate Jubilate', dat met het overbekende `Alleluja' geldt als een van de bekendste en geliefdste werken die Mozart in het genre voltooide.

Hoewel van Kralingen zich in beide werken zonder werkelijke technische problemen staande hield, miste haar interpretatie hier de bekoring van haar bijdragen in geënsceneerde opera's en liedrecitals. In `Ah, lo previdi' leek de vocale uitdaging van de lastige partij Van Kralingen interpretatief te beteugelen. Wat restte was een weliswaar verdienstelijke maar weinig opvallende of roerende lezing van een werk dat in de opeenvolgingen tussen verstilling en gevoelserupties bij meer contrast gebaat zou zijn geweest. Ook in `Exsultate, Jubilate' ontbeerde Van Kralingen in haar hoge register de onvoorwaardelijke vocale controle die nodig is voor het verschil tussen op zichzelf indrukwekkend vocaal vertoon en waarachtig, zowel technisch volstrekt beheerst als kernachtig klokkend, belcanto.

Het haar begeleidende Vlaamse kamerorkest Prima La Musica overtuigde in `Exsultate Jubilate', doordat uit de visie van dirigent Dirk Vermeulen een gevoel voor detail sprak dat de kwaliteiten van het orkest overvleugelde. In de `Eerste Serenade' van Johannes Brahms, dat hier werd gespeeld in een oude, door Alan Boustead gereconstrueerde versie voor kamerorkest gaf Vermeulen blijk van overzicht en verraste het orkest met een Brahmsklank die in de zware passages weliswaar deed verlangen naar de versie voor groot orkest door een ensemble met een meer sprekende strijkersklank, maar in de beide menuetjes verraste met een haast on-Brahmsiaanse transparantie.

Concert: Prima La Musica o.l.v. D. Vermeulen m.m.v. M.van Kralingen (sopraan). Gehoord: 9/8 Concertgebouw, Amsterdam.