Kabinet beperkt mogelijkheden spaarhypotheek

Het kabinet beperkt de belastingconstructies die nu op grote schaal worden gebruikt bij spaarhypotheken. Deze op dit moment zeer populaire hypotheek mag voortaan alleen nog worden gebruikt om de eigen woning te financieren.

Dit staat in het wetsvoorstel voor de `Belasting in de 21ste eeuw', de omvangrijke herziening van het belastingstelsel die in het jaar 2001 moet ingaan. Het ministerie van Financiën wil niets zeggen over het op 7 mei in het kabinet goedgekeurde voorstel van minister Zalm en staatssecretaris Vermeend, omdat het nog bij de Raad van State ligt.

Het gaat met name om de zogenoemde hoog-laagconstructies bij de spaarhypotheek. Daarbij leent de huizenkoper zoveel mogelijk geld bij de bank, omdat de rente voor de belasting kan worden afgetrokken. Het gespaarde vermogen wordt dan gebruikt voor consumptie of belegging, al dan niet in het eigen huis. In de eind 1997 gepresenteerde `verkenningen' voor het nieuwe belastingstelsel werd al aangekondigd dat dit gebruik van de spaarhypotheek aan banden zou worden gelegd.

De beperking van de spaarhypotheek zal vooral de prijzen van de duurste koopwoningen drukken, verwacht directeur K. Schiffers van de Nationale Hypotheekgarantie. ,,De constructies met de spaarhypotheken worden namelijk het meest toegepast door mensen met een hoog inkomen, die daarmee hun belastingaftrek maximaliseren. Dat heeft een prijsopdrijvend effect gehad in het hoogste marktsegment, doordat mensen meer kunnen lenen'', zegt Schiffers. ,,Of de prijsdaling gunstig is? Als je je zorgen maakt over de gestegen huizenprijzen wel. Aan de andere kant zal de doorstroming naar de duurste woningen stokken en daarmee deels de doorstroming op de hele woningmarkt.''

Van alle hypotheken die nu worden afgesloten is 90 procent een spaarhypotheek of een variant daarop. In zeker de helft van de gevallen gaat het daarbij om `doorstromers', die gebruik kunnen maken van de hoog-laagconstructies. ,,In negen van de tien gevallen zal de bank zo'n constructie adviseren'', schat Schiffers.

De spaarhypotheek is sinds het einde van de jaren tachtig zo populair geworden, dat de aloude lineaire en annuïteiten-hypotheken in de woorden van Schiffer inmiddels ,,oldtimers'' zijn. Bij een spaarhypotheek lost de huizenbezitter niet direct af, maar gaan de aflossingen in een spaarpot waarover rente wordt vergoed. Die rente op het spaartegoed is onbelast, terwijl de rente over de lening volledig kan worden afgetrokken. Als de lening afloopt of als het huis wordt verkocht wordt het gespaarde bedrag gebruikt voor aflossing van de hypotheek. Vaak blijft er een bedrag over uit de spaarpot, dat belastingvrij kan worden geïncasseerd.

Bij hoog-laag-constructies wordt dat gespaarde bedrag echter niet gebruikt voor de financiering van het nieuwe huis, dat geheel wordt betaald met een nieuwe spaarhypotheek. Het gespaarde bedrag van het vorige huis wordt vervolgens in de nieuwe spaarpot gestopt, waarover weer de onbelaste rente kan worden geïnd. Het spaarbedrag wordt ook gebruikt voor duurzame consumptiegoederen of beleggingen in aandelen.

Als het aan het kabinet ligt, kan dit voortaan niet meer. Het gespaarde bedrag over de oude woning moet worden gebruikt voor de aanschaf van de nieuwe woning. Gebeurt dit niet, dan wordt de aftrek van de hypotheekrente beperkt tot het bedrag dat de koper had mogen aftrekken als het spaargeld wel in het huis was gestopt.

De beperking van het fiscale gebruik van de spaarhypotheek past in de belastingplannen van het kabinet. Daarin wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen de onbelaste vermogensvorming met de eigen woning en de belaste vermogenvorming met beleggingen.

Constructies waarbij via de eigen woning belastingvrij wordt belegd zijn voortaan uit den boze.