Hij ziet zichzelf in iedereen

Dit jaar is `Faust' het hoofdthema van de Salzburger Festspiele. Van de 250 jaar geleden geboren Goethe worden niet zijn Faust I en II opgevoerd, maar die zijn later deze maand wel aanleiding tot de `Faust-performance' F@ust Version 3.0 van de Spaanse groep La Fura dels Baus. Het operaprogramma van de Festspiele biedt twee nieuw geënsceneerde Faustvoorstellingen. Berlioz' La damnation de Faust gaat in de regie van Alex Ollé en Carlos Padrissa.

Doktor Faust van de Italiaans-Duitse componist en pianist Ferrucio Busoni (1866-1924), ging de afgelopen week met veel succes in première met de prachtig en zeer geserreerd zingende Amerikaanse bariton Thomas Hampson in de titelrol. De Amerikaanse tenor Chris Merritt, onlangs nog een opmerkelijke Loge in de Amsterdamse Ring, zingt met zijn doordringende stemgeluid een cynische Mefisto. De voorstelling wordt uitstekend begeleid door de Wiener Philharmoniker, gedirigeerd door Kent Nagano.

Voor de uitvoering van de bij Busoni's dood onvoltooid achtergebleven Doktor Faust wordt in Salzburg gebruik gemaakt van de door Philipp Jarnach voltooide versie. Toen de Nederlandse Opera Doktor Faust in 1987 uitvoerde in de regie van Franz Marijnen, klonk daar een andere, iets langere voltooiing van Antony Beaumont. Hij herstelde aan het slot een tekstpassage die Jarnach had geschrapt. De inhoudelijke betekenis en duiding van Busoni's opera werd daardoor volgens Beaumont wezenlijk anders.

Die weer ingevoegde passage eindigt met de woorden `En in de vrijheid die ik heb bevochten, doven God en duivel tegelijk.' Volgens Beaumont stort in deze regels de wereld die door Goed en Kwaad is begrensd ineen. Twijfels en vertwijfeling, zo eigen aan Faust, zijn verdwenen. De domme duivel had met hem wel een contract gesloten dat hem in het bezit stelde van Fausts ziel, maar Faust heeft hem overwonnen. Mefisto blijft slechts achter met Fausts lijk.

Maar wat teksten wel of niet zeggen bepaalt niet uitsluitend de strekking van een voorstelling. De regisseur heeft daarvoor zijn eigen middelen en kan met toneelbeelden, symboliek of slechts met een enkel gebaar van een personage teksten een andere wending geven, dubbele bodems verschaffen, in hun tegendeel doen verkeren of illusoir maken. Peter Mussbach doet dat zodanig, dat men uiteindelijk de strekking van de Beaumontversie in zijn voorstelling kan detecteren.

Busoni verwerkt niet de Faust van Goethe maar greep terug op de originele volkse Faust-poppenspelen. Bij Busoni ontbreekt Gretchen, maar zien we wel een scène aan het hof van Parma, waar Faust met behulp van Mefisto zijn kunst vertoont, door allerlei bijbelse figuren te laten verschijnen, zoals Salomo en Salomé. Koning Salomo heeft de gestalte van Faust, Salomé lijkt als tweede druppels water op de hertogin van Parma.

Geen wonder dat de hertogin op haar huwelijksdag met de hertog van Parma voor Faust valt. Een liefdesduet wordt hen door Busoni echter niet geboden, wat we in Doktor Faust zien is een alsmaar treurige Faust. Zelfs de vertelling van de affaire in Parma aan de studenten in Wittenberg biedt hem slechts een vermeend moment van glorie, want even later bezorgt Mefisto hem het lijkje van het kind dat ontsproot uit de kortstondige verbintenis. Verder biedt Busoni in zijn expressionistische muziek, die zich Zemlinsky-achtig beweegt tussen Wagner en Mahler, langdurige ouvertures en mystiek orgelende tussenmuzieken, die de voorstelling helaas telkens weer stil leggen, maar niettemin door Mussbach worden gehandhaafd.

Het bijzondere van Mussbachs voorstelling is hoe eenvoudig en systematisch hij zijn visie op het Faust-gegeven duidelijk maakt. Mussbach gaat daarbij vanaf het begin al uit van wat Beaumont in de slotscène als uitkomst ziet. Mefisto is een alter ego van Faust, het kwade in hemzelf. Faust ziet zichzelf in alles en iedereen. Zijn studenten zijn ook allemaal Fausts, net zoals Salomo. Alleen de gekruisigde Christus, die verandert in Helena, onttrekt zich daaraan. Als Faust sterft, komt hij terecht in een onbestemd wit sneeuwlandschap, waarin aarde en hemel samenvallen. Faust verstart uiteindelijk in een sfeer die herinnert aan Der Leiermann, het slotlied van Schuberts cyclus Winterreise.

Het Helena-personage in Doktor Faust betekent ook een verbinding met het dubbele hoofdthema van de Festspiele in het jaar 2000: Troje en liefde. Wat betreft Troje leidt dat tot nieuwe ensceneringen van Berlioz' Les Troyens en Offenbachs La belle Hélène (beide van Herbert Wernicke), van Glucks Iphigénie en Tauride (Claus Guth) en Mozarts Idomeneo (Ursel en Karl-Ernst-Herrmann). Het thema liefde leidt tot ensceneringen van Mozarts Così fan tutte (Hans Neuenfels) en Wagners Tristan und Isolde (Klaus Michael Grüber). Een première krijgt Clemence - L'amour de loin van Kaija Saariaho in de regie van Peter Sellars.

    • Kasper Jansen