Het uur der waarheid

In Sarajevo hebben eind vorige maand de regeringsleiders van de rijke Westerse landen (plus Japan) hun hulp aan de Balkanlanden (minus Servië) mede afhankelijk gemaakt van de onderlinge samenwerking die die laatste landen zouden weten te bereiken. Daar ging mijn laatste artikel (6 augustus) over.

Tegelijkertijd boden zij die landen het vooruitzicht dat zij nauwer betrokken zouden worden bij EU en NAVO. Dat zou de vervulling van de wensen van die landen (althans hun regeringen) zijn, hoewel het traineren van de onderhandelingen van de EU met de zes landen die al voor het lidmaatschap van die organisatie in aanmerking zijn gekomen – Estland, Polen, Tsjechië, Hongarije, Slovenië en Cyprus – hen ook wel sceptisch zal hebben gemaakt.

Wat de EU betreft, is er natuurlijk geen enkel beginsel dat zich verzet tegen het lidmaatschap van welk Europees land dan ook, maar ,,tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren''. Kort gezegd: er moet nog heel wat in landen als Roemenië, Bulgarije en Macedonië gebeuren (om van Albanië maar niet te spreken) voordat die landen rijp zijn voor toetreding tot de EU.

Maar daar staat tegenover dat het Westen tegenover die landen een morele verplichting heeft. Eigenlijk een dubbele verplichting. Het gaat niet aan die landen, na ze jarenlang buitengesloten te hebben omdat zij communistisch waren, voor een dichte deur te laten, nadat zij zichzelf van het communisme bevrijd hebben. Dat is de eerste verplichting, die nu ten opzichte van Estland, Polen, Tsjechië, Hongarije en Slovenië gehonoreerd gaat worden (al zal het bij hen ook nog wel vijf jaar of langer duren alvorens ze binnen zijn).

De andere morele verplichting bestaat ten aanzien van Roemenië, Bulgarije, Macedonië en Albanië, omdat deze landen erin toegestemd hebben als bases te dienen voor de militaire actie van de NAVO tegen Servië en Kosovo. Dat is voor sommige van die landen bepaald geen gemakkelijke beslissing geweest, want de bevolking (vooral van Bulgarije en Macedonië) was in meerderheid tegen die actie.

Bovendien hebben – het is hier al eerder gezegd – Roemenië en Bulgarije zware economische schade geleden als gevolg van die actie. Voor hun handel met het Westen zijn zij grotendeels afhankelijk van de vaart langs de Donau, en die werd nu geblokkeerd door de bruggen die bij Novi Sad stukgebombardeerd waren. Althans deze schade goed te maken, vergt een onvoorwaardelijke hulp uit het Westen.

Maar het vooruitzicht op langere termijn dat het Westen die landen in Sarajevo heeft voorgehouden, zal er wel, gelet op de onderhandelingen met de zes eerder genoemde landen, een van zeer lange termijn worden. Het is de vraag of de desbetreffende regeringen hun wanhopige bevolkingen zo lang in toom kunnen houden en nationalistische en andere emotionele uitbarstingen kunnen voorkomen.

Maar de EU is het, behalve wat het beginsel betreft, niet eens over, zo niet de wenselijkheid, althans de urgentie van de uitbreiding met nòg meer landen dan de zes waarmee zij nu in onderhandeling is. Trouwens, die onderhandeling heeft ook te lijden onder die onenigheid. Dat is ook geen wonder, want uitbreiding (zelfs met die zes) zou de EU, zonder ingrijpende wijziging van haar huidige besluitprocedures en werkmethoden, onwerkbaar maken.

Terwijl sommige leden van de EU in zo'n wijziging aantasting van hun laatste restje aan zelfstandigheid duchten, zijn er andere die in de eerste plaats hun economische (en dus, indirect, hun intern-politieke) belangen door de uitbreiding bedreigd zien. En tenslotte zijn er die al die overwegingen ondergeschikt maken aan het (geo-) politieke belang dat zij aan de uitbreiding hechten.

Zo is het voor Duitsland een levensbelang zich omringd te weten door bevriende landen. Het wil niet grenzen aan een gebied waar chaos heerst. Vandaar zijn aandringen op spoedige toetreding van althans Polen en Tsjechië. Soortgelijk motief hebben de Scandinavische leden (Denemarken, Zweden en Finland) om de Baltische landen bij de EU te betrekken – niet alleen Estland, waarmee nu onderhandelingen gaande zijn.

Frankrijk vooral ziet dit met wantrouwen aan. Het ziet daarin een Duits streven naar hegemonie. Dit wantrouwen heeft bondskanselier Schröder niet weggenomen toen hij in een interview met Der Spiegel (2 augustus) aandrong op versnelling van het proces van uitbreiding, ,,al was het slechts met het oog op de Duitse industrie''.

De correspondent van Le Monde bij de EU citeert op 31 juli een Franse diplomaat: ,,Duitsland heeft òf gedeeltelijk afstand gedaan van het soort Europa waarvoor het veertig jaar lang heeft gestreden òf het wil Europa een andere vorm geven.'' Dezelfde diplomaat spreekt van ,,de onstuitbare Duitse glijpartij''. Deze conclusie – of zij nu juist is of niet – verraadt in elk geval een grondig verschil van inzicht en belangen tussen Frankrijk en Duitsland.

Als Duitsland belangen heeft bij uitbreiding van de EU, zijn Frankrijks belangen daar niet direct mee gediend. Het is niet alleen de Duitse hegemonie die het vreest in Oost- en Zuid-Oost-Europa, maar ook de hervorming van het Europese landbouwbeleid, die dan wel onvermijdelijk zal zijn. Frankrijk zou dan een belangrijke troef verliezen (en binnenlandse troebelen mogen verwachten).

Wat ook wel onvermijdelijk zal zijn bij uitbreiding, is dat de EU vaker met gekwalificeerde meerderheden besluiten gaat nemen. Anders loopt de zaak geheid vast. Zo'n gewijzigde besluitprocedure is een vooruitzicht dat Frankrijk (en het Verenigd Koninkrijk) niet toelacht: het zou op den duur ook de zelfstandigheid op het gebied van de buitenlandse politiek kunnen aantasten. Kortom: de oorlog om Kosovo heeft niet alleen de Balkan (ditmaal incluis Servië) dichter bij het uur van de waarheid gebracht, maar ook West-Europa.

En de NAVO, die de Balkanlanden ook als een wortel is voorgehouden? Bestaat er enige eenheid van inzicht omtrent de toekomst van die organisatie? De Amerikaanse minister van Defensie, James Cohen, heeft onlangs in Tiflis gezegd dat de NAVO in beginsel bereid is Georgië als lid op te nemen. Dat komt zeker voor de meeste andere leden als een verrassing en zal bij menigeen de vraag doen rijzen of het vooruitzicht dat de Balkanlanden in Sarajevo geboden is, wel helemaal serieus is.