Asielzoeker aangemerkt als verdachte

Een van de twee Iraakse asielzoekers die sinds de moord op Marianne Vaatstra (16) uit Zwaagwesteinde zijn verdwenen uit het asielzoekerscentrum in Kollum, geldt sinds drie weken als verdachte. Justitie heeft een internationaal signaleringsverzoek uitgevaardigd.

Dit heeft heeft het openbaar ministerie in Leeuwarden gisteren bekendgemaakt.

De tweede verdwenen Irakees wordt als mogelijke getuige beschouwd. Het openbaar ministerie gaat ervan uit dat de asielzoekers zich momenteel in Nederland, in een ander EU-land of in ,,andere landen rond de Middellandse Zee'' bevinden.

Volgens officier van justitie Severein in Leeuwarden kreeg het onderzoeksteam drie weken geleden informatie die een van de twee Irakezen tot verdachte maakt. Justitie beschikt over foto's van de Irakezen en verwacht resultaat van het signaleringsverzoek. ,,Anders zouden we er niet aan beginnen'', aldus Severein. Over de aard van de nieuwe aanwijzingen doet het OM geen mededelingen. Als de verdachte terecht is, zal zijn DNA-profiel worden vergeleken met sporen die op het lichaam van Marianne Vaatstra zijn aangetroffen.

Volgens de vader van Marianne Vaatstra en haar vriendin Aafje Kloosterman maakten de verdwenen asielzoekers deel uit van een groepje van vier asielzoekers die taallessen volgden op de school waar ook Aafje Kloosterman op zit. Eén van hen, een ander dan de personen die nu worden gezocht, bedreigde Vaatstra volgens haar vriendin enkele weken voor de moord in café Ringo in Veenklooster. Vaatstra's vader bevestigt dit. Volgens hem heeft zijn dochter thuis verteld dat de man zich aan haar opdrong. ,,Toen Marianne dat niet wilde, bedreigde hij haar.''

De politie heeft het AZC `De Poelplaets' na negen weken in het buurtonderzoek betrokken. Justitie, politie en de gemeente organiseerden eerder persconferenties om de verdachtmakingen aan het adres van de asielzoekers te stoppen. De ouders van Vaatstra en haar vriendin verwijten de politie te laat te hebben opgetreden. ,,Ze hebben negen weken de tijd gehad om te vluchten'', aldus Vaatstra, die zegt dat de politie direct over het gebeurde in de Ringo-bar is verteld.

Volgens officier van justitie Severein bestond destijds evenwel geen ,,redelijke aanwijzing'' tegen de huidige verdachte en heeft het verhaal over bedreiging door de andere asielzoeker ,,niet voldoende grond'' gegeven hem als verdachte te beschouwen.

De weken na de moord op Vaatstra kwam een stroom van geruchten over vermeende betrokkenheid van asielzoekers op gang en richtte de woedde van Zwaagwesteinde zich op het nabijgelegen asielzoekerscentrum. Daar werd rekening gehouden met wraakacties. Het centrum werd extra beveiligd en enige tijd lag er een ontruimingsplan klaar.