Russische leger grijpt in Dagestan in

Russische troepen zijn sinds zaterdag in de Kaukasische deelrepubliek Dagestan verwikkeld in gevechten met islamitische rebellen, die volgens Moskou voor een deel afkomstig zijn uit Tsjetsjenië. De rebellen hebben vier dorpen in de grensstreek met Tsjetsjenië bezet.

Volgens Moskou hebben tussen tweehonderd en tweeduizend islamitische fundamentalisten zaterdagochtend vroeg vier dorpen in het district Botlich bezet en zich daar ingegraven. In de dorpen is de islamitische wetgeving uitgeroepen. Tweeduizend inwoners zijn gevlucht.

Naar aanleiding van de inval onderbrak de (inmiddels ontslagen) Russische premier Sergej Stepasjin een reis door het Wolga-gebied om naar de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala te vliegen. Later zaterdag openden Russische troepen en Dagestaanse politie-eenheden met zware artillerie en gevechtshelikopters het vuur op de `terroristen' en `bandieten'.

Volgens het persbureau Interfax zijn gisteren vier Dagestaanse politiemannen gedood en zeventien anderen gewond. Ze zouden per vergissing zijn geraakt door een raket, afgevuurd vanuit een gevechtshelikopter. Andere verliescijfers zijn niet gegeven. Een melding van vluchtelingen als zouden de rebellen twee Russische helikopters hebben neergeschoten, is niet bevestigd.

Stepasjin, zaterdag op bevel van president Jeltsin naar Dagestan gestuurd, zei voor zijn vertrek dat er in de noordelijke Kaukasus ,,geen nieuwe oorlog'' komt en dat het Russische leger snel en doeltreffend zal aftrekenen met elke poging van radicale moslims om delen van de regio te veroveren. Hij voegde daaraan toe dat de oorlog om Tsjetsjenië, van 1994 tot 1996, ,,sommige mensen bang heeft gemaakt'', als gevolg waarvan ze hun verantwoordelijkheid ontlopen. ,,Ik ben niet bang'', zo voegde hij daaraan toe.

Stepasjin was zelf als chef van de binnenlandse inlichtingendienst nauw betrokken bij het debacle in Tsjetsjenië. Hij gaf zaterdag de stafchef van de Russische strijdkrachten, Anatoli Kvasjnin, en de commandant van de troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Vjatsjeslav Ovtsjinnikov, opdracht de situatie in Dagestan ,,met maximale effectiviteit te normaliseren''.

Volgens Moskou zijn de rebellen voor een deel islamitische Dagestaanse fundamentalisten en voor een deel Tsjetsjenen, die uit zijn op de vestiging van een fundamentalistische republiek op het grondgebied van Dagestan en Tsjetsjenië.

Het zou daarbij gaan om de Tsjetsjeense krijgsheren Sjamil Basajev, Salman Radoejev en Chattab, die zich in Tsjetsjenië volledig onttrekken aan het gezag van president Maschadov en die er hun eigen legers op na houden. Ze zouden in Dagestan beschikken over pantserwagens, antitankgeschut, een luchtverdedigingssysteem en veel vuurwapens. In Dagestan is de noodtoestand afgekondigd, zijn verloven opgeheven en worden vrijwilligers gevraagd zich voor de strijd tegen de rebellen te melden. (Reuters, AFP, AP)