Omzien in eenzaamheid

Terugkijkend op hun jeugd zoeken de meeste mensen daarin de sleutel die hun ervaringen samenhang geeft. Ze kiezen daarbij bepaalde herinneringen die verklaren wat ze later geworden zijn. In het psychologisch onderzoek worden dit wel mythen genoemd, of spreekt men van de scripts waar mensen naar leven. Meestal houdt dat een zekere dramatisering in. Het is daarom opmerkelijk een autobiografie tegen te komen waarin een verstilling van het kinderleven wordt geschetst, die doet lijken alsof er niets gebeurde, behalve een besef van eenzaamheid. Je komt er ook niet achter waarom Nine van de Schaaf (1882-1973) als kind zo geïsoleerd was. ,,Men noemde mij namelijk altijd vreemd, dat hield in: helemaal niet aardig. En dat heb ik, vooral in mijn prille jeugd, als iets beangstigends meegedragen. Als men mij bij toeval soms wel gewoon en aanvaardbaar vond, genoot ik daar erg van. `Een aardig meisje', zei een vrouw een keer van me in een omgeving waar men mij nog niet kende. Ik wist toen wel voldoende, dat zoiets niet opging, maar – hoe genoeglijk eventjes!''

Ze wilde er zo graag bijhoren. ,,We woonden in dat kleine dorp wat achteraf: een huis met een bleek, dan een sloot en dan weiland. Die ruimte daar was wel goed, voor jezelf met een pop, maar het verlangen trok steeds naar de dorpsstraat waar je kwam als je een korte steeg doorliep. Hardlopen, verwachting droeg je. En dan, bij de straat, weifelen, rondkijken. Soms waren er speelmakkertjes in zicht, soms moesten ze gevonden worden. Ik wist wel waar je kans had ze te vinden. Maar, was ik welkom?''

Meedoen met de grote kinderen, als dat mocht. ,,De regels van krijgertje, verstoppertje en wat er verder te beleven was, kenden we nog slecht en op het geluid af liepen we hoopvol naar groepen grotere kinderen om alles te leren doen zoals zij.''

Thuis was het wel vertrouwd, maar niet vrolijk. ,,Mijn ouders waren wat bedroefde mensen. Denkelijk ook wel eens niet bedroefd, maar in mijn voorstelling was dat toch overwegend. Er waren bij ons kleine kindertjes doodgegaan en ook verder hadden mijn ouders het moeilijk.''

,,Wachten is het noodlot van de eenzamen. Er zal altijd iemand opdoemen. In mijn geval was dat: een vriendinnetje. Maar zo een kwam gewoonlijk niet of laat. Ik boeide de andere kinderen niet en bij ons thuis was voor hen niets te halen, niets te beleven of te bewonderen.'' Toch waren er ook momenten van geluk. ,,Ik herinner me momenten, in een argeloze spelgemeenschap, dat een kind mij, in plaats van koel-kritisch, ineens prettig aanzag: het moeten wel zeldzame momenten geweest zijn in die tijd van verstotenheid. Wat een vreugde is dat, dacht ik dan, al wist ik tegelijk dat het maar een vergissing was.''

Er was de tuin met mooie bloemen, waarin ze helemaal op kon gaan. ,,Als ik het mij heel rustig herinner en het gelukt mij om me op dat vroeger geheel te concentreren, komt die paradijssfeer soms even terug.''

Fantaseren over een groots en meeslepend leven in de toekomst vulde haar eenzaamheid. Nine van der Schaaf identificeerde zich met een romanheldin. ,,En dan zei een jong meisje die graag wat groots wou doen, maar het in haar leven niet kon vinden: ik had een man moeten zijn, het was een vergissing der natuur. Die vrijmoedigheid om te denken dat de natuur zich kon vergissen, die grote natuur, dat was wel iets om stil bij te staan en ik dacht daarbij toen: het was misschien voor mij ook wel beter geweest om een jongen te zijn.''

Maar ook grote verlegenheid hinderde haar. ,,Als ik bij die anderen ben, weet ik ineens niets te zeggen'', legde ze uit aan een vriendin die ze toch gevonden had. ,,O ja, dat had ze van mij ook al lang wel gemerkt. En ze vond blijkbaar niet dat het hinderde, ze vond het vanzelfsprekend. Je kon dus `gewoon' zijn en je toch vertrouwd maken met iemand die vreemd was.''

Samen maakten ze plannen. ,,Dat ik op den duur weg wou uit het dorp en dat ik een heel ander leven wou zoeken, bespraken we. Ze vond dat ook voor mij noodzakelijk.''

Willen schrijven is misschien niet de meest voor de hand liggende beroepskeuze bij een zo introverte en verstilde persoonlijkheid. Nine van der Schaaf had als schrijfster een kleine maar intense stem, maar kreeg weinig weerklank. Uiteindelijk woonde ze weer met haar oude moeder. ,,Mijn leven later als schrijfster met weinig succes, arm en eigenaardig, nooit bijzonder gezocht en ten slotte zwak en verlaten met enkel een beetje ruggesteun om een bestaan met schrijven en eenzaamheid voort te zetten is voor haar een grote, zij het langzame verrassing geweest. Toen zij, in ons laatste samenleven, zo gedurende haar leeftijd van 70 tot 90 jaar die verrassing volkomen in zich had opgenomen, hadden we onze eenzelvige levens vredig naast elkander.''

Nine van der Schaaf, In de stroom. Amsterdam, Van Oorschot, 1956.