Olympisch Stadion

Uit het artikel `Olympisch Stadion van zijn dwangbuis verlost' (31 juli) blijkt dat ir. W. Looise van ontwikkelaar/belegger SFB Vastgoed, die het stadion beheert en stadion-opzichter A. Groot weinig kennis dragen van, dan wel weinig gevoel hebben voor de historie van het Amsterdamse stadion. Ze hebben het over een beeld dat ooit bij de marathontoren stond en nu in een kist ligt om te worden afgevoerd: een man met opgeheven arm. ,,Hij wordt geassocieerd met Hitler'', denkt Groot. ,,Een morbide beeld, al is het een sportgroet uit de Grieks-Romeinse tijd'', aldus Looise.

Wat de heren blijkbaar niet doorhebben (waarom er anders zo anoniem over gepraat?) is dat het hier gaat om het Van Tuyll-monument - het eerbewijs aan F.C.W.H. (Frits) baron van Tuyll van Serooskerken (1851-1924), de eerste voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité en de eerste Nederlander die zitting kreeg in het Internationaal Olympisch Comité. Hij was in het eerste kwart van deze eeuw zo'n beetje de vader des vaderlands van de Nederlandse sport. Dank zij zijn jarenlang onvermoeid streven kreeg Amsterdam de organisatie van de Spelen van 1928 toegewezen en daardoor, indirect, ook het Olympisch stadion.

Behalve dan nu door de heer Groot is het Van Tuyll-monument nooit geassocieerd met Hitler. Dan had men direct na 1945 wel aangedrongen op de verwijdering ervan. Het beeld brengt ook geen groet uit de Grieks-Romeinse tijd, maar de Olympische groet zoals die voor de oorlog gebruikelijk was. Die leek wel veel op de nazi-groet, maar de Olympische groet was er in elk geval eerder. De atleten die door de poort van de marathon-tribune het stadion betraden werden aldus welkom geheten. Dat was de gedachte die erachter stak.

Het Van Tuyll-monument hóórt bij het stadion, het is er niet zo maar op een dag neergezet. Stadion-architect Jan Wils heeft voor plaats en ontwerp nauw samengewerkt met beeldhouwster G.J.W. Rueb. Op de dag dat het stadion officieel in gebruik werd genomen, werd ook het beeld onthuld. Laat ik erbij zeggen dat ik het ook geen fraai werkstuk vind. De joyeuze Van Tuyll had wel iets speelsers verdiend. Wijlen Leo Lauer, een sportjournalist met een kunstzinnige inslag, beschreef het beeld als `een portier met groffe handen en een plat, hersenloos voorhoofd'. Maar ja, mooi en lelijk in de kunst. Wat mij stoort is dat met het Van Tuyll-monument zo oneerbiedig wordt omgegaan. De man was eens van eminent belang voor de Nederlandse sport.

Ook het grote beeld dat na de Tweede Wereldoorlog in het stadion werd aangebracht ter nagedachtenis van de omgekomen sportlieden, moet weg, aldus het artikel. ,,Omdat hij ongewenst is in het stadion, zal de gemeente een nieuwe plek moeten zoeken.'' Omdat hij ongewenst is. Zelden heb ik zo bot horen oordelen over een gedenkteken voor (sport)mensen die in de oorlog het leven lieten.