Luchtvaart zonder franje creëert nieuwe markt

De liberalisering van de Europese luchtvaart schept ruimte voor nieuwkomers op de markt. Vanaf kleine luchthavens kunnen ze een stuk goedkoper opereren dan gevestigde maatschappijen.

David Leport wappert trots met zijn ticket. Hij betaalde nog geen zeventig gulden voor zijn retourtje Frankrijk met de nieuwe Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair. ,,Mijn auto hier vijf dagen parkeren is duurder dan het ticket'', aldus Leport op het kleine Londense vliegveld Stansted.

Een groeiend aantal Europeanen reist via kleine luchthavens om kosten te besparen op internationale vluchten. Nieuwe kleine luchtvaartmaatschappijen mijden de dure luchthavens bij de grote steden en vliegen zo veel goedkoper dan hun rivalen.

Vliegt British Airways van de Londense vliegvelden Heathrow en Gatwick, de nieuwe maatschappij EasyJet opereert vanaf een klein vliegveldje bij Luton, een plaatsje vijftig kilometer boven Londen. Air France landt in Parijs op Charles de Gaulle of Orly. De Britse nieuwkomer Debonair maakt voor zijn vluchten op de Franse hoofdstad gebruik van Cergy Pontoise, een kleine landingsbaan in de industriezone van Parijs.

De `vliegvelden van tweede keus' liggen soms wel op een uur rijden van de dichtstbijzijnde stad. De toename van het aantal vluchten op die locaties bewijst echter dat koopjesjagers er maar al te graag gebruik van maken. Zelfs als dat betekent dat een deel van de reis in bus of trein moet worden afgelegd. ,,Er zijn geen rijen voor taxi's en geen rijen voor de incheckbalie. Er is bij ons gewoon niet zoveel stress als op de overvolle grote luchthavens'', zegt een woordvoerder van het Ierse Ryanair.

Geïnspireerd door Southwest Airlines en andere goedkope Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen trekken de Europese beginners klanten, ondanks hun vaak rommelige vluchtschema's en beperkte service. De meeste nieuwe maatschappijen komen uit Groot-Brittannië. Daar is de liberalisering van de Europese luchtvaart in 1987 begonnen en inmiddels ver gevorderd. ,,Ze stelen geen marktaandeel van de grote concerns maar proberen vraag te creëren waar die nog niet was'', zegt analist Guy Kekwick van de zakenbank Goldman Sachs.

Goedkope regionale vluchten beslaan nu slechts 5 procent van de Europese luchtvaartmarkt, maar hun marktaandeel groeit snel. Het passagiersvervoer vanaf Luton Airport, thuishaven van zowel EasyJet als Debonair, is sinds 1997 met 30 procent per jaar gestegen. EasyJet deed twee vluchten per dag toen het begon, nu maakt het er veertig. De luchthaven van Stansted, 56 kilometer ten noorden van Londen vertoont een zelfde groei. Sommige grote luchtvaartmaatschappijen, zoals Lufthansa en Alitalia, reageren op deze ontwikkeling door zelf goedkope dochterondernemingen op te zetten. British Airways' antwoord op de marktontwikkeling heet `Go'.

De grote winnaar is de consument. Een retourticket voor een vlucht van Luton naar Rome kost bij Debonair ongeveer 400 gulden. Een economy-class ticket vanaf Heathrow naar Rome met Lufthansa zit rond de 650 gulden.

Directe vergelijkingen met binnenlandse vluchten in de Verenigde Staten zijn door de overvloed aan verschillende tarieven moeilijk te maken. Maar over het algemeen kost luchtverkeer in de VS minder dan in Europa, voornamelijk omdat de Amerikaanse luchtvaart al twintig jaar geleden is geliberaliseerd.

Om de prijzen laag te houden hebben de nieuwe maatschappijen hun service beperkt tot het absolute minimum. Een drankje aan boord moet worden afgerekend en een maaltijd moet zelfs tevoren betaald worden. ,,Niemand geeft je ooit champagne als je in de bus zit. Waarom verwacht de consument dat wel in een vliegtuig?'', vraagt een woordvoerder van EasyJet zich af.

De strenge Europese wetgeving maakt het de maatschappijen onmogelijk om op veiligheid te bezuinigen. Anekdotes over de nadelen van het goedkope vliegen blijven daarom beperkt tot vertragingen en verkeerd geboekte vluchten.

Onafhankelijke luchtvaartmaatschappijen als EasyJet en Debonair moeten het nu opnemen tegen dochterondernemingen van de grote maatschappijen. Omdat ze veel op dezelfde lijnen vliegen is de onderlinge concurrentie groot.

,,Het is een collectieve gekte'', zegt bestuurvoorzitter Franco Mancassola van Debonair. ,,In deze markt is genoeg werk voor ons allemaal. Zolang we de markt maar op een intelligenter wijze ontwikkelen en we elkaar niet van de routes af proberen te boksen.'' (AP)