Inkomensverschillen

HET GAAT UITSTEKEND met het Nederlandse bedrijfsleven. Daarvan profiteert de economie in het algemeen – de schatkist loopt vol, de bestedingen nemen toe, de werkloosheid neemt af, de inkomens gaan omhoog. Niet het minst de inkomens van de bestuurders van de ondernemingen. Het afgelopen jaar, zo toonde een overzicht samengesteld door de Volkskrant op basis van gegevens uit jaarverslagen, zijn hun salarissen gemiddeld met acht procent omhooggegaan, veel meer dan de gemiddelde loonstijging voor werknemers. Daarbovenop komen in veel gevallen nog formidabele inkomsten uit optieregelingen die dankzij de spectaculair gestegen beurskoersen een veelvoud aan private inkomsten voor het management hebben opgeleverd.

De reacties op dergelijke berichten laten zich raden. Morele verontwaardiging om zoveel hebzucht en een waarschuwing van de vakbeweging dat de looneisen voor de werknemers dit jaar opgeschroefd worden als de bazen zich niet weten te matigen. CNV-voorzitter Terpstra noemde het gedrag van de topmanagers zelfs `maatschappelijke joyriding'.

Dat is overdreven. Of het kan evenzeer gezegd worden van topvoetballers, proftennissers, popmusici, tv-sterren en andere beroepsgroepen die wegens hun talenten hoge inkomens kunnen eisen. Voor de beloning van het management van ondernemingen gelden de schaarste op de arbeidsmarkt en de openheid van de economie. Nederland telt een relatief groot aantal multinationale ondernemingen en die moeten wat salariëring betreft concurreren met bedrijven elders in Europa en de Verenigde Staten.

Schaarste geldt tegenwoordig ook voor werknemers. Door het toenemende gebrek aan gekwalificeerd personeel in een groeiend aantal sectoren zijn ondernemingen – en steeds vaker ook non profit-bedrijven zoals ziekenhuizen en de overheid – bereid om extra beloningen boven de CAO te bieden. Zie de IT-sector, waar de sollicitatiegesprekken op de Antillen gevoerd worden om nieuw personeel te lokken met een leuke vakantie.

DE VAKBEWEGING kan deze ontwikkelingen niet aan zich voorbij laten gaan. De paradox van het poldermodel is een krappe arbeidsmarkt en een nog altijd omvangrijk bestand van mensen – laag opgeleid of arbeidsongeschikt – in de bakken van de sociale zekerheid. De schaarste vertaalt zich in hogere looneisen, ook al weet de vakbeweging als geen ander dat de vrijwillige loonmatiging heeft bijgedragen aan de enorme banengroei van de afgelopen vijftien jaar. Niettemin liggen grotere verschillen per bedrijfstak en tussen werkenden en niet-werkenden de komende jaren in het verschiet.

Inkomensongelijkheid is een gevoelig onderwerp in Nederland en de meeste ondernemingen zijn uitermate terughoudend om informatie over de salariëring van de directie openbaar te maken. Er is zelfs een wet op komst om grotere openheid af te dwingen. Ondernemingen zouden er goed aan doen om op eigen initiatief over de inkomens van het topmanagement te informeren. Al was het alleen maar om de aandeelhouders – en daarmee het publiek – inzage te geven in de verhouding beloning-prestatie. Die is namelijk bij lang niet alle ondernemingen even helder.