Het zwakke vlees

Tijdens een van de warme dagen vorige week, kwam aan een terrastafel de vraag op in welk boek zomerhitte het indringendst wordt verbeeld. Malcolm Lowry's Under the Vulcano scoorde hoog, maar ook De stille kracht van Louis Couperus. Die roman, spelend onder de tropenzon van Nederlands-Indië, zou om een andere reden hebben kunnnen figureren in de zomerspecial van Armada. De aflevering is namelijk gewijd aan overspel in de wereldliteratuur. Armada gaat aan Nederlandse schrijvers voorbij.

Als we aan overspel in wereldliteratuur denken, kunnen we niet heen om Flauberts Madame Bovary en Tolstojs Anna Karenina en die komen dan ook in vrijwel alle bijdragen ter sprake. Sabine van Wesemael, docente Franse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en onlangs gepromoveerd op de receptie van Proust in Nederland, onderwerpt Madame Bovary aan een analyse. De roman veroorzaakte in 1857 opschudding onder het publiek wegens de gedetailleerde beschrijvingen van Emma Bovary's overspel. Flaubert werd aangeklaagd wegens aantasting van de goede zeden. Eenzelfde lot trof honderd jaar later de nouveau romancier Alain Robbe-Grillet, wiens La Jalousie door recensenten werd afgekraakt, omdat het boek radicaal brak met iedere literaire conventie. Veel overeenkomsten tussen Robbe-Grillets hoofdpersoon A. en Madame Bovary zijn er niet, behalve misschien dat A. net als Emma geneigd is weg te vluchten in dromerige fantasieën en in de literatuur.

Aleid Fokkema, docent Engelstalige letterkunde aan de Universiteit Utrecht, begint haar bijdrage over `Postmoderne liefde' ook bij negentiende-eeuwse overspeligen als Anna en Emma. Ze citeert Tony Tanner, auteur van Adultery in the Novel (1979), die een duidelijk verband ziet tussen het belang van het gezin als maatschappelijk principe enerzijds en de verlokkende, gevaarlijke dreiging van overspel anderzijds. Volgens Tanner worden de de spannendste en allesverterende verliefdheden juist in de literatuur van de negentiende eeuw weergegeven, omdat er zonder obstakels geen driftig verlangen is. In onze tijd, waarin geëmancipeerde vrouwen het huwelijk op losse schroeven hebben gezet, zou het dus uit zijn met de verzengende hartstocht. Toch blijkt volgens Fokkema dat in postmoderne romans waarin de overspelige vrouw niet langer de passieve, kwijnende echtgenote is, maar een autonome, krachtige persoonlijkheid, ,,ruim baan wordt gemaakt voor het aanstekelijk beschrijven van de verschillende fasen van een buitenechtelijke verhouding''. Als voorbeeld neemt ze Doris Lessings schitterende roman Love Again (1995).

Sommige medewerkers aan dit overspelige nummer van Armada proberen hun bijdrage een actueel tintje te geven door de buitenechtelijke escapades van Bill Clinton erin te betrekken. Zo ook Cok van der Voort, docente Italiaanse letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Zij gaat in op het werk van Luigi Pirandello, waarin overspel een constante is. Pirandello zelf had een bizar huwelijk en er schijnen boeken te zijn volgeschreven over de autobiografische aspecten van zijn oeuvre. Volgens Van der Voort was zijn vrouw Antonietta krankzinnig: ze leed aan paranoia en verdacht haar man en dochter van een incestueuze verhouding.

Evenals in Aleid Fokkema's bijdrage wordt in dit verhaal over Pirandello goed duidelijk dat overspel de grootste opwinding veroorzaakt in samenlevingen waarin het huwelijk hoog staat aangeschreven. Het burgergezin, door Pirandello altijd sarcastisch aangeduid als `la famigliuola' (het gezinnetje), was de belangrijkste pijler van het Italië van na de eenwording, omdat er voor het nieuwe Italië nu eenmaal Italianen moesten worden gemaakt.

Ton Naaijkens, redacteur van Armada, schrijft over liefdesverraad bij Goethe en Musil. ,,Echtbreuk tastte de verhoudingen het meest aan in de negentiende-eeuwse context, iets dat ook wordt weerspiegeld in de literatuur. Overspel zorgt echter ook in andere tijden voor een patroon dat in de ene na de andere roman zijn dienst doet.'' Erg elegant geformuleerd is dit niet, maar Naaijkens compenseert zijn gebrekkige stijl met mooie observaties over Goethes Wahlverwandtschaften en Robert Musils Vereinigungen. Hij veronderstelt dat Goethes roman een antwoord was op de Liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos. Beide boeken gaan over de desastreuze gevolgen van overspel, maar Goethe moraliseert niet. Hij onttrekt zich volgens Naaijkens aan iedere maatschappelijke sanctionering ,,door te stellen dat mensen die tot elkaar worden aangetrokken, daaraan niet kunnen ontkomen omdat er met zoveel woorden sprake is van een natuurlijke en dus onontkoombare want chemische reactie''.

Wat een opluchting: we kunnen er niets aan doen, dat het vlees zwak is. Maar waar de redactie van Armada wel iets aan kan doen, is de stilistische kwaliteit van de bijdragen. Het is doodzonde dat zo'n mooi thema als overspel, behandeld door erudiete deskundigen, ontsierd wordt door ontrouw aan de taal: vrijwel alle artikelen staan vol met grammaticale fouten en onbegrijpelijke zinnen.

Armada, tijdschrift voor wereldliteratuur. Jaargang vier, nr 15, juni 1999. Uitg. Wereldbibliotheek. Prijs ƒ19,50.