Efficiënt en zwijgzaam

Vladimir Vladimirovitsj Poetin (46), interim-premier en als het aan Boris Jeltsin ligt toekomstig president van Rusland, is een beroepsspion zonder gezicht. De voormalige spion – hij werkte van 1975 tot 1990 voor de KGB – laat zich maar zeer zelden op de televisie zien en doet zijn mond ook maar zelden in het openbaar open. Misschien niet zonder reden: Poetin heeft de reputatie uitermate competent en efficiënt te zijn, een doener, en géén spreker. Een man die zijn baas trouw dient: Vladimir Poetin is loyaal tot het uiterste.

Poetin (hobby: worstelen) werkte vanaf zijn afstuderen aan de Leningradse rechtenfaculteit in 1975 tot 1990 voor het directoraat buitenlandse inlichtingen van de KGB, eerst in Moskou, later als spion in Duitsland. Hij nam afscheid van de geheime dienst in de rang van luitenant-kolonel. In 1990 werd hij adviseur van de voorzitter van de Leningradse gemeenteraad om een jaar later voorzitter van de gemeentelijke commissie voor buitenlandse relaties te worden.

Hij ontpopte zich in dienst van de liberale burgemeester Anatoli Sobtsjak als een harde werker, efficiënt, zwijgzaam, onmisbaar en loyaal, hetgeen hem de bijnaam `de grijze kardinaal' opleverde. Hij schopte het tot Sobtsjaks plaatsvervanger. Het blad Kommersant citeerde eens een medewerker die al in de vroeger jaren negentig concludeerde dat Poetin een voortreffelijke premier zou zijn. Dat hij als spion had gewerkt, stoorde Sobtsjak niet: ,,Hij is geen KGB-man. Hij is mijn leerling.'' Sobtsjak had de reputatie niemand te vertrouwen. Maar hij vertrouwde wel Poetin en beschermde hem ook toen een groep gemeenteraadsleden na een onderzoek tot de conclusie kwam dat Poetin de stad had benadeeld door vergunningen voor de export van metalen af te geven in ruil voor voedselleveranties die er niet kwamen.

In 1996, na de verkiezingsnederlaag van Sobtsjak, weigerde Poetin met de nieuwe burgemeester samen te werken (,,dat zou verraad zijn''). Later, toen Sobtsjak werd beschuldigd van ernstige misdrijven, bleef Poetin hem verdedigen: ,,We zijn vrienden.''

Zijn reputatie was in 1996 ruimschoots gevestigd: hij werd naar Moskou geroepen, naar de staf van president Jeltsin. De man die hem naar Moskou haalde was Anatoli Tsjoebais, de controversiële chef-hervormer, toen stafchef en intimus van Jeltsin. Hij maakte ex-KGB'er Poetin aanvankelijk chef van de controle-afdeling van de presidentiële staf, chef-waakhond dus. Daarnaast kreeg hij binnen de staf van Jeltsin de taak diens relaties met Ruslands 89 regio's te overzien. Als zodanig stelde Poetin zich bikkelhard op: als het aan hem lag, zouden die regio's niet meer bevoegdheden krijgen dan ze hadden. En veel lag aan hem, want de presidentiële staf is in veel opzichten machtiger dan de regering. Zijn nieuwe bijnaam: `de imperialist'.

In juli vorig jaar maakte Jeltsin hem hoofd van de geheime dienst FSB, de opvolgersorganisatie van de KGB. In maart werd hij daarnaast secretaris van Jeltsins Veiligheidsraad, als opvolger van de door Jeltsin ontslagen Nikolaj Bordjoezja. Maar zelfs in die laatste functie is Poetin de afgelopen maanden zo goed als onzichtbaar gebleven: een onopvallende man achter de schermen, een onzichtbare man. Een hardliner, in sommige opzichten. Niet in alle. Toen hem in maart dit jaar werd gevraagd wat hij zou doen om ,,de ruggengraat van de staat'' te verstevigen zei hij: ,,In het oude Rome werden zakkenrollers in het openbaar gestraft. Maar het grootste aantal zakken werd tijdens zulke openbare bestraffingen gerold. Het vergroten van het vermogen van de staat om macht uit te oefenen zal het probleem alleen niet oplossen.'' Maar wat dan wel de oplossing is zei Poetin er niet bij.