Dagestan kan nieuw Tsjetsjenië worden

Rusland is sinds zaterdag in de Kaukasische deelrepubliek Dagestan verwikkeld in de ernstigste crisis sinds het eind van de oorlog om Tsjetsjenië in 1996. De crisis spruit voort uit een catastrofale economische situatie, etnische spanningen en bemoeienis vanuit Tsjetsjenië.

Ze kwamen zaterdagochtend over de bergen, lange rijen gewapende mannen in camouflagepakken, Tsjetsjeense en Dagestaanse fundamentalisten, bebaard en bewapend, en bezetten in het Dagestaanse grensdistrict Botlich vier dorpen. Ze groeven zich in in loopgraven en wachtten af. De reactie kwam in de middag in de vorm van ijlings overgevlokenb Russische militairen en Dagestaanse politie. De noordelijke Kaukasus heeft er een nieuwe crisis bij, een met veel déjà vu.

De crisis komt niet onverwacht: Dagestan is al anderhalf jaar roerig, en al vorige week berichtten Russische media over plannen van Tsjetsjeense en Dagestaanse fundamentalisten om eind deze of begin volgende maand de hoofdstad Machatsjkala te bezeten.

Er bestaat in Dagestan ('Land van de Bergen') een vruchtbare voedingsbodem voor wanhoop, voor wrok en voor rebellie. De Russische deelrepubliek, 50.000 vierkante kilometer groot, met twee miljoen inwoners (van wie tachtig procent moslim), is de afgelopen tien jaar economisch en sociaal ten gronde gericht. Eerst was er de economische ineenstorting van Rusland zelf, later kwamen daar de kwalijke effecten van de oorlog in Tsjetsjenië bij.

De economische banden met de buurlanden Tsjetsjenië en Azerbajdzjan werden afgekapt. De levensader van Dagestan, de weg en de spoorlijn tussen de Azerbajdzjaanse hoofdstad Baku en Rostov aan de Don, is afgesneden. Slechts dertig procent van het economisch potentieel wordt benut.

Dagestan is een armenhuis in een heel verre uithoek van Rusland geworden, waar hervormingen zijn uitgebleven (hier hangen nog rode leuzen als `Leve het socialisme' en `Leve de Arbeid' op straat), waar veertig tot tachtig procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft en waar 56 procent van de jongeren werkloos is. Vorig jaar kwam 65 procent van de begroting uit Moskou, dit jaar is dat 87 procent. Alleen: Moskou heeft geen geld meer en de afgelopen maanden zijn er in Dagestan geen lonen, pensioenen en uitkeringen meer betaald.

Daar komt veel etnische conflictstof bij. Dagestan is een lappendeken van volkeren: er leven twaalf volkeren en 22 nationale minderheden en er worden dertig verschillende talen gesproken. De belangrijkste bevolkingsgroepen, de Avaren (een half miljoen zielen, onderverdeeld in achttien etnische groepen met elk een eigen taal of dialect), de Dargienen en de Koemyken (elk een kwart miljoen), de Lezgienen (200.000) en de Russen (165.000) liggen elkaar slecht. De Tsjetsjeense minderheid kan niet met de Laks overweg, de Russen niet met de Avaren, de Lezgienen niet met de Azeri. De Avaren maken met de Dargienen in het republikeins bestuur de dienst uit, en dat zet kwaad bloed bij de kleinere volkeren.

Het resultaat van de economische ineenstorting en de etnische conflicten is een volledig verdwijnen van de openbare orde: Dagestan is een kruitvat geworden waar banditisme en criminaliteit domineren en waar niemand zich zonder wapen op zak nog veilig voelt.

Dagestan is al onrustig sinds het einde van Tsjetsjeense oorlog in 1996. In mei vorig jaar raakten de ontwikkelingen in een stroomversnelling, toen een menigte de zetel van de Dagestaanse regering in Machatsjkala bestormde, na een vuurgevecht waarbij doden vielen aan de kant van de politie. Enkele dagen later bezetten fundamentalisten – zogenoemde wahhabi's – de dorpen Kara-Machi en Tsjaban-Machi en omgeving, riepen de onafhankelijkheid uit en voerden gewapenderhand de sharia, de islamitische wetgeving, in.

In augustus werd de belangrijkste islamitische geestelijke van Dagestan, de om zijn verzet tegen de wahhabi's bekende moefti Mohammed Aboebakarov, vermoord.

Begin september kostte een bomaanslag in Machatsjkala zeventien mensen het leven. Hoewel de fundamentalisten van Kara-Machi hun actie staakten, arresteerde de politie die maand Magomed Chatsjilajev, de leider van de Laks, een van de etnische minderheden, op de verdenking achter de onrust te zitten. Dat wekte onrust in Moskou, waar Chatsjilajevs broer lid van de Doema en voorzitter van de Russische Moslim-Unie is, maar ook in Tsjetsjenië, waar fundamentalistische krijgsheren met eigen legertjes tot hun beschikking openlijk met oorlog dreigden.

Sindsdien is het in Dagestan niet rustig meer geweest. Dit jaar hebben voortdurende schermutselingen langs de grens met Tsjetsjenië meer dan zestig mensen het leven gekost. In Dagestan en Moskou wordt geklaagd over infiltraties van Tsjetsjenen die hun islamitische revolutie exporteren en onrust stoken in het buurland.

In Moskou weet men zeker dat de opstand die zaterdag begon deel uitmaakt van iets veel groters: het zou gaan om een plan van tegenstanders van de gematigde Tsjetsjeense president Aslan Maschadov om, samen met Dagestaanse geloofsgenoten, een fundamentalistisch-islamitische staat uit te roepen op het gecombineerde grondgebied van Tsjetsjenië en Dagestan, waarbij vervolgens andere Noord-Kaukasische republieken als Ingoesjetië, Kabardino-Balkarië en Karatjai-Tsjerkessië (die zelf kampen met binnenlandse onrust) zich zouden moeten aansluiten. Een leidende rol zou daarin de Tsjetsjeense krijgsheer en oorlogsheld Sjamir Basajev (en uitgesproken tegenstander van Maschadov) spelen.

Basajev zou zijn eigen legertje inzetten in Dagestan. Ook troepen van een andere Tsjetsjeense oorlogsheld annex krijgsheer, Salman Radoejev, en van de Tsjetsjeense commandant van Jordaanse afkomst Chattab – leider van de wahhabieten, een puriteinse moslimsekte die in Tsjetsjenië president Maschadov het leven al geruime tijd zeer zuur maakt – zouden bij de strijd in Dagestan betrokken zijn.

Het scenario is verre van onzinnig: Radoejev en Basajev, mannen die zich van het gezag van Maschadov niets aantrekken en zijn positie voortdurend bedreigen, bemoeien zich al lang met de gang van zaken in Dagestan. Ze dreigden vorig jaar na de aanhouding van Laks-leider Chatsjilajev al openlijk met een oorlog tegen de Dagestaanse regering en hebben er de middelen voor.

Maar die Tsjetsjeense krijgsheren opereren zeker niet alleen: er is ook Dagestaans verzet. Dagestaanse fundamentalisten, geestverwanten van mensen als Basajev, worden geleid door Magomed Tagajev, die de jihad (heilige oorlog) tegen de ongelovigen heeft uitgeroepen en die uit is op een islamitische staat en het vertrek van de Russen.

Het is misschien voorbarig om te stellen dat er een grote oorlog in de noordelijke Kaukasus dreigt, maar het is duidelijk dat dat gevaar niet kan worden uitgesloten. ,,Rusland kan Dagestan verliezen'', aldus een sombere ex-premier Stepasjin vandaag.