Zigeuners in de knel in Kosovo

In Kosovo zijn de zigeuners massaal uit hun huizen verjaagd. Hun verdiende loon, menen de Albanezen, voor hun collaboratie met de Serviërs. Onterechte straf, zeggen de zigeuners. Is er meer aan de hand dan wraak alleen?

Filim Guga woont met zijn vrouw en vijf kinderen onder zeven houten latten en een plastic zeil. Hun toilet, een stinkend hok, staat aan de overkant van de weg. Filim Guga is een zigeuner, geboren in Djakovica, Kosovo. Zijn geboortehuis ligt op nog geen vijf minuten gaans van het tentenkamp. Lág, verbetert Guga snel, want enkele weken geleden is het pand in brand gestoken.

Murat Terziqi komt uit de stad Mitrovica, in het noorden van Kosovo. Hij woont met zijn vrouw en twee kinderen bij familie, elders in de stad. Zijn eigen huis is verbrand; de verwrongen metalen kozijnen hangen nog altijd naar buiten. Murat Terziqi is een Albanees en verbleef tijdens de NAVO-bombardementen in Mitrovica. ,,Mijn grootvader bleef, mijn vader bleef. Waarom zou ik dan vertrekken?'' Een groepje mannen gromt. ,,Jij kon blijven omdat je arm bent. De Serviërs waren niet geïnteresseerd in jou.''

Murat haat zigeuners. Dat komt zo. Tijdens de oorlog hebben de zigeuners samengewerkt met de Serviërs. Onder dekking van Servische (para)militairen intimideerden ze de Albanese bevolking, scheidden ze de mannen van de vrouwen en plunderden ze de huizen en de winkels om deze vervolgens in brand te steken.

Geweren hadden ze niet, zegt Murat. ,,De Serviërs hielden immers de wacht terwijl zij het vuile werk opknapten.''

Filim ontkent de verhalen. ,,Enkele zigeuners hebben zich misdragen. Hier, in Djakovica, was het een kleine groep. Na de komst van de NAVO zijn ze vliegensvlug vertrokken, met de Serviërs mee.'' Dan volgt een uiteenzetting over Roma-zigeuners en moslimzigeuners, zoals Filim zelf. Conclusie: ,,De Roma-zigeuners hebben al die misdaden begaan en wij moeten ervoor boeten.''

Die `boetedoening' bestaat onder meer uit een gedwongen verblijf in dit armzalige vluchtelingenkamp, dat wordt bewaakt door een handvol Italiaanse KFOR-militairen in hun tanks. In het kamp wonen enkele honderden mensen. Veertig zijn er al verdwenen, zegt Guga, meest mannen en jonge vrouwen. De zigeuners zijn ervan overtuigd dat zij zijn ontvoerd door het Kosovo bevrijdingsleger UÇK. Uit wraak.

Of is er misschien meer? De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch schrijft deze week in een rapport dat wraak niet alles verklaart. De Albanezen zouden domweg een etnisch zuiver Kosovo wensen.

Van oudsher minachten de Albanezen de zigeuners. Serviërs hebben daarentegen de reputatie op een licht neerbuigende wijze met zigeuners te sympathiseren. In Kosovo werden de Serviërs bij hun vertrek uitgemaakt voor `zigeuners', hetzelfde scheldwoord dat de Kroaten tegen hen gebruiken. Voor Serviërs is `zigeuner' vaak een geuzenwoord, ongeveer zoals de Ajax-hooligans zichzelf `joden' noemen.

De rol van het UÇK is dubieus. Met de mond veroordeelt de UÇK-leiding misdrijven tegen Serviërs en zigeuners, maar bij de ergste schendingen zijn volgens Human Rights Watch steevast UÇK-leden betrokken. En er is geen enkele indicatie dat het Kosovo Bevrijdingsleger tegen schendingen optreedt.

Overal in Kosovo zijn de zigeuners inmiddels uit hun huizen verjaagd. Sommigen zijn vertrokken naar Servië, maar worden aan de grens vaak teruggestuurd. Montenegro is een populaire bestemming: van daaruit kan men proberen met de hulp van mensensmokkelaars naar West-Europa te gaan. Onlangs verdronken enkele zigeuners tijdens een oversteek naar Italië.

Weer anderen wonen in vluchtelingenkampen. Hun huizen zijn verbrand, hun bezittingen vernield. In Mitrovica, niet ver van Murat Terziqi's huis, ligt de voormalige zigeunerwijk in as. Glas knispert onder de voeten, het tegelwerk in de keukens is aan stukken geslagen. Op straat ligt een familiefoto: een man, twee vrouwen en twee kinderen in hun zondagse kleding. Murat Terziqi en het groepje mannen weten het zeker: ,,De zigeuners hebben hun huizen zelf in brand gestoken, zodat de internationale gemeenschap de Albanezen zou beschuldigen.''

De Franse kapitein Bernard Bonneau – Mitrovica ligt in de Franse KFOR-sector – laat een luide lach horen. ,,De zigeuners hebben zulke grote vernielingen zeker niet zelf aangebracht. Ruim negentig procent van de zigeuners was al vertrokken bij onze aankomst.'' Dat was vijf dagen na de `bevrijding' van Kosovo, want de weg naar het noordelijke Mitrovica lag vol mijnen, zo verklaart de kapitein het oponthoud. De zigeunerwijk smeulde toen nog wat na.

Bonneau: ,,Sommige huizen brandden nog. Maar wij hadden geen brandweer. Bovendien hadden we andere zorgen.'' Bonneau doelt op de relatief grote Servische gemeenschap in Mitrovica. Zij verblijft nog altijd in de stad, slechts door een brug gescheiden van het Albanese stadsdeel.

Murat Terziqi heeft er een Albanese vriend bij gehaald om zijn relaas te ondersteunen. Irfan Sahiti, die tijdens de oorlog in de heuvels rond Mitrovica rondzwierf, zou met eigen ogen een massamoord door zigeuners hebben gezien. ,,Ze verzamelden elf mensen en slachtten ze af met kleine Russische bijlen.'' Zigeuners zouden ook zijn vader hebben bedreigd en al zijn geld hebben geroofd. ,,Voor de oorlog kon ik wel opschieten met de zigeuners. We waren geen goede vrienden, maar we zeiden goedenmorgen en goedenavond. Nu wens ik ze al het slechts van de wereld toe.''