TESTRIT: FERRARI 360 MODENA

Model nummer 163. Zoals Gerard Reve al 59 jaar in talloze varianten hetzelfde prachtlied van melancholie en verlangen zingt, Conny Palmen nog langer zal moeten zoeken naar die kwaliteit, zo tekent het ontwerpbureau Pininfarina al bijna vijftig jaar dezelfde autos voor de firma Ferrari.

Pininfarina en Ferrari, smeuïge namen, maar wat betekenen ze eigenlijk? Kleine Bakker en Smid, ruwweg vertaald. In wat voor auto rijdt jouw vader? In een Smid. Sommige woorden kunnen maar beter onvertaald blijven.

Het automerk Ferrari is een zorgvuldig gecomponeerde mythe. Het Ferrari-rood, de racesuccessen, het steigerend paard, dat alles is wereldwijd net zo bekend als Coca-Cola, Donald Duck, Elvis Presley. En dat voor een fabrikant die jaarlijks niet meer dan 3.500 wagens produceert.

Over een van haar werknemers wil ik het even hebben. Alleen al dat hoofd, met van die rancuneuze boerentrekken – zijn landgenoot August Sander fotografeerde al in het begin van deze eeuw op een nooit meer geëvenaarde manier zulke koppen. Die rijstijl, dat onfatsoen jegens medecoureurs, in een bandenmuur ploffen na de zoveelste brutale stuurmanoeuvre en vervolgens de schuld aan de techniek geven. Nee, autoracen was voor mij een bezigheid voor vrijgestelde heren met doodsverachting, moesten in een Ferrari gezeten ook nog voorzien zijn van een zuidelijke kop met een flinke bos krulhaar. Rookten bij de start onverstoorbaar filtersigaretjes en nipten na de finishvlag opgelucht aan verfrissende camparis. Dat ordinaire gedoe nu met die flessen champagne na afloop, de verveelde persconferenties met een petje op, Rintje Ritsmas, allemaal.

Nog even over boerentrekken. Ik heb eens een weggesaneerde keuterboer gekend die om in het door zijn brave ouders nagelaten boerderijtje te kunnen blijven wonen, een baantje nam bij een exportslachterij. Waar ik vakantiewerk deed. Overdag, en in een moordend tempo, hakte hij met een boswerkersbijl tweeduizend gescalpeerde varkens doormidden die, wijdbeens en dampend, voor hem bungelden aan de zich onverbiddelijk voortbewegende productielijn. 's Avonds lijmde hij – liefdevol en met de tong uit de mond – op de nog naar koeien riekende deel de bouwdozen van Ferrari's in elkaar. Honderden had hij er, allemaal eigenhandig roodgelakt en daarom misschien ook toen al sterk op elkaar lijkend.

Model nummer 163 staat nu voor me, de stofhoes is er afgehaald en ook deze Ferrari 360 Modena is gespoten in fabrieksrood. De spiegelende marmeren vloer van de showroom laat me indiscreet een volmaakt gladde onderkant zien. Aan de bovenzijde zijn er openingen, welvingen, gaten, roosters, er gaat misschien evenveel rijwind door de auto als dat er overheen gaat, downforce, het nieuwe toverwoord in de racewereld. Misschien het gemakkelijkst uit te leggen als een omgekeerd vleugelprofiel dat de geproduceerde lift tegen het wegdek drukt. Op topsnelheid levert de Ferrari formule-1 wagen zoveel downforce dat er dan tegen een denkbeeldig plafond gereden zou kunnen worden, zonder dat de wagen naar beneden zou storten. Roteer uw televisie eens 180 graden tijdens een Grand Prix en u begrijpt wat ik bedoel. Bij Rintje Ritsma volstaan 90 graden, om de verveling te verdrijven, of beter nog, zet het toestel uit.

Deze showroom is een bedevaartsplaats voor vaderlandse Ferrari-fanaten die er vaak een dagje sporen of fietsen voor over hebben om een poosje door de etalageruiten naar binnen te kunnen loeren. Worden daarna door de begripvolle firma Kroymans voorzien van een bidprentje in de vorm van een zelfgemaakte kleurenfolder met de voornaamste modellen. De kelder vol Ferrari-historie is helaas alleen toegankelijk voor aspirant-kopers en vaste klanten.

U denkt, wanneer begint-ie toch eens met rijden? U heeft gelijk, ik doe dit tenslotte allemaal voor u die waarschijnlijk nooit zal mogen of kunnen rijden in een Ferrari 360 Modena. Zit U goed? Ik duw de pook door het aluminium raamwerk, wat een geluid geeft van knappende ijsblokjes in een coctailmixer, geef gas en draai bij de eerstvolgende stoplichten van de Soestdijkerstraatweg naar rechts, de snelweg op. Het is dat ik weet waar de achtcilinder met 400 cavalli zich bevindt, want het orkestgeluid komt nu werkelijk overal vandaan. Cirkelzaag, hoestende hond, denderende trein, het geratel en gedreun van bierflesjes die op een lopende band worden gevuld, een leeuw die nagorgelt met mondwater. Het is een rijdende klankkast van aluminium met het prijskaartje van een Vinex-woning.

Mijn bezorgdheid over de moeilijkheidsgraad van het besturen slaat om in een beheerste overmoedigheid. Zingend neem ik enkele malen het nog lege verkeersplein Vianen, de snelheid na elke lus een stukje opvoerend, er gebeurt niets. Tot ik mezelf zie rijden over een zojuist verlaten viaduct, deze auto is sneller dan zijn schaduw. Passeer fluitend een wagen van de rijkspolitie die er na het inleveren van hun Porsches een stuk minder zelfverzekerd bij rijden. Laat de verdere dag mijn medeweggebruikers genieten van dit kunstwerk, neem de halve buurt mee voor een rondje, laat mensen een foto van elkaar achter het stuur maken, deel namens Kleine Bakker, Smid en meneer Kroymans gratis dierbare herinneringen uit.