Surfen op de telefoon

De mogelijkheden van mobiele telefonie breiden zich uit. Versturen van berichten gaat steeds sneller. En binnenkort kan de beller Internet-pagina's raadplegen op het beeldschermpje van zijn telefoon.

ongeren in Finland gebruiken hun mobiele telefoon steeds vaker om elkaar korte berichten te sturen. Dat is goedkoper dan bellen. In sommige Finse scholen is het gebruik van mobiele telefoons zelfs al verboden omdat de berichtendienst steeds vaker fungeert als spiekbriefje. Ook in Japan is de Short Message Service (SMS) een rage aan het worden. De Japanse taal is verrijkt met een nieuw woord: `bell-tomo', iemand aan wie je een bericht stuurt.

Ook in Nederland wordt intensief gebruik gemaakt van de mobiele berichtendienst. Zo worden tegenwoordig filemeldingen, beurskoersen, voetbaluitslagen en zelfs moppen via de GSM verzonden. Maar het blijft behelpen. Met SMS kunnen berichten van slechts 160 cijfers of letters worden ontvangen of verzonden. Meer capaciteit is niet beschikbaar. Inmiddels zijn er al wel mobiele telefoons waarmee het Internet kan worden verkend, maar ideaal is anders. Het huidige GSM netwerk ondersteunt namelijk zeer lage transmissiesnelheden tot 9,6 kilobit per seconde. Standaard modems zijn tegenwoordig vier keer sneller. De telecomindustrie realiseert zich die beperking maar al te goed. Al was het maar omdat het aantal mensen dat gebruik maakt van mobiele telefoons veel groter is dan het aantal Internet-gebruikers. Een groot deel van de bellende bevolking zou dus toegang tot Internet-diensten kunnen worden geboden. Vandaar dat de capaciteit van het GSM netwerk de komende jaren drastisch zal worden uitgebreid. In eerste instantie gebeurt dat met een technologie die High Speed Circuit Switched Data (HSCSD) wordt genoemd. Daarmee kan de huidige transmissiecapaciteit worden opgerekt tot 14,4 kilobit per seconde. Dat is nog altijd erg langzaam, maar snel genoeg voor de ontvangst van e-mail. Door telecommunicatiekanalen te bundelen zijn snelheden tot 57,6 kbps mogelijk.

Er is echter een tweede technologie op komst, General Packet Radio Services (GPRS), waarmee het GSM-netwerk een volwaardige pakketgeschakelde dienst wordt zoals Internet: data en spraak worden vanaf dat moment in de vorm van kleine pakketjes verstuurd. In combinatie met een nieuwe modulatietechniek, moet GPRS snelheden tot 400 kilobit per seconde ondersteunen. Dat is bijna vijf jaar zo snel als ISDN, het digitale telefonienetwerk waarmee Internet-gebruikers vertrouwd zijn.

GPRS zal vermoedelijk pas volgend jaar worden geïntroduceerd, maar er hoeven in elk geval geen aparte zenders voor te worden gebouwd. Dat is wel het geval met de derde generatie mobiele telefonie, kortweg G3. G3-netwerken zullen overwegend gebruik maken van het Universal Mobile Telecommunications Systems (UMTS) protocol, waarvoor aparte licenties zullen worden verstrekt. In Nederland gaat dat eind 1999 gebeuren. UMTS ondersteunt in stedelijke gebieden snelheden tot 384 kilobit per seconde en binnen gebouwen is de capaciteit nóg hoger: 2 megabit per seconde, tweehonderd maal de transmissiesnelheid van GSM. Vanwege de forse investeringen zullen exploitanten van UMTS-diensten zich in eerste instantie hoofdzakelijk richten op zakelijke gebruikers. Niemand weet trouwens nog goed welke diensten via UMTS aangeboden zullen worden, maar het zal zeker niet alleen spraak zijn. Een andere onzekerheid is of er een wereldstandaard komt voor G3-netwerken. GSM mag dan in 132 landen gebruikt worden, in de Verenigde Staten en Japan gelden weer heel andere standaarden voor mobiele telefonie. Voor de breedbanddiensten is in Europees verband de nieuwe zend- en ontvangsttechnologie Wideband CDMA tot standaard gekozen, maar elders zullen afwijkende varianten worden ontwikkeld. De International Telecommunications Union werkt wel aan een raamwerk waarbinnen huidige standaarden naast elkaar kunnen bestaan. De fabrikanten kunnen dan toestellen ontwikkelen die al deze standaarden tegelijk ondersteunen.

BELASTEN

Voor de exploitatie van interactieve diensten zijn telecombedrijven echter niet aangewezen op UMTS. Ze kunnen met het eerder genoemde GPRS ook heel goed uit de voeten. Om Internet en GSM te integreren hebben de fabrikanten Nokia, Ericsson, Motorola en het softwarebedrijf Phone.com het Wireless Application Protocol (WAP) ontwikkeld. Daarmee kunnen Internet-pagina's leesbaar op het beeldschermen van mobiele telefoons en zakcomputers worden weergegeven. Om het netwerk niet onnodig te belasten, worden omvangrijke audiobestanden en grafische afbeeldingen niet weergegeven. Voor WAP-diensten moeten de Webpagina's overigens wel worden aangepast. Momenteel worden Internet-pagina's geschreven in de zogenoemde Hypertext Markup Language (HTML). Voor WAP is behalve een aparte browser de van HTML afgeleide markeertaal Wireless Markup Language (WML) of het veel rijkere XML vereist.

De eerste WAP-telefoons en zakcomputers komen dit najaar al op de markt. Zo heeft Nokia de 7710 ontwikkeld, een mobiele telefoon met een afwijkend beeldscherm en een soort wielmuis waarmee snel door Webpagina's kan worden genavigeerd. Ericsson heeft WAP-diensten aangekondigd voor zijn nieuwe palmcomputer MC 218. Met dit apparaatje kunnen gebruikers CD's bestellen, een restaurant uitzoeken of het laatste nieuws opvragen. CNN heeft een speciale WAP-nieuwsdienst opgezet. Gaandeweg zullen dergelijke diensten steeds interactiever worden. Zo werkt Nokia samen met Visa International en MeritaNordbanken aan een proef, waarbij men de mobiele telefoonproducten kan bestellen en betalen.

Uiteindelijk moet de mobiele telefoon een soort slimme vraagbaak worden die gebruikers kan helpen bij het boeken van bijvoorbeeld vakantievluchten. Fabrikanten als Nokia en Ericsson hebben al tekeningen laten maken van dergelijke multifunctionele telefoons.

Het WAP-protocol kan rekenen op de steun van zo'n negentig bedrijven die 75 procent van de markt voor mobiele telefonie vertegenwoordigen. Dat betekent dat zo'n 100 miljoen mobiele bellers gebruik kunnen maken van de diensten. Er zal vermoedelijk ook een heel nieuwe tariefstructuur worden ontwikkeld, waarbij niet per seconde, maar per ontvangen of verzonden bit (binaire eenheid) wordt afgerekend. In Europa zal France Telecom als eerste WAP-diensten introduceren. Maar er lopen ook al proeven bij T-Mobil in Duitsland, Europolitan en Telia in Zweden en Orange in Engeland. Binnen twee jaar worden WAP-diensten ook in ons land verwacht.