Ontmaskerd

,,De mythe is doorgeprikt'', reageerde Jos Hermens, de Nederlandse atletiekmanager op de ontmaskering van Linford Christie als notoir dopegebruiker. Hermens is een positovo: ,,De zaak-Christie bewijst dat in Europa een serieus anti-dopingbeleid wordt gevoerd. Zelfs een grootheid als Christie wordt niet gespaard. Ik heb sterk de indruk dat ze in andere delen van de wereld, met name in Amerika, wat minder overtuigend de strijd tegen doping aangaan.''

Europa als bakermat van het puritanisme in de sport? Het is wel een heel kinderlijke voorstelling van Jos Hermens. Als atletiekmanager zou hij beter dan wie ook kunnen weten dat in de Moeder aller Sporten de meeste kampioenen op anabolen en testosteron zijn gebouwd. Ook in Europa.

In de atletiekwereld was de geloofwaardigheid van Christie sinds de Spelen van Seoel niet bepaald onverdeeld. Hij werd in 1988 al betrapt op het gebruik van ephedrine, maar wist zich toen nog uit de beklaagdenbank weg te smoezen met een verhaaltje over het drinken van ginseng thee. Zou Linford ooit wielrenner zijn geweest?

Ook nu houdt de Britse veteraan zijn onschuld staande: ,,Wat heb ik te winnen door op mijn leeftijd dope te gebruiken? Ik heb een eigen kinderprogramma bij de BBC, ik coach jonge atleten, ik heb meer sponsors dan tijdens mijn actieve loopbaan.'' Alweer die vermoorde onschuld.

In de media is het beeld ontstaan dat alleen de wielersport is aangevreten door het dopingvirus. Kogelstoters, sprinters, hordenlopers zien er weliswaar ook uit als vleesgeworden kleerkasten, maar dat wordt gemakshalve op rekening geschreven van intensieve trainingen in het krachthonk. Atletiek is een hogere wereld dan wielrennen. Daar heerst de baroniementaliteit. De IAAF is een Rotary-gezelschap dat zich hoog verheven voelt boven de kermisbazen die zich in en rond het peloton ophouden en zelfs boven de skyboxers in de voetbalstadions.

Atleten profiteren mee van het elitaire zelfbeeld. Ja, Ben Johnson is ooit gepakt op doping, maar de Canadese sprinter was ook zo'n schlemiel. Een bastaard, zeg maar. In maniertjes en bobogevlei kwam hij nog niet tot aan de enkels van zijn rivaal Carl Lewis. Gekke Ben was meer het slachtoffer van zijn komaf dan van de spuit. Tussen de IAAF en de topatleten bestaat er zoiets als een herenakkoord, maar Ben Jonhnson had de pech dat hij niet had doorgeleerd voor mijnheer.

Ook het IOC kijkt met een ander oog naar de atletiekwereld dan naar wielrenners en voetballers. Voor deze superbobo's zijn winnaars van de 100 meter of de marathon - de edele afstanden - quasi bij voorbaat onverdacht. Een gewichtheffer die tegen de dopinglamp loopt, raakt hun kouwe kleren niet, maar in het type Carl Lewis menen ze de atletische chique van zichzelf te herkennen. En dus: handen af van Carl Lewis.

De IAAF verwijst graag naar de vliegende controles als bewijs van haar fanatieke jacht op doping. Het is een zelfbedachte leugen. Die vliegende controles zijn uiterst selectief en de meeste atleten weten altijd wel een ver en vreemd land te vinden waar ze hun eigen onzichtbaarheid kunnen creëren. Ik ken er die wel tien keer per jaar naar Lanzarote gaan. Nou, in die woestijn kom je weinig functionarissen van de olympische bonden tegen. Zuid-Afrika blijkt ook erg in trek te zijn bij atleten in de preparatiefase.

Nagenoeg gelijktijdig met de ontmaskering van Linford Christie kwam het bericht dat dat Javier Sotomayor betrapt was op sporen van cocaïne. Toen ik het las, bloedde mijn hart. Mooier dan de Cubaanse hoogspringer kan een atleet niet zijn. Ik pleit clementie voor Sotomayor, al was het maar omdat hij met de meest aandoenlijke uitleg kwam ooit door een atleet verzonnen: ,,Ik heb geen verboden middelen nodig. Ik kan over 2,30 meter springen zonder de nacht te hebben geslapen.''

De Cubaan sprak verder de taal van zijn oervader. Hij was het slachtoffer van een complot en cocaïne kende hij alleen uit Amerikaanse films. Javier en Fidel: de revolutie blijft groter dan het leven.

Jos Hermens heeft aan aantal hardlopers in zijn managersstal. Hij kent dus zijn pappenheimers. Maar zo te horen is hij al even naïef als Cees Priem. Dat Katrin Krabbe slikt, heeft hij altijd geweten. Van Stella en Ellen weet hij het niet.