Omzet Unilever blijft achter bij winstgroei

Unilever verraste gisteren met een hogere winst dan was verwacht door analisten. Wel een probleem blijft de groei van de omzet, die afgelopen kwartaal te lijden had van problemen in Oost-Europa en Latijns Amerika.

Levensmiddelenconcern Unilever heeft de trage start van het jaar goed gemaakt in het tweede kwartaal. Vooral het eindeloze reorganiseren, samenvoegen of sluiten van fabrieken in Europa en Noord-Amerika werpt nog steeds vruchten af. De marge, het bedrijfsresultaat als percentage van de omzet, steeg dit kwartaal tot ongekende hoogte. Vorig jaar was die marge 9,3 procent, afgelopen kwartaal kwam die uit op 10,5 procent. Unilever slaagde er wederom in een hogere winst te persen uit een min of meer gelijk volume.

,,De piek van de opbrengsten van die reorganisaties valt dit jaar'', zegt analist David Kerstens van ABN Amro. ,,Daarna zullen de extra bijdragen in de winst langzaam afvlakken. Op de langere termijn is het daarom de vraag hoe Unilever de omzet gaat verhogen.''

De jaren negentig zijn voor Unilever de jaren van herstructureren geweest. Er zijn, vooral in Europa, tientallen fabrieken gesloten. De operatie is grotendeels achter de rug in de divisie huishoudelijke en persoonlijke verzorging (wasmiddelen als Omo, zeep van Dove en Andrélon-shampoo), maar is nog volop bezig in de voedingsmiddelen (ijs, thee en sauzen). Er moet bijvoorbeeld nog een aantal margarine-fabrieken dicht.

,,De margeverbetering was en blijft de drijvende kracht van Unilever'', zegt analist Gerard Rijk van ING Barings. ,,Daar valt ook nog wel wat te verwachten. In voeding zijn ze net begonnen, dat loopt een paar jaar achter op de rest.''

Unilever is zich bewust van het probleem dat margegroei aangevuld moet worden met omzetgroei. ,,De toekomstige winstgroei komt niet uit margeverbetering'', kondigde de nieuwe topman, Anthony Burgmans, vorig jaar aan in een interview in deze krant, ,,maar uit de groei van wat wij de topline noemen, de omzet. Het geld dat we verdienen met die betere marges, gebruiken we voor de introductie van nieuwe merken en producten, van innovaties.''

Toch bleef de groei het afgelopen kwartaal nog fors achter bij die van concurrenten als het Zwitserse Nestlé, het grootste voedingsconcern ter wereld, en het Franse Danone (zuivel, mineraalwater en bier). De volumegroei van Unilever, gemeten in dozen Omo en kuipjes Becel, was 1,3 procent. De volumegroei bij Danone was het dubbele (2,6 procent) en bij Nestlé zelfs 4,6 procent. Door prijsverhogingen van 2 procent en een positief effect van 0,2 procent door overnames steeg Unilevers omzet (de som van volume, prijs en overnames) met 3,5 procent.

Overigens was de volumegroei van Unilever sterk verdeeld over de wereld. In West-Europa steeg het volume met 2,0 procent, maar in geheel Europa daalde het met 0,9 procent door de uitwerking van de crisis in Rusland (augustus vorig jaar) en de rest van Oost-Europa. Ook in Latijns Amerika zorgde de devaluatie van de Braziliaanse munt in februari voor een dalende afzet van 3,1 procent. Daar stonden sterke stijgingen in Noord-Amerika (4,2 procent), Afrika en het Midden-Oosten (7,2 procent) en Azië/Pacific (6,7 procent) tegenover.

Door de verbeterde marges steeg met name het bedrijfsresultaat (plus 18 procent) veel harder dan de omzet. De nettowinst bleef daar weer bij achter door een voorziening van 155 miljoen gulden voor, hoe kan het anders, nieuwe reorganisaties.

Voor het huidige kwartaal zullen de vergelijkingen met concurrenten waarschijnlijk gunstiger uitpakken. Vorig jaar vielen bijvoorbeeld de ijsverkopen in Europa tegen door het slechte zomerweer, terwijl de maand juli nu lekker warm was. Het negatieve effect van 350 miljoen gulden op de ijsomzet in het derde kwartaal vorig jaar, zou dit kwartaal wel eens hetzelfde effect de andere kant op kunnen hebben.

Ook valt de vergelijking in Oost-Europa vanaf nu gunstiger uit. In de eerste helft van 1998 reed Unilever nog honderden vrachtwagens vol pakjes margarine naar Rusland, maar na augustus klapte die afzet in elkaar.