`Ministers moeten voor alles verantwoordelijk blijven'

Secretaris-generaal Geelhoed wil de ministeriële verantwoordelijkheid beperken tot structurele problemen. Slecht plan, vinden hoogleraren staatsrecht. Want wat is een structureel probleem?

Hoogleraren staatsrecht reageren sceptisch op het voorstel van secretaris-generaal A. Geelhoed (Algemene Zaken) om de ministeriële verantwoordelijkheid te beperken.

Gisteren werd bekend dat Geelhoed, de rechterhand van premier Kok, in maart vorig jaar in een interne notitie ervoor heeft gepleit om ambtenaren een deel van de huidige politieke verantwoordelijkheid over te laten nemen. Geelhoed stelt dat ministers in de Tweede Kamer alleen nog verantwoording zouden moeten afleggen voor structurele problemen bij de uitvoering van beleid. Voor op zichzelf staande incidenten bij de beleidsuitvoering zouden alleen ambtenaren verantwoording moeten afleggen, meent Geelhoed.

,,Daarmee kom je altijd in definitieproblemen'', zegt de Groningse hoogleraar staatsrecht A. Postma. ,,Want wat is een structureel probleem en wat is een incident? De verleiding voor ministers om iets als een incident te definiëren wordt dan wel heel erg groot. Dat roept nogal wat problemen op.''

Postma wijst erop dat de ministeriële verantwoordelijkheid niet betekent dat de minister iets persoonlijk te verwijten valt, maar louter dat hij de verantwoordelijkheid draagt. Postma: ,,In de negentiende eeuw wisten ministers al niet precies wat ambtenaren deden. Maar als je minister wordt, betekent dat dat je verantwoordelijk kan worden gesteld voor fouten die anderen maken. Dat heeft niets met schuld te maken. Het is een risico dat erbij hoort.'' Iets anders is of de Kamer daarbij de vertrouwenskwestie in de relatie met de minister moet stellen, aldus Postma.

Ook volgens de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht E. Alkema zitten er veel haken en ogen aan het voorstel van Geelhoed. Hij vraagt zich af of het parlement wel voldoende weerwerk zal kunnen bieden, als topambtenaren met hun grote technische kennis zelf verantwoording mogen afleggen in de Tweede Kamer.

Alkema wijst er voorts op dat in het Nederlandse parlementaire stelsel niet de regering, maar de volksvertegenwoordiging zelf bepaalt met wie de Kamer wil spreken. ,,Het parlement kan dan altijd nog beslissen of het de minister wil zien.'' Daarnaast vraagt Alkema zich af of Nederland ook in Europees verband wel zou kunnen besluiten tot zo'n ingrijpende wijziging van de organisatie van de staat. Nederland zou dan flink uit de pas gaan lopen in Europa.

E. Jurgens, Eerste-Kamerlid (PvdA) en hoogleraar recht van het parlementair stelsel in Maastricht, ziet niets in het idee van Geelhoed. Ook hij wijst erop dat verantwoordelijkheid en verwijtbaarheid vaak worden verward, als het om de ministeriële verantwoordelijkheid gaat. ,,Dat is een fout die ook in de Tweede Kamer veel wordt gemaakt.''

Jurgens zou het een slecht idee vinden om ambtenaren verantwoording in de Kamer te laten afleggen. ,,Dan krijgt de Kamer dus te maken met verschillende personen. We hebben al moeite om de minister en de staatssecretaris op een lijn te houden.'' Een andere kwestie is of de minister altijd kan weten wat er in de lagere regionen van zijn departement gebeurt. ,,Maar dat is een bestuurskundig probleem en geen politiek probleem. Daar hebben de secretarissen-generaal ook een taak.''