Losmaken van het bestaande

Wat hebben een parfum voor jonge moeders, een zadeltas voor honden en een huis-aan-huis kunstexpositie met elkaar gemeen? Dat het nieuwe fenomenen zijn, pas kortgeleden door iemand bedacht en dat ik er in respectievelijk het Parool, de Consumentengids en de Volkskrant over las tijdens één van de afgelopen zomerse weekends. Het geheel gecomplementeerd door een mooi stuk van Vincent Icke in deze krant over het zoekproces naar nieuwe kennis in de wetenschap. Er zijn van die leesweekends.

Op ideeën komen voor het maken van het nog niet bestaande of voor het te weten komen van het al wel bestaande, maar nog niet gekende, hoe gaat dat? Uitvinden van wat nog niet is of ontdekken van het nog onbekende, twee verschillende processen, die echter alletwee te maken met een hé-gevoel, waardoor nieuwsgierigheid wordt aangewakkerd. Hé, omdat iets niet klopt, er iets ontbreekt, er sprake is van een opvallende gelijkenis of wat dan ook. In ieder geval moet de uitvinder of ontdekker getroffen worden door iets. Daarom begint het, denk ik, allemaal met een scherp waarnemingsvermogen. Je moet het ook in je hebben om getroffen te kùnnen worden.

Ariane Inden, de oprichtster van een buitengewoon prettig cosmeticahuis, vertelde in het Parool hoe zij zich tijdens haar zwangerschap opeens realiseerde dat als haar kind er eenmaal was zij haar parfum niet meer op zou kunnen doen, omdat de meeste geuren te sterk en dus onaangenaam zijn voor baby's.

Dat zou je het hé-moment kunnen noemen. Gevolgd door de nieuwsgierigheid of er dan niet iets `lichts, subtiels en natuurlijks' te bedenken zou zijn. Icke zou dat `de wil om te zoeken' noemen. Daar is vervolgens in een laboratorium aan gewerkt tot Ickes `sprong naar de vondst': bij wijze van spreken nog een vleug viooltjes erbij en het parfum Alec, genoemd naar haar zoontje, wàs er.

De uitvinder van de zadeltas voor honden werd in de Consumentengids niet genoemd. Ook over het ontstaansproces weet ik niets. Zag hij tijdens een vakantie ezels met hun last aan weerszijden, of kamelen met hun tassen wellicht?

En werd hij getroffen door een ernaast lopende hond die niets droeg? Zag hij een oude afbeelding van een hond als trekdier en dacht hij `maar goed dat dat verboden is', gevolgd door de gedachte `maar een lichte last zou toch wel kunnen'. Iets dat niet zwaar is, maar tijdens een lange wandeling wel veel plaats inneemt in de rugzak van het baasje?

Sonja Besselink, de initiatiefneemster van Kunst op Kamers vertelde in de Volkskrant niet hoe haar idee ontstond om in het dorp De Rijp een weekend lang vrijwel huis aan huis kunst ten toon te stellen. Maar het kan haast niet anders dan dat het op één of andere manier is begonnen met de waarneming dat musea en galeries voor veel mensen net een drempel te hoog hebben om naar kunst te gaan kijken. Beeldende kunst hoort ook eigenlijk in de directe leefwereld thuis, niet zo afgezonderd. De `vondst' is dan bewoners vragen hun huiskamers, gangen en werkplekken beschikbaar voor kunstwerken en open voor bezoekers te stellen. Kunst in gewone, onmiddellijk herkenbare omgevingen. Degenen die er waren geweest en die ik achteraf sprak waren enthousiast. Ook staatssecretaris Van der Ploeg zal blij zijn met deze uitvinding.

Icke legt er in zijn artikel de nadruk op dat zulke vernieuwende denkprocessen niet tot stand kunnen komen langs lijnen van bestaande regels: ,,het is onmogelijk iets wezenlijks te ontdekken door het volgen van een systeem.'' Je moet je daar juist van kunnen losmaken, in gedachten dwars tegen het bestaande en bekende durven ingaan. Daarom viel het me op dat hij het woord fantasie niet gebruikt.

Fantasie staat in het algemeen niet zo hoog aangeschreven. Hoogwaardig denken houdt zich aan de feiten. Maar is dat zo? Volgens mij is fantaseren een belangrijke manier van denken, waarbij je wel degelijk je verstand gebruikt. Fantasie is geen vervalsing of verminking van de werkelijkheid, maar een verrijking ervan. Een innerlijke voorstelling van iets dat men kent, wordt in gedachten veranderd tot iets wat men in het echt nooit heeft gezien of meegemaakt. Men gaat zich voorstellen hoe iets zou kùnnen zijn. Zo worden al fantaserend uitvindingen en ontdekkingen gedaan. Fantasie is dan ook niet los te zien van intelligentie. Wie een beeldende fantasie heeft maakt al denkend veel veranderingen en nieuwe combinaties in wat hij al weet op grond van ervaring. Hoe zouden wij nu leven als mensen in de loop van de evolutie niet de beschikking hadden gekregen over de denkmogelijkheid `doen alsof'? In ieder geval zonder babyvriendelijk parfum, hondenzadeltassen en huis-aan-huis kunstexposities. Want om op een nieuw idee te komen moet je je in gedachten los kunnen maken van het bestaande.