Demente kat

Het ergste is het klagelijke gemauw 's nachts. Als een wolf die tegen de maan loeit, zo loopt onze dertienjarige Perzische poes in de nachtelijke uren luid mauwend door het huis. Waarschijnlijk volkomen gedesoriënteerd wakker geworden – waar is iedereen? – op zoek naar houvast in de vorm van een bekende stem of silhouet.

Goed zien kan ze niet meer. Het was wegens haar ogen dat we met haar naar de dierenarts gingen. Het goudbruin begon koffiebruin te worden. Bovendien begon ze niet op, maar naast de bank te springen. Staar was de eerste diagnose van de dierenarts, dementie zijn tweede. Nooit bij stilgestaan dat ook beesten dement kunnen worden.

Nu krijgt ze blikken zoutarm kattenvoer van vier gulden per stuk – `maar je doet er veel langer mee', zegt de man van de dierenwinkel.

Het oog ziet er beter uit, maar de blik is onmiskenbaar veranderd: tussen poes en wereld zit ruis. Steeds meer ruis. Elke verandering zorgt voor onrust: een stoel die anders staat wordt argwanend bekeken, een zoemende bij die buiten haar pad kruist doet haar verstenen van schrik. Terwijl andere katten als ze schrikken hard weglopen, heeft een Pers de neiging zich plat op de grond te drukken. Al meermalen heb ik zo bijna mijn nek gebroken als ze besloot dat vlak voor mijn voeten te doen.

Gek genoeg wordt ze nooit te grazen genomen door de oorlogszuchtige buurkatten. Terwijl onze andere kat complete veldslagen levert, dwarrelt zij er tussendoor alsof ze helemaal geen kat is. En eigenlijk is ze dat ook niet: ze is een Pers, bedoeld om mooi te zijn op tentoonstellingen. Ooit, bij haar vorige baasje toen ze nog Vanessa heette, was ze mooi. Nu is ze oud en dement en heet ze Frutsel en loopt ze 's nachts luid te mauwen.