De Poor Man's Mac

DE MACINTOSH was een revolutie en eigenlijk wilde iedereen er een hebben, maar hij was duur. Verschillende concurrenten wierpen zich in het gat dat Apple zich niet verwaardigde te dichten. Commodore was er één, met de Amiga's, een serie computers die populair werd onder beeldbewerkers. De andere was Atari.

De populairste computer die Atari op de markt heeft gebracht was de 1040 ST. Qua `look and feel' was hij helemaal gepikt van de Mac, maar in 1987 kostte hij nog geen 2.000 gulden, terwijl het bij Apple zo ongeveer begon bij het dubbele. Het schermbeeld was keurig nagemaakt: een zwartwit beeld met een menubalk aan de bovenrand, waar op een klik van de muis de lijsten met keuzemogelijkheden als rolgordijnen omlaag kwamen. Ikonen stonden voor schijven en mappen, vensters vertoonden hun inhoud. Klikken, dubbelklikken, slepen, alles was precies hetzelfde als bij de Macintosh. Alleen: als de computer bezig was vertoonde de Atari een bijtje. Bij de Mac was dat een horloge. Dat was het meest zichtbare verschil. De Atari 1040 ST was met recht een `Poor Man's Mac', zoals hij, meestal liefkozend, werd genoemd.

``Het was het eerste ding met windows dat goedkoper was dan de Mac'', bevestigt Jeroen Fokker, destijds student wiskunde, nu docent informatica. Hij benadrukt dat hij `windows' bedoelt zonder hoofdletter: het gaat om een intussen verdwenen besturingssysteem dat bestanden en programma's in vensters vertoont, niet om het huidige monopolieproduct van Microsoft. Fokker verruilde in 1987 zijn Sinclair Spectrum voor een Atari vanwege het systeem met de vensters. ``Ik weet nog de thrill die ik voelde toen ik 'm uitpakte, omdat er een muis bij zat. Dat wist ik natuurlijk van tevoren, maar het was toch iets heel bijzonders. Wat ik geweldig vond was de aanblik van de muiscursor op dat haarscherpe grafische scherm. Tot dan toe was ik het beeld gewend van een homecomputer die op de tv was aangesloten. En op pc's gebruikte iedereen nog DOS. Het speelde trouwens ook een rol dat de Atari op het computerprakticum gebruikt werd, en dat veel van mijn vriendjes er een hadden. Wat je omgeving heeft, wil je zelf ook. Zo is de logica-wereld nog steeds Mac-georienteerd.''

De Atari had het voor die tijd fenomenale geheugen van 1 megabyte. Intussen is 32 MB standaard en 64 heel gebruikelijk. Voor opslag gebruikte het apparaat de diskettes van 3,5 inch die door Apple waren geïntroduceerd. Bij grote programma's (bijvoorbeeld WordPerfect) moest je geregeld de diskette verwisselen om te kunnen printen, een synoniemenlijst te raadplegen, of je werk op te slaan. In 1989 had Jeroen Fokker daar genoeg van en kocht hij een harde schijf. Formaat royaal koekblik; 30 megabyte voor 1.000 gulden. Nu heb je voor 400 gulden 8.000 MB op een schijf ter grootte van een pakje sigaretten.

Fokker gebruikte de Atari niet alleen voor tekstverwerken maar ook voor programmeren. Onder andere schreef hij een database voor entomologen, die verspreidingskaartjes kon maken van waargenomen kevers. Het grafische scherm kwam daarbij goed van pas. In een Windows-versie wordt het programma nog steeds in dat vak gebruikt. En hij maakte een programma voor 31-toons muziek (het enige fysieke 31-toons instrument is een orgel in Teylers Museum in Haarlem), dat overigens geen grote verspreiding kreeg. ``Daar deed ik het ook niet voor.''

Fokker: ``Nu is de eerste de beste geluidskaart beter, maar de Atari was de eerste computer waar meer uit kon komen dan een simpel piepje. Er zat een 3-kanaals sythesizer in en dat vonden we toen heel bijzonder.'' De muziekmogelijkheden van de 1040 ST waren zo goed, dat professionele en semi-professionele musici er nog steeds gebruik van maken. Sommige hebben nooit van hun trouwe computertje afscheid willen nemen, omdat daar geen speciale reden voor is. Maar de in Nederland wonende Amerikaan Bob Freeman, professioneel maker van filmmuziek, heeft zijn eerste Atari pas drie jaar geleden gekocht. ``De Atari is een prima muziekcomputer en is compatibel met het bekende muziekprogramma Qbase. Ik gebruik er twee: een computer voor het linker stereokanaal, de andere voor rechts. Zo heb ik beter overzicht. Voor opdrachten, muziek die functioneel moet zijn, is dat ideaal. Voor mijn eigen muziek gebruik ik een ander systeem.'' Freeman heeft er een harde schijf bij, maar niet omdat dat noodzakelijk is: ``Het is wel leuk, maar het kan ook met diskettes.'' Behalve voor muziek gebruikt hij de Atari voor tekstverwerking met de Atari-versie van WordPerfect, in combinatie met een ouderwetse snerpende matrixprinter.

Een van de voordelen die de Atari 1040 ST had, was dat hij diskettes van een pc kon lezen en beschrijven. De Mac kon dat niet (Apple heeft dit euvel al geruime tijd geleden verholpen). Met een speciaal programma, een emulator, kon je de Atari zich laten gedragen als een MS-DOS-machine, als een pc dus. Weliswaar werd hij er ongelooflijk langzaam van, maar het ging. Op deze manier was het mogelijk bestanden en programma's met pc-gebruikers uit te wisselen, een niet te onderschatten voordeel. Er ook een programma dat de Atari `verkleedde' als Macintosh, maar schijven voor de Mac waren onleesbaar voor de Atari-diskdrive, zodat deze vermomming in de praktijk weinig waarde had.

Jeroen Fokker speelde ook spelletjes op zijn Atari. ``Leisure Suit Larry 2 is het laatste computerspel waaraan ik verslaafd ben geweest. Dat was zo'n adventurespel, waarbij je door een doolhof zwierf en steeds gereedschap en dat soort dingen moest meenemen om in een later stadium te gebruiken. Op fietsvakantie in Griekenland, kreeg ik van een inwoner van een bergdorpje een keer een paar tamme kastanjes toegestopt. Tonkedie-ding-dong, ging meteen de tune door mijn hoofd: bewaren, die kastanjes, die heb je twee schermen later vast ergens voor nodig.'

Atari slaagde er niet in opvolgers te maken met dezelfde aantrekkingskracht als de 1040 ST. In feite is het bedrijf ten onder gegaan in het marketinggeweld van Microsoft Windows. Jeroen Fokker kocht in 1993 zijn eerste pc. ``De derde versie van Windows was beter dan het systeem van de Atari. De Atari kon bijvoorbeeld maar één programma tegelijk draaien, maar Windows 3 deed aan het zogenoemde multi-tasking. Het komt erop neer dat ik dank zij de Atari het hele MS-DOS-tijdperk heb kunnen overslaan. Intussen vind ik het wel plezierig om bij de meerderheid te horen, en niet een obscuur besturingssysteem te gebruiken waar ineens geen software meer voor te krijgen is. Maar zo spannend en nieuw als met de Spectrum en de Atari is het niet meer geweest. De oude software ben ik nog lang blijven draaien. Hij staat nu nog ergens op zolder.''