De klok tikt langzaam in Don Giovanni

Don Giovanni verschijnt voor de diner-scène in een rolstoel – dat kan er ook nog wel bij in de nieuwe productie van Mozarts Don Giovanni tijdens de Salzburger Festspiele. Tevoren gaat in de enscenering van de Italiaanse regisseur Luca Ronconi immers ook al veel op rolletjes. Donna Elvira komt aan in een treinwagon. Masetto is een automonteur in een garage, waar Don Giovanni diens bruid Zerlina met een fraaie sportwagen verleidt. De vermoorde Commendatore wordt op een rijdende baar weggebracht. En Zerlina rijdt rond op een fiets.

Eigentijds, zoals opera bij de Amerikaanse regisseur Peter Sellars, is deze Don Giovanni niet. De attributen stammen uit verschillende tijden. Het verschijnsel tijd speelt dan ook een hoofdrol. Telkens zijn er klokken, van een ouderwets staand horloge tot een digitaal uurwerk. De symboliek dat Don Giovanni's laatste uur heeft geslagen beheerst elke seconde van Ronconi's voorstelling.

In de laatste scènes blijkt Ronconi echter nog heel wat extra tijd voor Don Giovanni te hebben georganiseerd. Als hij door de Stenen Gast is meegenomen naar de rood oplichtende hel (de binnenkant van een hemelglobe), komen de achterblijvers het toneel op. Masetto en Zerlina hebben dan al drie kinderen, zodat we moeten concluderen dat Don Giovanni na de moord op de Commendatore nog jarenlang op zijn straf heeft mogen wachten.

Wat heeft hij ondertussen gedaan? Iets waardoor hij in een rolstoel is terechtgekomen. Maar wat dat was, maakt Ronconi niet duidelijk.

Op alle mogelijke manieren wordt de tijd opgerekt in deze slome voorstelling, die elke spiritualiteit ontbeert. De Don Giovanni van de Russische zanger Dmitri Hvorostovsy is een soort Oblomov: langzaam, lijzig en lethargisch. Bovendien is hij temperamentloos, een verveelde landjonker, die op zijn hoogst een enkele keer geïrriteerd raakt. Een persoonlijkheid, laat staan een interessant karakter, krijgt de titelrol niet, ook niet vocaal. Hvorostovsky heeft wel een fraai timbre, maar nauwelijks enige expressie. Met Franz Hawlata (Leporello) is hetzelfde aan de hand, zodat de dramatische spanning tussen meester en ondergeschikte ontbreekt.

Lorin Maazel, die de Wiener Philharmoniker dirigeert, lijkt per uur te worden betaald en wat extra's te willen verdienen. Zó ridicuul langzaam heb ik Don Giovanni nog nooit gehoord. Vanwege de alom aanwezige klokken kon ik zien dat Zerlina's Batti, batti, bel Masetto ruim vijf minuten duurde, tegen normaal drieëneenhalf. Het gevolg was een langdurige moord op de echte Mozart. Vorig jaar deed Maazel hetzelfde met Verdi's Don Carlo.

De voorstelling als geheel sleept zich sfeerloos voort. Zelfs de opwindende toestanden tijdens het feest krijgen geen enkel reliëf, de serenade is niet leuk. Het acteren is goeddeels afgeschaft, personages zijn vrijwel van hun profiel ontdaan.

Irritant is het gehannes met zetstukken binnen het nondescripte eenheidsdecor. Het is niet te geloven dat dit het werk is van een professionele regisseur, wereldberoemd in Italië, Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk.

Al zijn de stemmen in het Grosses Festpielhaus meestal te klein, de vocale prestaties zijn redelijk tot goed. Bij de dames Karita Mattila (Donna Anna), Barbara Frittoli (Donna Elvira) en Maria Bayo (Zerlina) beter dan bij de heren, naast Hvorostovsky en Hawlata, Bruce Ford (Don Ottavio), Detlef Roth (Masetto) en Robert Lloyd (Commendatore).

Een kwart van de zaal riep `boe' toen Lorin Maazel na afloop van de première op het podium kwam. En toen regisseur Luca Ronconi verscheen was het boegeroep bijna massaal, een voor Salzburg uiterst zeldzaam verschijnsel. De dame naast mij zei: ,,Ze verkwanselen onze kroonjuwelen.''

Deze Don Giovanni-productie is precies het soort opera waartegen de Salzburgse artistiek leider Gerard Mortier in Brussel tien jaar lang heeft gestreden. Het is opera van geen enkel artistiek belang, een non-Giovanni.