Altijd erosie

Wie iets wil begrijpen van landdegradatie aan de Middellandse Zee moet niet kijken op een paar honderd jaar. Het onderzoeksproject Archaeomedes gaat duizenden jaren terug.

Al zeven jaar is een divers en internationaal gezelschap van geologen, geografen, ecologen, historici, archeologen, maar ook sociologen, antropologen en computermodelleurs – op kosten van de EU – bezig met onderzoek naar de oorzaken van landdegradatie en woestijnvorming in het Middellandse-Zeegebied. Het voorlopig resultaat beslaat ruim vijfentwintighonderd pagina's met variaties op de vlinder die de wereldgeschiedenis beïnvloedt door met zijn vleugels te fladderen. Want de belangrijkste uitkomst is dat er vele variabelen in het spel zijn en dat er vaak sprake is van een delicaat evenwicht.

Leider van het project is Sander van der Leeuw. ``Zo'n onderzoek is wel vaker gedaan'', zegt hij, ``maar dan ging het alleen om natuurwetenschappelijk onderzoek.'' En natuurwetenschappers, zo is zijn ervaring, hebben de neiging slechts naar relatief korte perioden te kijken, van zo'n tweehonderd jaar, op grond daarvan modellen te maken, die door de beleidsmakers in Brussel weer worden gebruikt voor hun plannen en beslissingen.

Van der Leeuw (53) is geen natuurwetenschapper, maar hoogleraar archeologie aan de Sorbonne. Hem lijkt het verstandiger veel verder in de geschiedenis terug te gaan, soms wel tienduizenden jaren. Dan pas krijg je een goed overzicht van de veranderingen door de eeuwen en millennia heen en zie je dat situaties die andere onderzoekers als stabiel hebben gekenmerkt omdat ze al tweehonderd jaar bestaan, zo weer kunnen veranderen. Daarin speelt de mens soms een rol, die tot nu toe onderbelicht is gebleven. De invloed van sociale en culturele processen op landdegradatie en woestijnvorming blijkt dan ineens veel groter dan gedacht.

Dat ondervonden ook de Romeinen toen ze vanaf de eerste eeuw v.Chr. het Rhônedal voor hun veteranen koloniseerden. In Orange is een marmeren kaart uit die tijd bewaard gebleven die laat zien dat de Romeinen die kolonisering groots en systematisch aanpakten. Her en der legden ze terrassen en kavels aan voor de grootschalige verbouw van tarwe, olijven en druiven. Een uitgebreid systeem van kanalen moest zorgen voor de benodigde drainage en irrigatie. Hydrologisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat dit systeem van water aan- en afvoer een organisch geheel vormde, dat nauwkeurig onderhoud vergde. Daarvoor was mankracht in de vorm van veel veteranen nodig, maar helaas, die kwamen niet. De eerste eeuw na Christus was een tamelijk rustige periode in de geschiedenis, waardoor er minder soldaten nodig waren en er dus later minder veteranen dan verwacht het leger verlieten. Door het gebrek aan onderhoud slibden de kanalen dicht en ontstond er een slechte afvoer van water, met erosie als gevolg. Die werd in de tweede en derde eeuw nog erger, doordat de Rhône, onder invloed van het klimaat in de Alpen, juist in die tijd extra veel water afvoerde. Het gebied dat in hoog tempo was gekoloniseerd, liep net zo snel weer leeg: van de bijna duizend sites uit de eerste eeuw voor en na Christus, die de archeologen aantroffen, waren er aan het eind van de vijfde eeuw nog 172 over.

Soms kan de mens er niets aan doen, dat een landschap een troosteloze aanblik biedt. Dat geldt voor het ruige en bergachtige Epirus in het noordwesten van Griekenland. Uit geologisch en pollen- en klimaatsonderzoek blijkt dat koude en droogte al honderdduizenden jaren regelmatig boomgroei verhinderen, waardoor erosie vaak vrij spel heeft. Daarnaast veranderen verschuivingen in de aardkorst regelmatig het terrein en de bodemgesteldheid.

dynamische tectoniek

Vanaf de Oude Steentijd probeerden mensen er het beste van te maken. Ze vestigden zich vooral op de plaatsen waar de dynamische tectoniek de `klok' van het landschap terugdraaide en geërodeerde gebieden weer leefbaar maakte. Pas in het begin van deze eeuw gingen de bewoners het hele landschap exploiteren en drongen ze, onder andere door het hoeden van schapen, overal de natuurlijke vegetatie terug. Leegloop van het gebied na de Tweede Wereldoorlog door emigratie heeft aan dit proces weer een einde gemaakt.

De laatste eeuwen is de controle van de mens over het landschap sterk vergroot. Maatschappelijke veranderingen hebben een steeds grotere invloed op de natuurlijke omgeving. Van der Leeuw en zijn onderzoeksteams hebben daarom ook gekeken naar recente ontwikkelingen. De Argolis, het schiereiland in het zuidoosten van de Peleponnesos, was van oudsher een gebied waar boeren groenten en graan verbouwden en aan wijn- en olijfbouw deden. Dertig jaar geleden stapten ze massaal over op de citrusteelt. Om twee redenen: het was minder arbeidsintensief en het was lucratiever, vanwege de eerst Griekse en later Europese subsidies. Veel gegoede stedelingen zagen er toen ook brood in. Ze kochten grote stukken land, plantten er sinaasappelbomen en noemden zich ook boer, waardoor ze recht kregen op enorme stimuleringssubsidies.

Citrusvruchten hebben veel water nodig en dus sloeg iedereen putten om water op te pompen. Kon in het begin worden volstaan met een put van tien meter diep, al snel moest er tot een diepte van honderddertig meter geboord worden. Vervolgens drong zeewater de onderste grondlagen binnen en raakte het landschap plaatselijk verzilt en verdroogd. Hierdoor verdwenen de drassige plekken in het land, die tot dan toe het risico op schade door nachtvorst hadden beperkt. Dit nieuwe probleem gingen de boeren te lijf met sprinklers en ventilatoren zo groot als moderne windgeneratoren. In het begin zetten ze die alleen aan als er nachtvorst dreigde, daarna zetten ze die vier maanden per jaar 's avonds continu aan. Waarom? Omdat, zo blijkt uit enquêtes onder de bevolking, ze geen zin hebben om steeds te wachten of er wel of geen nachtvorst wordt voorspeld – ze willen ook wel eens een avond zonder zorgen naar het café. Intussen zijn de EU-exportsubsidies weer verlaagd en komen steeds meer boeren in financiële problemen.

De rapporten van het Archaeomedesproject bieden niet alleen kommer en kwel. Van der Leeuw geeft ook voorbeelden van succesvol omgaan met het probleem. Neem de dunbevolkte Camargue in de delta van de Rhône, waar de wind vrij spel heeft en de grond zout is. De vorige eeuw telde het gebied 26 overstromingen. Dat veranderde met de aanleg van dijken rond het gebied. De boeren, die zich van oudsher met van alles wat hadden beziggehouden (het houden van stieren, paarden en schapen en wijn- en tarwebouw), werden welvarende grootgrondbezitters door zich steeds aan te passen en door toevalligheden. Zo stimuleerde de voorkeur van de vrouw van keizer Napoleon III voor stierenvechten de stierenteelt. Verder profiteerden de bewoners van de Camargue van het uitbreken van fylloxera, die de wijnproductie in het Rhônedal een gevoelige slag toebracht. In de Camargue hadden ze er geen last van, hun wijnranken bleken bestand tegen de ziekte omdat hun wortels onder water in zoute grond waren geplant. Snel maakten de landeigenaren grote stukken land klaar voor wijnbouw.

Na 1942, toen er een afdoende middel tegen fylloxera was gevonden, veranderde alles weer. In de Camargue konden ze niet meer concurreren met hun collega's in de rest van de vallei en dus stapten ze weer massaal over op iets nieuws. Deze keer rijstbouw, waar ze al een beetje aan deden om hun landbouwgronden te ontzouten. Vlak na de Tweede Wereldoorlog was er een ernstig voedseltekort en daarom stimuleerde de Franse regering de rijstproduktie met subsidies, waarvan de Camargue profiteerde. Dat ging zo door tot begin jaren zestig, toen de subsidies stopten en enkele jaren met slecht weer magere oogsten opleverden. Maar ook die crisis kwamen ze in de Camargue te boven, inmiddels waren ze er ook al bezig met zoutwinning en toerisme.

Zoveel jaren succesvol van een nood een deugd maken maakte de bewoners van de Camargue ook overmoedig. Ze verwaarloosden de dijken. Per slot van rekening was er in honderdvijftig jaar geen overstroming geweest. Tot 1993, toen ze kort achter elkaar te maken kregen met twee ernstige overstromingen. Voor Van der Leeuw is het een ongezocht maar mooi bewijs dat het zin heeft om verder dan honderdvijftig jaar terug te kijken in de geschiedenis. Het onderzoek, waarvoor de EU tot nu toe 3,7 miljoen ECU heeft betaald, is nog niet afgerond, maar één conclusie kan hij al wel trekken: ``Aan zaken als erosie valt niet te ontkomen.'' Het is de kunst om de dynamiek van de natuur in een gebied in te passen in het sociale, culturele en maatschappelijke leven. Dat houdt in dat je niet moet zoeken naar pasklare overal toepasbare modellen, maar naar oplossingen op maat. Of zoals ze op het eiland Brac voor de Dalmatische kust zeggen: ``Behandel de wijnrank als je schoonmoeder en de olijf als je moeder.''