ABRUPTE IJSDAMBREUK VEROORZAAKTE SNELLE KLIMAATFLUCTUATIE

Veranderingen in de oceanische circulatiepatronen kunnen snelle klimaatfluctuaties veroorzaken. Een van die wisselingen vond 8.000 tot 8.400 jaar geleden plaats, toen de temperatuur in centraal-Groenland daalde met maar liefst 4-8° C, en in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan met 1,5-3° C. Het afkoelingspatroon wijst erop dat toen de overdracht van warmte vanuit de oceaan aan de atmosfeer sterk afnam.

Een groep Amerikaanse en Canadese onderzoekers lijkt daar nu een goede verklaring voor te hebben gevonden (Nature, 22 juli). De afkoeling van de noordoostelijke Atlantische Oceaan was een direct gevolg van een zeer sterke aanvoer van ijskoud (zoet) water via de Hudson-straat, afkomstig uit de Noord-Amerikaanse meren Lake Agassiz en Lake Ojibway. Dat catastrofale leeglopen vond waarschijnlijk plaats doordat een ijsdam, onder invloed van de langzaam stijgende temperatuur, zover was afgesmolten dat hij het begaf, 8470 jaar geleden. Daardoor moet in zeer korte tijd 10.000 km³ ijskoud water in de Labradorzee zijn uitgestroomd. Dat beïnvloedde het zoutgehalte in de oceaan, en daarmee ook de thermohaliene circulatie. Bovendien verlaagde het aangevoerde (zoete dus lichte) water de gemiddelde temperatuur van het oppervlaktewater, waardoor het water minder warmte dan tevoren aan de atmosfeer kon afstaan. De conclusie is daarom dat leeglopende meren de meest abrupte grootschalige temperatuurdaling van de laatste 10.000 jaar hebben veroorzaakt, merkwaardig genoeg mogelijk juist in gang gezet door een temperatuurstijging die ijsdammen deed bezwijken.

(A.J. van Loon)