Walk of Fame

Het hééft wel wat, zo'n Walk of Fame. Sinds ze er in 1960 in Hollywood mee begonnen, zijn daar al meer dan tweeduizend vijfpuntige sterren in de roze stoeptegels langs Hollywood Boulevard en Vine Street aangebracht, alles bij elkaar een wandeling van zo'n drie kilometer. De actrice Joanne Woodward was destijds de eerste die zodoende werd geëerd, en nog maandelijks komen er één of twee bij. Dinsdag was de zangeres Patsy Cline aan de beurt.

De enige Walk of Fame in Nederland bevindt zich bij mijn weten in Rotterdam. Daar, aan de Schiedamsedijk langs de Maas, werden sinds 1990 vele tientallen sterren in het wegdek neergelegd. Het beleid is ruimhartig: men gedenkt er niet alleen prominente Rotterdammers als Bep van Klaveren of Lee Towers, maar ook talloze anderen, van B.B. King tot Joe Cocker – als ze ooit van hun leven maar in Rotterdam zijn geweest. De hand- en voetafdrukken die onder de sterren staan, werken aanstekelijk. Het is vrijwel onmogelijk er langs te lopen zonder op zijn minst even de eigen schoenmaat te vergelijken met die van bijvoorbeeld Jaap Valkhoff, de geestelijk vader van Hand in hand, kameraden.

Nu wil ook Utrecht zo'n attractie. Het idee kwam uit de hoek van de sponsors van het Nederlands Filmfestival en werd prompt door de organisatie omarmd. Het paste immers mooi bij de recente uitverkiezing van Turks fruit tot de Nederlandse film van de eeuw, die op het komende festival, in september, de aanleiding zal zijn tot herdenkingen van velerlei aard. De hoofdrolspelers Monique van de Ven en Rutger Hauer zouden dan in één moeite door kunnen worden gehuldigd met een ster en hand- of voetafdruk in het plaveisel van de schilderachtige Oudegracht. En jaarlijks moeten er twee of drie sterren bij komen, gerecruteerd uit de winnaars van de Gouden Kalveren van dat jaar.

Het is echter nog lang niet zeker of het doorgaat. In het beschermde stadsgezicht mogen van de welstandscommissie van de gemeente Utrecht in elk geval geen grote bronzen stoeptegels worden aangebracht. Het wachten is nu op nader overleg.

Maar intussen doet zich ook de vraag voor of Nederland eigenlijk wel beschikt over filmsterren. Monique van de Ven en Rutger Hauer, jazeker, en na hen is ook nog te denken aan Willeke van Ammelrooy, Renée Soutendijk, Thom Hoffman en Rijk de Gooyer. En verder? Wie er de lijst met vorige winnaars van het Gouden Kalf voor de beste acteur of actrice op naslaat, stuit op namen als Marieke Heebink, Jaap Spijkers, Renée Fokker, Geert de Jong, Jaap van Donselaar, Rik Launspach, Janneque Draaisma, Johan Leysen, Loes Wouterson en Monic Hendrickx. Merendeels zeer respectabele acteurs, laat dat duidelijk zijn. Maar sterren?

De waarheid is natuurlijk dat Nederland nauwelijks filmsterren heeft, omdat er nauwelijks een Nederlandse filmindustrie bestaat die bij herhaling een groot publiek aanspreekt. Steeds als de media roepen dat er een nieuwe Nederlandse filmster is opgestaan, zoals Kim van Kooten overkwam, moet worden bedacht dat die roem uiterst betrekkelijk is. Haar debuut in Zusje heeft 121.323 bezoekers getrokken. De sterren van Goede tijden, slechte tijden zijn oneindig veel beroemder. En als zij in een Walk of Fame willen, hoeven ze alleen maar even naar Rotterdam te gaan.