Swissair zaait verwarring

De Zwitserse luchtvaartmaatschappij Swissair heeft gisteren onverwacht voorgesteld de verantwoordelijkheid te nemen voor de vliegramp voor de Canadese kust bij Nova Scotia op 2 september 1998, waarbij alle 229 inzittenden van een MD-11 om het leven kwamen. Het voorstel, dat advocaten van de nabestaanden heeft verbaasd, kwam van Swissair-advocaat Desmond Barry, tijdens bijeenkomst in Philadelphia voorafgaand aan een proces namens 167 nabestaanden. De bijeenkomst was eigenlijk alleen bedoeld om de procesgang te bespreken.

Volgens Barry zijn Swissair, diens partner Delta Airlines en vliegtuigbouwer Boeing bereid om schadevergoeding te betalen als de nabestaanden afzien van verdere rechtszaken. Ook eist Swissair dat 120 van de aanklachten niet in Amerika afgehandeld worden, maar in Zwitserland en Frankrijk, omdat het zou gaan om Europese slachtoffers.

Swissair benadrukt dat het voorstel geen schuldverklaring is. Dat kan ook niet omdat de oorzaak van de rookontwikkeling in de cockpit, die leidde tot het neerstorten van het vliegtuig, dat op weg was van New York naar Zürich, nog steeds niet is gevonden. Mogelijk zou de bedrading van het vliegtuig, een McDonnell Douglas MD-11, beschadigd zijn geweest.

Lee Kreindler, die het team van advocaten leidt, sprak van een ,,uitzonderlijk'' voorstel. ,,Dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Maar beter laat dan nooit.'' Kreindler verwacht dat een groot aantal aanklachten nu binnen enkele maanden geregeld zal worden. Gewoonlijk wachten luchtvaartmaatschappijen tot de schuldvraag is beantwoord, waarna vaak eindeloze rechtszaken volgen.

Niet alle advocaten waren positief over het voorstel. Zij veronderstellen dat Swissair de zaak zo snel mogelijk wil afkopen om hogere betalingen te voorkomen. Om dezelfde reden zou geëist zijn dat aanklachten van Europese nabestaanden niet in de VS worden behandeld maar in Europa, waar over het algemeen aanzienlijk lagere schadevergoedingen worden betaald.

Mogelijk houdt het voorstel verband met de verklaring van een steward van Swissair eerder deze week. Volgens de steward hadden bemanningsleden in de maand voor het ongeluk in het vliegtuig een vreemde geur geroken. Zelf zou hij het hebben geroken in een vlucht van Zürich naar Hongkong op 10 augustus. De geur zou bovendien tijdens de vlucht sterker zijn geworden. Dat was voor de steward aanleiding geweest om het officieel te rapporteren.

Het is nog onduidelijk of het voorstel van Swissair door de advocaten zal worden aanvaard. Volgende maand komen de twee partijen weer bijeen voor overleg.