Stijging van olieprijs helpt sanerend Shell

Oliemaatschappij Shell veert op uit het dal van lage olieprijzen. Maar in de meeste bedrijfssectoren heersen nog moeilijke marktomstandigheden.

Maarten van den Bergh, president-directeur van Koninklijke Olie, is een ingetogen man die niet gauw wilde uitspraken zal doen. Gisteren, na de presentatie van de jongste cijfers die een fors winstherstel voor Shell toonden, liet hij toch iets van een juichstemming blijken. ,,In het tweede kwartaal hebben wij het beste van alle grote oliemaatschappijen gepresteerd. Alleen van BP Amoco weten we het nog niet, dat komt volgende week met cijfers.''

Haal je alle voorraad- en valuta-effecten en éénmalige mee- en tegenvallers uit de cijfers, ,,dan liggen wij 400 miljoen dollar vóór op de concurrenten'', zegt Van den Bergh. ,,Die aangepaste cijfers geven het beste beeld van de werkelijke bedrijfsvoering. En daarin hebben wij een stijging van 5 procent geboekt, terwijl de rest in de branche negatief is.''

Van de vier ijkpunten waaraan olie- en gasbedrijven hun welvaren meten is er voor Shell slechts één duidelijk gunstiger geworden: de olieprijs is sinds eind vorig jaar bijna verdubbeld tot 19 dollar per vat. Dat is goed voor de sector `exploratie en productie' van olie en aardgas, waarin het resultaat vorig kwartaal dan ook met 62 procent steeg. De raffinagemarges en de marges in de chemie steken daar slecht bij af. En ook in de olieproducten (geraffineerde brandstoffen) wil het herstel nog niet vlotten door hoge inkoopprijzen en een lagere afzet. In deze sector daalde het resultaat in het tweede kwartaal met 42 procent.

,,Een gemengd plaatje dus'', zegt Van den Bergh. Toch is hij redelijk optimistisch over de rest van 1999, mits de grote olielanden de in maart afgesproken productiebeperkingen handhaven. Dan kan de olieprijs zo'n 19 dollar per vat blijven, verwacht Shell. Van den Bergh vlast ook op nieuwe kansen om in `goedkope' olie- en gaslanden in het Midden-Oosten en Centraal-Azië actief te worden. Iran, Turkmenistan en Turkije staan hoog op zijn lijstje. ,,We hopen hoofdsponsor te worden voor de pijplijn van de Turkmeense gasvelden naar Turkije, waar de gasmarkt snel groeit.'' Shell wil ook graag een belang in de productie van gas in Turkmenistan. Via zijn joint venture met stroomproducent InterGen moet dat gas worden omgezet in elektriciteit. ,,InterGen heeft nu 17 projecten in ontwikkeling. Daar zit muziek in'', aldus Van den Bergh.

Belangrijke financiële doelstelling is het rendement op geïnvesteerd vermogen op te krikken tot 14 procent in 2001. Dat was over het afgelopen twaalf maanden nog maar 1,8 procent, tegen 10,2 procent het jaar ervoor. Hoopvol is dat het werkelijke rendement, aangepast voor voorraadeffecten, afwaarderingen en hoge reorganisatiekosten, al is gestegen tot circa 7 procent.

Behalve de olieprijs bepalen ook de marges op raffinage van ruwe olie en in de chemie in sterke mate het Shell-resultaat. In beide sectoren waren die marges vorig kwartaal buitengewoon laag. Dat deed het positieve effect van de hogere olieprijs grotendeels teniet. ,,De omstandigheden waren heel moeilijk'', aldus Van den Bergh. ,,Ik heb nog nooit zulke lage raffinagemarges meegemaakt.'' Reden is de grote overcapaciteit, deels veroorzaakt door vraaguitval in Azië, die bovendien tot hoge voorraden leidde. De traag groeiende vraag in Europa kan ruimschoots worden opgevangen door technische verbeteringen in de raffinaderijen. Verder zijn transportkosten zo laag geworden dat overcapaciteit in het ene werelddeel direct uitwerkt in de rest van de wereld. Shell is voorzichtig over mogelijk herstel van de raffinagemarges, die bijvoorbeeld in Rotterdam zijn gedaald van 2,30 dollar per vat een jaar geleden tot 0,60 dollar in het tweede kwartaal. Door de ,,onrendabele'' marges is de verwerking in Azië en Europa met zo'n 6 procent ingekrompen.

Ook in de chemie daalden de marges omdat de gestegen grondstofprijzen slechts vertraagd kunnen worden doorberekend aan de klanten. ,,We zitten nu op het niveau van het dal in de vorige cyclus van 1992-'93'', zegt Van den Bergh. Vorige week was het Nederlandse chemieconcern DSM optimistisch over de komende maanden. Shell houdt zich op de vlakte. ,,We zijn altijd wat voorzichtiger'', zegt bestuurslid Jeroen van der Veer.

Shell gaat de komende anderhalf jaar, zoals aangekondigd, voor zo'n 5 miljard dollar aan chemische fabrieken afstoten, zo'n 40 procent van het totaal. Het gaat daarbij om producten `verder van de kraker', zoals harsen of plastic voor frisdrankflessen. De aanbiedingen zijn de deur uit, de eerste bekendmaking van mogelijke kopers wordt eind dit jaar verwacht.

De lage marges werden weer deels door de kostenreducties die in december vorig jaar zijn aangekondigd. Van de 2,5 miljard dollar die Shell in 2001 wil hebben bespaard, kwam het afgelopen halfjaar al 450 miljoen dollar binnen. Voor geheel 1999 moet dat 900 miljoen dollar worden. Er is bespaard op personeel, door efficiënter werken en een beter gecoördineerde inkoop. Zo is het aantal leveranciers voor oliepompen teruggebracht van dertien tot drie.

Bovendien houdt Shell van zijn investeringsbudget van 11 miljard dollar voor 1999 voorlopig 1 miljard in kas. ,,voor echt attractieve projecten''. Sinds kort moeten alle afdelingen van het concern met elkaar concurreren om geld voor investeringen. ,,Laatst hebben we alle mensen van exploratie bij elkaar geroepen'', geeft Van den Bergh als voorbeeld. ,,Toen mochten ze elkaars voorstellen bekritiseren. Daardoor overleven alleen de beste plannen.''

    • Theo Westerwoudt
    • Remmelt Otten