Politie

HET IS NIET makkelijk lastige vragen te stellen over mensen die dagelijks risico lopen namens ons allen. Deze omstandigheid belemmert de discussie over politievraagstukken. Vanzelf gaan de vragen echter niet weg. Deze week leverde twee voorbeelden op. Minister Peper (Binnenlandse Zaken) beziet wat er moet worden gedaan aan de haperende behandeling van klachten van burgers over politieoptreden. En uit een onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat politiemensen vaak geen goed antwoord hebben op straatgeweld, zoals onlangs weer bij een popconcert op het Amsterdamse Mercatorplein.

De reactie van de Politiebond op het onderzoek was snel en voorspelbaar: invoering van de pepperspray. De problemen liggen echter dieper dan de materiële uitrusting, zo blijkt uit het VU-onderzoek. Agenten zijn onvoldoende getraind, onzeker over hun bevoegdheden, zij krijgen onvoldoende leiding en – wellicht nog het meest zorgelijke – de politie trekt onvoldoende lering uit geweldsincidenten. Dat poetst men niet weg met een moderne spuitbus.

De knelpunten in het leidinggeven aan en het lerend vermogen van de politie die uit het geweldsonderzoek naar voren komen, doen zich ook voor bij de klachtenbehandeling. Deze vervult in de politiewereld dan ook een voorbeeldfunctie. Uit onderzoek bleek vorig jaar dat slechts eenderde van de betrokken politiemensen na afloop van een klachtzaak een gesprek heeft met een leidinggevende. De verbinding tussen klachtprocedure en kwaliteitszorg wordt nauwelijks gelegd. Toch zijn klachten over concrete politiemensen niet los te zien van de manier van werken en leidinggeven in een korps.

De verontrustendste bevinding van de onderzoekers is dat meer dan de helft van de klagende burgers zegt dat het vertrouwen in de politie is afgenomen door de manier waarop de klacht is behandeld. Er is dus alle reden voor minister Peper om iets aan de klachtprocedures te doen. In de praktijk bestaat er een verscheidenheid aan regelingen en Peper lijkt zich vooral te concentreren op uniformering.

HET IS DE VRAAG of eenheid tot elke prijs de hoogste prioriteit moet zijn. Dat is veeleer de rol van de korpsleiding. Deze zetelt tegenwoordig in een regionaal hoofdkantoor terwijl het politieoptreden primair onder de verantwoordelijkheid valt van de lokale burgemeester. Moet hij de klachten behandelen of valt dat toe aan een korpsbeheerder op afstand?

De klachtenprocedure is altijd omstreden geweest bij de politie, met name bij de bonden. Veel politiemensen hebben nog steeds de neiging verongelijkt te reageren op klachten. Toch is het geen oplossing de lastige vragen uit de weg te gaan. De portefeuillehouder `integriteit' in de Raad van hoofdcommissarissen heeft een verband gelegd tussen ,,duik- en ontwijkingsgedrag'' bij de politie en een afgenomen beroepstrots. Een goede klachtenregeling is een mooi middel om de beroepstrots op te vijzelen.