Ongelofelijk verhaal

Ik zat eens in een huis aan de rand van een park. Het was een mooi huis en een mooi park. Ik praatte met een dichteres. Het was een mooie dichteres en ze schreef mooie gedichten. Waarover praatten wij? Over grote gele zonnebloemen in de zon of prachtige groene varens waar de motregen op valt? Over een witte pauw die bij zonsopgang zijn veren opsteekt? Nee, dat allemaal niet. Ik weet het nog heel goed. We zaten in de keuken en we keken wel naar de motregen die neerkwam op de grote groene varens, maar we hadden het over latkes. Dat die zo ongelofelijk lekker zijn. Wat zijn latkes? Latkes zijn joodse pannekoekjes. Gemaakt van geraspte aardappel. En nog wat. Maar niet veel meer. Je begint met het raspen van vijf gewone rauwe aardappelen. Op een grove rasp. Je raspt ook nog een halve ui. Het is belangrijk dat je je vingertoppen niet meeraspt. Maar iets anders is nog belangrijker. Want tussen je samengeknepen handen moet je zoveel mogelijk vocht uit de geraspte aardappelen en de geraspte ui persen. Anders worden het nooit ongelofelijk lekkere latkes. Nog maar een keer!

De oudste van mijn neven en nichten zien in mij de zondaar die ik misschien wel ben.

    • Philip Mechanicus