`Ministers niet alles aanrekenen'

Secretaris-generaal A. Geelhoed, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Algemene Zaken, vindt dat de ministeriële verantwoordelijkheid moet worden beperkt.

Ambtenaren moeten een deel van de huidige politieke verantwoordelijkheid overnemen, vindt Geelhoed. Dat blijkt uit een vertrouwelijke notitie die hij in maart vorig jaar heeft geschreven `ter kennisgeving' van het beraad van secretarissen-generaal. De notitie is in dit beraad besproken, zonder dat daar conclusies aan zijn verbonden.

Geelhoed stelt in de notitie dat ministers in de Tweede Kamer alleen nog verantwoording zouden moeten afleggen voor structurele problemen bij de uitvoering van beleid. Voor op zichzelf staande incidenten zouden alleen ambtenaren verantwoording moeten afleggen, aldus de rechterhand van premier Kok. Zijn idee vindt gehoor bij een naaste collega als secretaris-generaal Borghouts van Justitie. Secretaris-generaal Den Dunnen van VROM ziet echter weinig in het voorstel.

De Rijksvoorlichtingsdienst wilde vanochtend niet ingaan op de vraag of premier Kok de opvattingen van Geelhoed deelt. ,,Over het interne contact tussen minister en ambtenaren worden geen mededelingen gedaan'', aldus de woordvoerder. Bij de recente affaires rond de Bijlmerenquête, de dioxinekippen en de import van cocaïne is de ministeriële verantwoordelijkheid opnieuw ter discussie komen te staan. Centraal daarbij staat de vraag in hoeverre een bewindspersoon verantwoordelijk kan worden gehouden voor alles wat bij de uitvoering van beleid op zijn departement gebeurt.

Geelhoed schrijft dat de ambtelijke top ,,functioneel verantwoordelijk'' moet zijn voor ,,incidenten en tot individueel disfunctioneren herleidbare gevallen''. Volgens Geelhoed moet de minister ,,deze verantwoordelijkheid ook in de volksvertegenwoordiging als zodanig adresseren. Pas daarna komt zijn politieke verantwoordelijkheid in het geding''. Alleen indien bij de beleidsuitvoering ,,structurele tekortkomingen over een langere periode zichtbaar worden'', zo schrijft de topambtenaar, ,,is zowel de politieke als de ambtelijke verantwoordelijkheid in het geding''.

Geelhoed constateert dat met het afnemen van de ideologische tegenstellingen tussen politieke partijen de Tweede Kamer zich steeds meer met incidenten rond beleidsuitvoering is gaan bezighouden. Hij noemt in dit verband onder meer de kwestie-Bouterse en de Securitel-affaire. Daarbij komt voortdurend de vertrouwenskwestie tussen bewindspersoon en Kamer aan de orde, omdat politieke verantwoordelijkheid en ambtelijke verantwoordelijkheid niet goed van elkaar zijn gescheiden. ,,Het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid kan nu ertoe leiden dat uitvoeringsincidenten onmiddellijk aanleiding geven tot pseudo-vertrouwenskwesties'', aldus Geelhoed. Hij pleit daarom voor een duidelijker afbakening van beider verantwoordelijkheid.

In een reactie noemt H. Borghouts, secretaris-generaal van het ministerie van Justitie, het voorstel van Geelhoed ,,een gedachte die absoluut bruikbaar is en die niet meteen van tafel geveegd moet worden.'' Borghouts plaatst wel een kanttekening: ,,Als het om een zwaar incident gaat, met hele grote gevolgen, dan weet ik niet of het langs deze lijn moet.'' Hij noemt het idee van Geelhoed één van de `gedachten waarover wordt gesproken', onder andere door de zeven secretarissen-generaal die betrokken waren bij de Bijlmer-enquête.

Secretaris-generaal R. den Dunnen van VROM voelt weinig voor het idee van Geelhoed. ,,Ik zit niet op dat spoor. Dit soort dingen zijn gemakkelijker gezegd dan gedaan.'' Volgens Den Dunnen moeten politiek en ambtenarij anders met elkaar omgaan. ,,We moeten zaken gewoon eens wat meer in proportie gaan zien en niet meteen alles vergroten. Leg nou eerst maar eens even uit wat je gedaan hebt. We moeten dingen beter uitleggen aan elkaar. Dat zeg ik in de richting van de politiek in algemene zin.''

Borghouts pleit voor de instelling van een staatscommissie die zich zou moeten buigen over de ministeriële verantwoordelijkheid. ,,Er is alles voor te zeggen om een paar wijzen naar het vraagstuk te laten kijken. In zo'n commissie moeten niet alleen staatsrechtgeleerden, maar ook bestuurskundigen zitting nemen. We hebben alle invalshoeken nodig.'' Volgens Borghouts moet gezocht worden naar een manier van verantwoording afleggen ,,die minder commotie geeft, maar waarbij het land beter wordt bestuurd.''