Kweekvijver

DE WERELDBANK is een opmerkelijke instelling. Haar invloed reikt aanzienlijk verder dan de miljarden aan leningen die jaarlijks worden verstrekt aan ontwikkelingslanden. Met haar adviezen kneedt de Wereldbank het internationale debat over economisch beleid. Maar er is meer. De Wereldbank is een formidabele denktank. En in toenemende mate fungeert de Wereldbank als kweekvijver van topfunctionarissen bij nationale overheden. Niet alleen in ontwikkelingslanden, ook in de rijke, geïndustrialiseerde landen.

Twee recente benoemingen illustreren dit. Larry Summers, Amerika's nieuwe minister van Financiën en daarvoor al onderminister bij hetzelfde departement, was een aantal jaren de hoogste econoom bij de Wereldbank. Caio Koch-Weser, die sinds kort in Duitsland de invloedrijke post van staatssecretaris van Financiën bekleedt, was uitvoerend directeur van de Wereldbank. Ook in Nederland bekleden mensen met een Wereldbank-achtergrond vooraanstaande posities. Minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) was zes jaar bewindvoerder (lid van het dagelijks bestuur); secretaris-generaal Van Wijnbergen (Economische Zaken) heeft een groot deel van zijn carrière binnen de Wereldbank doorgebracht.

De lijst is langer. Moeen Qereshi, ex-premier van Pakistan, was senior vice-president. Wijlen Turgut Özal, in de jaren tachtig premier van Turkije, had bij de Wereldbank gewerkt. De premier van Benin en de president van de centrale bank van India waren bewindvoerders, evenals de voormalige minister van Financiën van Rusland Boris Fjodorov en de huidige van Brazilië, Pedro Malan. In Latijns Amerika – en in hervormingsgezinde ex-communistische landen – heeft de top van de financieel-economische teams bij regeringen en centrale banken trouwens heel vaak een periode bij de Wereldbank doorgebracht.

DEZE ONTWIKKELING kan een interessante kruisbestuiving opleveren. Enerzijds krijgt het beleid, zoals de Wereldbank dat voorstaat, een steviger fundament in landen waar economische hervormingen wenselijk zijn of waar, zoals in het geval van de Verenigde Staten, bewindslieden een open oog moeten hebben voor de internationale financiële en economische verwevenheid. Anderzijds doen voormalige functionarissen van de Wereldbank in nationale functies praktische ervaring op met de uitvoering van hervormingsprogramma's.

Maar vooral is de opmars van bewindslieden en topfunctionarissen met een Wereldbank-achtergrond een weerspiegeling van de brede consensus die sinds het einde van de Koude Oorlog bestaat over de richting van het internationale macro-economische beleid. Noem het maar een vorm van `werelddenken'.