Kunstenaar en maecenas

De Nederlandse kunstenaar Bart van der Leck, nu vooral bekend als medewerker van De Stijl, heeft zijn hele leven op de grens van de toegepaste kunst gewerkt. Anders dan Mondriaan begon hij in de eerste jaren van deze eeuw als ontwerper en illustrator. En ook toen hij omstreeks 1909-1910 steeds meer vrij werk ging maken, bleef hij zijn ideaal trouw: hij wilde met zijn kunst een breed publiek bereiken. Van der Leck zag er op een gegeven moment zelfs geen bezwaar in zijn schilderijen op eternietplaten uit te voeren zodat ze beter in een interieur konden worden ingebouwd. Ook realiseerde hij aan het begin van de jaren twintig plannen om recent werk door middel van goedkope fotolitho's in een grote oplage te verspreiden. Maar dit alles bleef uiterst elitair en leverde hem weinig op, hetgeen niet verwonderlijk is als je bijvoorbeeld Van der Lecks uitgave van Het vlas van Hans Christian Andersen bekijkt (oorspronkelijk ontwerp: 1941). Het verhaal is getekend in hoekige, weinig leesbare lettertjes die zijn samengesteld uit losse rechthoekjes net als de illustraties die er als het ware uit opdoemen. Kleurige, rechthoekige vlakken en vlakjes bepalen de bladspiegel. Zoiets is een kostbaar Gesamtkunstwerk, maar niet iets om je kind in bed uit voor te lezen.

Wie nu het Kröller-Müller Museum bezoekt ziet Van der Lecks (half-)abstracte composities in een optimale omgeving. De hoekige, afgewogen ruimten van het Van der Velde-gebouw vormen een ideale entourage voor zijn `Egyptisch' platte figuren en de uit rechthoekjes in primaire kleuren opgebouwde stillevens. Of andersom: de schilderijen van Van der Leck lijken voor deze architectuur gemaakt. En gedeeltelijk was dat ook zo. Vanaf 1914 werkte Van der Leck voor de Afdeling Gebouwen van de firma Kröller-Müller (waarvan Berlage aan het hoofd stond) en ook later was Helène Kröller-Müller een van zijn belangrijkste afneemsters. Deze unieke samenwerking kwam tot stand door toedoen van de kunstpedagoog - kunstgoeroe kun je wel zeggen - H.P. Bremmer, die Van der Leck 35 jaar lang financieel heeft ondersteund.

De correspondentie die beide heren in die jaren hebben gevoerd is nu uitgegeven door het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag. Het is een verzorgd boek geworden, dat zijn kracht niet zozeer ontleent aan de brieven zelf - die nogal saai en afstandelijk zijn - als wel aan het commentaar. Bezorger Cees Hilhorst schreef een kritische en uitvoerige inleiding, waardoor de relatie tussen de kunstenaar en zijn mecenas-met-artistieke-aspiraties meer reliëf krijgt dan door de brieven zelf. Bremmer zag in Van der Leck de grootste vernieuwer van de twintigste eeuw na Vincent van Gogh en hij gaf hem een jaarinkomen in ruil voor schilderijen, die hij dan weer bij zijn discipelen van de hand deed. Door dat vaste inkomen kon Van der Leck, die zelfs van zijn toegepaste werk niet kon leven, doorgaan met zijn experimenten in de schilderkunst. Tegelijkertijd bleef de kunstenaar ook affiches, gebrandschilderd glas, boeken en keramiek ontwerpen, hetgeen nu en dan frictie met Bremmer opleverde. Eind jaren dertig zou de criticus W. Jos de Gruyter Bremmer - niet geheel onterecht - sterk aanvallen op zijn verstikkende invloed op sommige kunstenaars onderwie Van der Leck.

Van botsingen of zelfs maar van een artistieke discussie in het algemeen is in de brieven nauwelijks sprake - wel van de zakelijke en organisatorische bemoeienis van Bremmer die uiteindelijk Van der Lecks ontwikkeling voor een belangrijk deel bepaald heeft. En dat alleen al rechtvaardigt deze uitgave, die in de voetnoten zoveel aardige gegevens bevat dat ze in andere vorm een mooie biografie zouden hebben opgeleverd. Maar die volgt misschien later. Voorlopig ligt hier de kunsthistorische basis daarvoor.

Cees Hilhorst (bezorging): Vriendschap op afstand.

De correspondentie tussen Bart van der Leck en H.P. Bremmer. RKD-bronnenreeks, deel I,

Thoth, ƒ69,50

H.C. Andersen: Het vlas. Geteekend en gekleurd door B. van der Leck (1941).Van Hezik-fonds 90 Publishers, Rotterdam, ƒ95,-