In een louche kroeg begon de victorie

Het is vakantie! Toeristen zwermen weer uit, campings en hotels zitten vol. Onze correspondenten hebben deze zomer een hotelkamer geboekt met uitzicht op de geschiedenis. Vandaag: New York, 1969

Dat het een louche kroeg was staat vast. De Stonewall Inn was in handen van de mafia, schonk alcohol zonder vergunning en stond bekend als een prima plek om drugs te kopen. Aan de tap was geen stromend water, zodat gebruikte glazen alleen even omgespoeld werden in een emmer waarvan de inhoud grauwer werd naarmate de avond vorderde.

Het was ook een van de populairste homobars in Greenwich Village, de van oudsher vrijgevochten buurt in New York waar zich in de loop der jaren een grote homobevolking had gevestigd. Louche of niet, de Stonewall Inn was de enige bar waar mannen met elkaar konden dansen.

Dat de politie er af en toe een inval deed was vervelend, maar schrikte de vaste klanten niet af: meestal liep zo'n actie met een sisser af dankzij de steekpenningen die de uitbaters de lokale agenten wekelijks toestopten. Ook als er arrestaties werden verricht kon het café zijn deuren doorgaans een paar uur later al weer openen.

Maar dertig jaar geleden, op de warme zomeravond van 27 juni 1969, ging het helemaal mis. De politie was routine-matig begonnen om enkele klanten in te rekenen – jongens die niet konden aantonen dat ze meerderjarig waren, mannen die kleren droegen die ,,ongepast waren voor hun geslacht'' en personeel van de bar. En opeens gebeurde er iets uitzonderlijks: de arrestanten lieten zich niet zomaar afvoeren. Ze verzetten zich. Een paar wisten er zelfs uit de arrestantenwagen te ontsnappen.

De agenten werden nerveus, helemaal toen op het pleintje voor de bar een kleine maar boze menigte van homo's en lesbiennes begon samen te drommen. De omstanders riepen scheldwoorden naar de politie, iemand schreeuwde uitdagend `Gay is good', als een variant op de leus `Black is beautiful'. Even later vlogen er flessen, bakstenen en zelfs vuilnisbakken door de lucht. Het was het begin van een rel die in de avonden daarna in de nauwe straatjes rondom het café nog een paar keer hevig zou oplaaien. En het was ook een keerpunt in de strijd van homo's voor erkenning en gelijke rechten, de laatste grote burgerrechtenstrijd in Amerika.

Het Washington Square Hotel – klein, betaalbaar en geliefd bij Nederlandse toeristen – ligt in het hart van Greenwich Village. De straat waar het hotel op uitkijkt loopt rechtstreeks naar wat nu Stonewall Place heet, een plantsoentje met een paar bomen en wat bankjes. Er staat een witte beeldengroep van de kunstenaar George Segal: twee jonge mannen die staan te praten terwijl de één nonchalant de arm van de ander aanraakt, en twee zittende vrouwen die elkaar diep in de ogen kijken, de hand van de één op een dij van de ander.

De oude Stonewall Inn bestaat niet meer, het pand wordt nu gedeeld door een schoenenzaak en een nieuw café dat kortweg Stonewall heet. Binnen zijn t-shirts, honkbalpetjes en ringen met de naam Stonewall te koop. Aan de muren hangen foto's van homo-demonstraties en vergeelde krantenknipsels over de rellen.

Jim Fouratt, al dertig jaar vooraanstaand activist in de Amerikaanse homobeweging, is een veteraan van de Stonewall-rellen. ,,Het waren chaotische schermutselingen rond een dubieuze kroeg'', zegt hij. ,,Maar ze veranderden voorgoed het zelfbewustzijn van homo's en lesbiennes. We hadden genoeg van het getreiter van de politie. We maakten ons los van het stereotype gedrag, we klaagden niet meer, we waren waren niet zwak, we vochten terug. We verstopten ons niet meer, we waren zichtbaar. Dat was een hele schok.''

Fouratt vertelt het op een bankje aan de overkant van de straat. Hij wilde uitdrukkelijk niet in de Stonewall afspreken, omdat hij altijd de pest aan de bar heeft gehad, en vooral ook ,,omdat we niet meer in een donker hoekje hoeven te gaan zitten. We kunnen hier gewoon op straat over praten.'' In de jaren vóór Stonewall hadden Fouratt en zijn generatiegenoten ervaring opgedaan met demonstraties tegen de oorlog in Vietnam, acties voor de rechten van vrouwen en zwarten en manifestaties van de hippie-beweging. Daardoor wisten ze de Stonewall-rellen meteen te benutten als een impuls in de strijd voor de homo-bevrijding.

,,Het was een opwindende gebeurtenis. Ik geloof niet dat de mensen bang waren. Ze moesten hun hele leven al met zóveel angsten leven – dat hun geaardheid uit zou komen, dat ze ontslagen zouden worden of dat iemand hen in elkaar zou slaan. Dit was het moment waarop ze die angsten van zich af begonnen te schudden. Maar veel oudere homo's vonden de rellen verschrikkelijk en bedreigend. In hun ogen gaven die losgeslagen beatniks, drugsgebruikers en travestieten de normale homofiel maar een slechte naam.''

In de loop der jaren zijn de verhalen over de rellen steeds kleurrijker geworden. De spanningen zouden volgens de schrijver Edmund White vooral zo hoog zijn opgelopen omdat Judy Garland, een favoriet homo-idool, een paar dagen eerder was overleden. Volgens een ander verhaal wist een groep uitgelaten cafégasten via de smalle steegjes te ontkomen, om vervolgens het gesloten kordon van de politie van achteren te overvallen: gearmd, de cancan dansend en joelend: Joehoe! ,,Allemaal mythevorming'', zegt Fouratt beslist. ,,Het wás geen cabaret, als het theater was, dan hoogstens Brecht.''

Met trots kijkt Fouratt terug op de vooruitgang die sinds `Stonewall' is bereikt. ,,Voor jonge mensen is het vanzelfsprekender dat ze hun homoseksualiteit accepteren. Zelfs toen homo's geassocieerd werden met aids, kropen ze niet in hun schulp. Alleen de homohaat is nog lang niet uitgeroeid. Het is de enige vorm van discriminatie waar je in de meeste kringen nog mee wegkomt.''

Eén ding moet Fouratt nog van het hart. ,,Veel mensen zien met afgrijzen aan hoe rond homo-manifestaties vaak een soort carnavals-atmosfeer hangt, met allerlei seksuele uitbundigheid. Dat vindt men decadent. Maar historisch is feestvieren voor homo's en lesbiennes altijd belangrijk geweest als een bevestiging van hun eigenwaarde. Zoals de zwarte burgerrechtenbeweging kracht vond in gospels en de kerken, zo maken wij onze strijd draaglijk met feesten. Het is een uitnodiging, ook aan hetero's, om ondanks alle haat en onrecht toch plezier te maken. Zoveel homo's en lesbiennes zijn in stilte gestorven, mishandeld, gediscrimineerd of zelfs vermoord. Dat luidruchtige feestvieren is een ritueel dat ons op de been houdt.''

Voor de Stonewall laat een toerist zich fotograferen door een vriendin. Een Britse psychologie-student, net uit Londen aangekomen. ,,Wat hier gebeurd is heeft jaren later invloed gehad op mijn leven'', legt hij uit. ,,De mensen die toen vochten voor mijn vrijheden als homo, dat zijn onze Martin Luther Kings. Dit café is een monument van onze bevrijding.'' De regering is het daarmee eens, en heeft de panden waar de Stonewall Inn was gevestigd en de omliggende straatjes in juni officieel bestempeld tot Historisch Monument.