In de greep van de goudkoorts

Of je nu wel of niet van haar werk houdt, niemand kan ontkennen dat Isabel Allende een geboren vertelster is. Zij verstaat de kunst om bij alles wat ze vertelt de aandacht vast te houden. Menig lezer van haar werk zal reikhalzend hebben uitgekeken naar Fortuna's dochter, de nieuwste roman van Allende. Na de dood van haar dochter Paula in 1992 heeft de schrijfster een tijd lang pas op de plaats gemaakt. Ze ging niet meer in op de vele uitnodigingen uit het buitenland om haar werk te promoten, en ze had niet veel zin meer om te schrijven. In zeven jaar tijd verschenen er slechts twee boeken van haar hand. Eerst Paula, een sterk autobiografisch getint werk waarin ze de dood van haar dochter en haar eigen rouwproces beschreef. Toen werd het stil en moesten de liefhebbers zich tevreden stellen met Afrodite, een receptenboek vol gekwebbel over voedsel en erotiek. Na dit intermezzo is deze laatste roman weer een ouderwets ongecompliceerd leesboek.

Bijzonder aan deze roman is dat Allende het magisch realisme en exotisme heeft losgelaten en de geschiedenis van de Verenigde Staten als een geloofwaardig decor heeft gebruikt voor de belevenissen van haar kleurrijke en gepassioneerde personages. Ze beschrijft hoe de goudkoorts in de negentiende eeuw mensen uit alle delen van de wereld naar Amerika lokte en daar steden als San Francisco uit de grond deed verrijzen. Deze mensen lieten hun verleden achter zich en begonnen een nieuw leven, vaak onder een nieuwe naam. De mogelijkheid om opnieuw te beginnen bood hun een verademende vrijheid, de ontberingen ten spijt. Met hun komst ontstond het land van de ongekende mogelijkheden, met als keerzijde een bloeiende misdaad en prostitutie. Soms vonden de avonturiers iets heel anders dan ze zochten, vaak bleven ze hangen en bouwden een nieuw bestaan op.

Dat geldt ook voor de hoofdpersoon Eliza Sommers, die vanuit Chili naar San Francisco vertrekt op zoek naar haar geliefde Joaquin. Hij is een arme revolutionaire sloeber, die door de goudkoorts is bevangen. Zij stelt haar leven in de waagschaal om hem achterna te reizen, een zeer ongebruikelijke stap voor een jonge vrouw. Terwijl ze in Chili altijd een corset had gedragen, redt Eliza zich in het harde Amerika door zich als jongen te verkleden, en ze voorziet in haar onderhoud door baantjes als brievenschrijver en pianist in een bordeel. Ze raakt verknocht aan de Chinees die haar hielp om de oversteek te maken, al even ontworteld als zijzelf. In hun band wordt op een subtiele manier de kloof tussen ras en geslacht overbrugd.

Allende lijkt veel onderzoek te hebben gedaan naar de ontstaansgeschiedenis van Amerikaanse steden, en heeft historische feiten op een soepele en overtuigende manier weten te vervlechten met de belevenissen van haar personages. Het is leuk en verrassend om te lezen wat een ontdekking het geweest moet zijn dat je verse etenswaren in ijs kon vervoeren, waarbij het ijs eerst per stoomschip in het zuiden van Chili werd opgehaald.

Allende schrijft sinds het gigantische succes van haar debuutroman Het huis met de geesten, waaraan ze op acht januari 1985 begon, haar beginzinnen altijd op 8 januari. Ze voert dan een ritueel met kaarsen uit waarbij ze om inspiratie vraagt. De geesten zijn haar kennelijk gunstig gezind.

Fortuna's dochter begint als volgt: `Iedereen wordt geboren met een bijzondere gave, maar Eliza Sommers ontdekte al gauw dat zij er twee had: een goede reukzin en een goed geheugen.' Ook weer een zin die staat als een huis en de nieuwsgierigheid prikkelt. Maar - en dit gaat in feite op voor al het werk van Isabel Allende - je moet je er vooral door laten meeslepen en niet aan het analyseren slaan. Want doe je dit wel, dan blijkt de reukzin van Eliza Sommers nauwelijks enige relevantie te hebben voor de rest van het verhaal, en haar goede geheugen al helemaal niet.

Datzelfde geldt voor een groot aantal personages dat in het boek wordt opgevoerd. Ze hadden op een enkeling na zo weggelaten of vervangen kunnen worden, zonder dat je ze ook maar een moment zou hebben gemist. Soms verdwijnen ze ook daadwerkelijk zonder dat de lezer behoorlijk afscheid van hen heeft kunnen nemen. Maar ze zijn kleurrijk en dienen een leuke anekdote of geven een sfeervol tijdsbeeld. En er zijn er gelukkig ook een paar die wel blijven terugkeren: de Engelse Jacob Todd die wegens het verliezen van een weddenschap als bijbelverkoper naar Chili vertrekt en uiteindelijk journalist in Amerika wordt. Of de kuise Miss Rose, die in Chili stiekem pornoboekjes schrijft die in Amerika goed verkocht worden.

Jammer is dat Allende is doorgeschoten in haar poging om niet sentimenteel te worden. De vertelster blijft wel erg afstandelijk waar het gevoelskwesties betreft. Eliza maakt ontzettend veel indrukwekkende dingen mee, maar de lezer krijgt nauwelijks de kans met haar mee te voelen. Een happy end vond Allende blijkbaar ook uit den boze, maar een echt treurige afloop ligt ook niet in haar lijn. Daardoor houdt het boek nu onbevredigend en abrupt op. Maar ondanks deze tekortkomingen is Fortuna's dochter een feest voor de trouwe liefhebbers van Allende's werk.

Isabel Allende: Fortuna's dochter. Uit het Spaans vertaald door Brigitte Coopmans. Wereldbibliotheek,

448 blz. ƒ45,-

    • Judith Uyterlinde