Ik draag een zwaarte met mij mee

Jacob Derwig wil zijn eigenzinnigheid bewaren. Vierde en laatste aflevering van een korte serie gesprekken met acteurs.

Hij kijkt schrander genoeg uit zijn ogen, maar Jacob Derwig (1969), acteur, zegt: ,,Mijn basis is misschien de verwondering, het nooit-helemaal-begrijpen. Ik heb weinig uitgesproken meningen, over de Navo of zo, waarvan anderen precies weten of ze vóór of tegen zijn. In plaats daarvan verwonder ik me. Wat zegt híj nou, wat zegt zíj nou? Het gevoel: alles kan je overkomen. Mijn vader kwam naar me kijken. Hij is zwaar fan. Ik vertelde hem wat je me gevraagd had. Hij zei: ,,Maar het is toch duidelijk hoe je het doet? Je zet alle zeilen bij om contact met het publiek te leggen''. Hij heeft gelijk. Ik speel niet voor mezelf. Probeer de toeschouwer medeplichtig te maken, geef hem de tijd een beeld tot zich door te laten dringen, doseer het vertoon van emoties, bouw langzaam een stemming op.

,,Nu ja'', zegt hij na een stilte: ,,Dat doen collega's ook.''

Wat het dan is wat Derwig tot de meest gevierde acteur van zijn generatie maakt – we komen er niet goed uit. Hij studeerde in 1994 af aan de Arnhemse Toneelschool. Maakt sinds 1990 toneel met het mede door hem opgerichte gezelschap 't Barre Land. Speelde bij Carver (De witte hal) in 1995 en is sinds dat jaar vast verbonden aan toneelgroep De Trust, van Theu Boermans. Hij vervulde rollen in speelfilms (Coma van Paula van der Oest, De jurk van Alex van Warmerdam, Temmink van Boris Paval Conen) en zal het komende seizoen te zien zijn in de televisieseries All stars van Jean van de Velde en Bij ons in de Jordaan van Willem van de Sande Bakhuysen. In 1997 werd hij genomineerd voor de Arlecchino-toneelprijs voor zijn bijrol in Mijn Hondemond, een jaar later voor de Louis d'Or voor zijn titelrol in Hamlet, beide geregisseerd door Boermans.

De laatste productie won de Gouden Gids Publieksprijs en de Theaterfestivalprijs, mede dankzij Derwig. Hij was een onzekere Hamlet, een puber met tics, die van zijn ouders moest zien los te komen. Een middelpunt ondanks zichzelf, met dansende handen, die nergens vat op kregen. ,,Ik gebruikte ze bewust. Die handen hoorden bij het bewegingsrepertoire van mijn Hamlet. Oude rotten in het vak die kwamen kijken, zeiden: ,,Laat die handen maar weg, dan wordt het perfect.'' Hans van Mierlo vergeleek me met Jacques Brel, hij zag dezelfde gepassioneerdheid. Dat was ook geen mooie man volgens de doorsnee smaak. `Schlemielig' vind ik een rotwoord. Ik draag een zwaarte met mij mee, een zekere zwaarmoedigheid. Mijn lijf is onhandig, er zit niets elegants bij. Ik kan niet heel laag met mijn stem, het geluid `klokt' niet. Ik heb een krachtige houding, al heeft die iets logs, iets schokkerigs. Maar dat kan ik goed gebruiken ten behoeve van het komische effect, zoals Tati deed. Toen ik zeven, acht jaar was, liep ik per ongeluk-expres tegen lantaarnpalen op. Ik was er bekwaam in, kon goed vallen. Mensen schrokken zich dood.''

Volgens Derwig moet een acteur ,,bij zichzelf beelden vormen van wat hij zegt'', een ,,grote rijkdom aan enorme gedachten''. Hamlets `zijn of niet zijn' kun je natuurlijk niet uitspreken als `z-ij-n'. In een recensie werd Derwigs vertolking, naar zijn overtuiging dankzij de beelden die hij probeert op te roepen, `fenomenaal' genoemd. ,,Als ik daar dan stond, bovenaan die trap, waar ik het moest gaan zeggen, schoot het woordje `fenomenaal' weleens door mijn hoofd. Wat is er zo fenomenaal aan wat ik nu ga doen, dacht ik dan. Ik moest de gedachten daarover uitbannen. Niet eens zozeer omdat ze afleidden, maar omdat ik blij ben het antwoord op die vraag niet te kennen. Het zou alle natuurlijkheid vernietigen.''

Schok der herkenning

Derwig belandde ,,via een heel voorzichtige sluiproute'' op het toneel. ,,Ik moest eerst drie jaar theaterwetenschappen studeren om erachter te komen wat ik werkelijk wilde. Ik keek altijd wel al heel graag naar toneel. Ging naar Frisse Jongens, naar De Appel met mijn moeder, kende langspeelplaten van Koot en Bie uit mijn hoofd. Dat zei op zichzelf weinig over mijn voorbestemming. Ik kende geen jongens die niet een sketch van Koot en Bie uit hun hoofd kenden. Mijn jeugd stond bol van sportieve en culturele activiteit. Ik zat op het gymnasium en het was heel normaal dat ik in één en dezelfde week naar hockey ging, naar tennis, naar pianoles en naar het theater. Ik ben, ondanks de scheiding van mijn ouders toen ik drie was, beschermd en in een zekere welvaart opgegroeid.''

,,De schok der herkenning'' kwam toen hij achttien was. Hij zag Pierre Bokma, als Hamlet, bij Toneelgroep Amsterdam. ,,Van de voorstelling had ik lang niet alles begrepen, maar ik vond Bokma overdonderend. Met Bert Luppes die Platonov speelde, had ik hetzelfde. In het laatste bedrijf viel zijn spel uit het eerste bedrijf perfect op zijn plek. Dat is verschrikkelijk mooi. Het zijn acteurs die het moment van spelen domineren. Ze durven alles wat ze ingestudeerd hebben te vergeten en dat alsnog, als het ware bij toeval, te laten ontstaan. Ze vertrouwen op de tekst, zonder te verdwijnen in hun personages. Je ziet hun drang iets te vertellen, contact te maken, uitgesproken, maar dichtbij zichzelf blijvend. Zulke ervaringen zijn bepalend, blijkbaar.''

Derwig verdeelt zijn tijd tussen De Trust en 't Barre Land. Zijn eigen groep wordt wel een epigoon van Maatschappij Discordia genoemd. Ze hebben dezelfde vervreemdende stijl van spelen, waarbij de acteur nadrukkelijk afstand houdt van zijn personage. Het verwijt van klakkeloze navolging ergert hem. ,,Het is een vermoeiende vergelijking. Er wordt me ook wel aangewreven van twee walletjes te eten, dat ik bij De Trust kijk hoe het moet om het bij 't Barre Land in praktijk te brengen. Onzinnig. We laten alleen maar zien, net als Discordia, dat toneelspelen zo klassiek niet hoeft te zijn als vaak gebeurt. En als we het wiel opnieuw uitvinden, so what? In Arnhem werden ons geen genres of stijlen bijgebracht, maar veeleer wat je zelf als acteur in huis had. De opleiding was een zoektocht naar onze eigen authenticiteit.

,,Het is voor ons veel moeilijker dan voor de voorgaande generatie om ons af te zetten. De noodzaak ontbreekt. Iedere denkbare artistieke stijl bestaat al, het is nog slechts een kwestie van je aansluiten bij geestverwanten. Waar ik me wel tegen afzet, is de bedrijfsvoering bij het gesubsidieerde toneel. De gescheiden verantwoordelijkheden, de belichters die soms geen idee hebben waar de voorstelling die ze belichten over gaat. Wij doen alles zelf: spelen, regisseren, het vervoer, de techniek, de dramaturgie, de belichting, de catering.

,,Het voordeel is evident en simpel: het gebeurt zoals je het wilt. Ik neem graag een verantwoordelijkheid op me, vroeger was ik ook altijd al aanvoerder van iets. Maar veel belangrijker is natuurlijk, dat de kwaliteit van het spel per definitie hoger is als er verantwoordelijke acteurs op het toneel staan. Doordat wij niet of nauwelijks afspraken maken over spel en mise-en-scène, zetten wij de boel onder spanning. De concentratie is, moet dan optimaal zijn. We moeten daadwerkelijk naar elkaar luisteren en kijken, wil er geen chaos ontstaan. Dat is spannend om te doen en dus spannend om naar te kijken. Ook is het eerlijk, omdat het symboliseert wat we willen vertellen. Dat is altijd hetzelfde: dat we niet weten hoe het leven in elkaar zit. We proberen de voorstelling de neerslag te laten zijn van de complexiteit van het bestaan en van de onzekerheid die we daarover voelen.''

Vrijheid

Toch ziet Derwig evenzeer de voordelen van de werkwijze van De Trust, waar Theu Boermans juist iedere seconde van de voorstelling bepaalt. Bij 't Barre Land wordt de vrijheid van zo groot belang geacht, dat ,,de speelstijl van ieder van ons en daarmee de mogelijke betekenissen van de voorstelling uit elkaar kunnen gaan lopen.'' ,,Het gevaar van de vrijblijvendheid loert, zoals bij De Trust de effecten van een te geringe betrokkenheid bij het geheel een rol kunnen gaan spelen. Boermans verwent een acteur. Zijn voorstellingen zijn symfonieën, waarvan elke noot vastligt. Veiliger vangnet bestaat niet. Je hoeft niet te twijfelen, je krijgt ongelooflijk veel zelfvertrouwen en een rotsvast vertrouwen in het geheel. Je gaat met zoveel zekerheden de vloer op dat het een feest is om juist de onzekerheden weer op te zoeken.

,,Mijn Hamlet is in innige samenwerking met Boermans geboren. Hij biedt je een harnas, dat je als de sodemieter naar je lijf moet zetten. Ik vraag me wel af, hoeveel kans je daarvoor krijgt als je bijvoorbeeld Fortinbras speelt. Boermans heeft ook inderdaad een absoluut gehoor, het heeft meestal niet zoveel zin hem wat intonatie betreft tegen te spreken. Door met hem te werken kom ik als speler verder. Je krijgt inzicht in wat je kunt verhullen, waar je tegenin kunt spelen, in hoe scènes elkaar kunnen opvolgen. Ik leer van hem een personage in alle nuances te spelen, anderzijds lever ik de verantwoordelijkheid voor het geheel in.''

Vanwege de `dualiteit' tussen zijn werk bij 't Barre Land en De Trust, heeft Derwig het gevoel dat hij zich moet rechtvaardigen. Hij wordt als het ware gedwongen toe te geven, dat ,,in het ene kamp zus niet deugt, in het andere zo niet''. Hij ervaart dat als lastig en onterecht. ,,Ik ben misschien kameleontisch in mijn aansluiting bij anderen, maar ik zie geen reden mijn ogen te sluiten voor de eigen kwaliteiten van verschillende mensen en stijlen. Ik heb net een fin de saison-programma helpen organiseren, waar zowel Hollandia als De Trust en 't Barre Land en Maatschappij Discordia hun bijdrage aan leverden. Het is fantastisch om toneel van zo diverse pluimage bij elkaar te brengen, ik geloof in het omverhalen van zuilen.

,,Mijn ambitie om een eigen manier van spelen te hebben, mijn eigenzinnigheid te bewaren, is er alleen maar groter door geworden. Ik wil niet bij deze of gene categorie ondergebracht worden, ik ben een categorietje op mijzelf. Ik vind het mooi, als dat zo is. Weten: wat ik doe, kan niemand anders.''