Geweld verrast agenten elke keer

De politie-organisatie doet te weinig om haar agenten tegen geweld te beschermen, blijkt uit een onderzoek. `Zwalkend en zoekend' improviseren agenten in levensbedreigende situaties.

Een vrachtwagenchauffeur maakt een `fuck off'-gebaar naar twee agenten. Deze stappen opnieuw uit om de vrachtwagenchauffeur daarop aan te spreken. Zonder pardon slaat deze een van de agenten met kracht op zijn gezicht en loopt vervolgens hard weg.

Hoe adequaat kan een agent reageren op agressie van burgers die het plotseling op hem hebben voorzien? Deze week lekte een nog vertrouwelijk concept-rapport uit over een onderzoek dat in opdracht van de ministeries van Binenlandse Zaken en Justitie is uitgevoerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Vol casussen als de bovenstaande. De VU heeft laten weten ongelukkig te zijn met de publiciteit en stelt dat het eindrapport ,,aanzienlijk zal verschillen'' van het concept.

De conclusies liegen er dan ook niet om. De politie-organisatie gaat niet goed om met geweld van burgers tegen agenten. Zij worden onvoldoende getraind, moeten ter plekke improviseren en worden nauwelijks gesteund door leiding. Het `lerend vermogen' van de organisatie blijkt nihil. ,,Door de relatieve onvoorspelbaarheid is er als het ware steeds sprake van een zeker verrassingseffect'', schrijven de onderzoekers. En het komt meer dan eens voor dat geweld tegen een agent door zijn leidinggevenden volstrekt wordt genegeerd.

De genoemde casussen zijn zeer overtuigend. Zoals het geval van de boerin die doorgaf dat ze schoten op het erf had gehoord, waarna haar man niet terugkeerde. De politie-ambtenaar die de melding aanneemt zendt enkele collega's ter plaatse met de mededeling `een ongeruste vrouw heeft iets verdachts gehoord'. Hij verzuimt daarbij zijn collega's te informeren over de schoten. Eenmaal ter plaatse worden twee agenten prompt met een automatisch vuurwapen beschoten. Tegen de agent in de meldkamer is ondanks aanbevelingen van de rijksrecherche nooit een disciplinaire maatregel genomen.

Hoeveel agenten jaarlijks door burgers worden aangevallen is niet precies te zeggen. De 25 regiokorpsen houden er ieder hun eigen registratiesystemen op na, waardoor een optelsom moeilijk is te maken. Feit is dat het totale aantal geregistreerde geweldsmisdrijven in Nederland sinds 1990 is verdubbeld. En vast staat dat ook het molesteren van agenten toeneemt. Evenals de neiging van de politie daar ruchtbaarheid aan te geven.

Steeds frequenter sturen politiewoordvoerders persberichten rond over mishandelde agenten. Bekende voorbeelden zijn het Feyenoord-kampioenschap in Rotterdam, waar in het nauw gebrachte agenten gericht schoten, en een uit de hand gelopen feest op het Amsterdamse Mercatorplein, waarbij agenten werden belaagd door een groep jongeren. Gisteren nog, meldt de Amsterdamse politie, is een agent in haar arm gebeten toen zij probeerde een psychiatrische patiënt in bedwang te houden.

De VU-onderzoekers kozen steekproefsgewijs 6 grote korpsen, die samen 40 procent van de politiesterkte vertegenwoordigen: Groningen, Noord- en Oost-Gelderland, Amsterdam-Amstelland, Haaglanden, Brabant-Zuid-Oost en Utrecht. Ze telden daar in de jaren 1996 en `97 537 gevallen van geweld van burgers tegen agenten. Ofschoon de cijfers per korps enigszins zijn gekleurd doordat niet alle korpsen even nauwgezet registreren (een van de punten van kritiek van de onderzoekers), springt het korps Haaglanden er opvallend uit. Hier werd 224 keer `geweldsgebruik burgers contra politie' geteld. Op de tweede plaats staat Utrecht (135), op de derde plaats Amsterdam (80).

,,In de dagelijkse routine van rechtshandhaving en hulpverlening is de redelijk goedmoedige opstelling van de Nederlandse politieambtenaar een belangrijke bron van gevaar'', stellen de onderzoekers. De meest genoemde wijze om geweld te voorkomen is ,,praten''. Op de politiescholen staan `de-escalatie' en `zorg' hoog in het vaandel. Toch, zeggen de agenten die door de onderzoekers over de casussen zijn geïnterviewd, komen ze over het algemeen goed voorbereid op geweldssituaties van de opleiding. Probleem is eerder dat de daaropvolgende jaren steeds minder aandacht is voor trainingen. Zelfs de dienstsport om de conditie op peil te houden, is bijna overal afgeschaft.

Het vaakst worden agenten bedreigd door burgers die zich verzetten tegen aanhouding. Gevaarlijker is de categorie van `verstoorden', die agenten steeds vaker in levensgevaarlijke situaties brengen. Tot verstoorden worden psychiatrische patiënten gerekend, zoals de man die eens op de Amsterdamse Dam met een Samoerai-zwaard stond te zwaaien. Of personen die door drank of drugs beneveld zijn. Zij kennen nauwelijks angst en voelen minder pijn, waardoor bijvoorbeeld een tik met de wapenstok weinig uithaalt. Precies om die reden blijken straatrovers de laatste tijd ook steeds vaker cocaïne te gebruiken voordat ze op pad gaan - het maakt ze `moedig'.

,,De meest escalerende strategie in gevaarsituaties is géén strategie'', stellen de onderzoekers. Juist dat veroorzaakt een ,,zwalkende en zoekende'' aanpak van agenten. Zij kunnen dat nauwelijks helpen. Soms is de vuist van een vrachtwagenchauffeur nu eenmaal niet te ontwijken. Maar, suggereren de onderzoekers, de leiding van de korpsen zou zich ten minste in kunnen spannen voor ,,heldere bevelslijnen, vaste taakverdelingen, goede voorbereiding en gestructureerde communatie'' om zijn werknemers te beschermen. Zoals in arrestatieteams en bij de mobiele eenheid allang gebruikelijk is.

Hoe zinvol regie kan zijn blijkt uit de aanpak van een in het rapport niet nader genoemd korps. Sinds de korpsleiding daar het politie-optreden in berucht uitgaansgebied strak coördineert, halveerde het geweld.