Geheugenplaatsen

Op de warmste dag van het jaar fiets ik van Oosterbeek naar Austerlitz. Het was de bedoeling daarbij alle Plekken van Herinnering te bezoeken, de teksten van de plaquettes te lezen en de souvenirs te kopen. Tussen de graven van de Engelse (en Duitse) soldaten in Oosterbeek en de denkbeeldige graven van de Franse (en Duitse) soldaten onder de pyramide van Austerlitz, ligt immers anderhalve eeuw waarin De Keizer in Doorn, de Helden van de Grebbeberg, en de Capitulatie te Wageningen slechts hoogtepunten zijn van de historische kralenketting die in ons land van inscriptie naar gedenkteken leidt. Wat heb ik tussen Petten (alle huizen weg, mensen bleven leven) en Putten (huizen bleven staan, mensen weg) al niet aan gedenkstenen in kerkenwanden gelezen en bepeinsd.

Maar de hitte dwong me om de luttele kilometers tussen Oosterbeek met zijn oudemensentehuizen en Austerlitz met zijn kinderspeeltuinen rechtstreeks af te leggen. Geen Mandelalanen in de buitenwijken en Krugerstraten in de binnensteden. Geen Kennedykruispunten en Olderbarneveldpleintjes. De souvenirwinkel verdrongen door de ijscoverkoper. Het schuldig landschap van Amersfoort overwonnen door het koele water van de Lek.

In het gehucht Cuneratoren belde ik aan bij huize Nooitgedacht voor een glaasje water. Er werd niet opengedaan. Bij de buren stond op het hek geschreven: Altijd al geweten. Mijnheer Wim van den Blink was bezig een steen uit de gevel los te wrikken, maar onderbrak dit graag om mij een glas koude karnemelk te brengen.

,,Waarom haalt u die steen uit uw voorgevel?'', vroeg ik Wim.

,,Eigenlijk mag u hem pas op 1 januari 2000 lezen, maar misschien komt u hier nooit meer langs. U moet mij beloven aan niemand de inhoud van deze plaquette te onthullen.''

Ik ben journalist dus ik beloofde grif om de tekst niet te openbaren. Dit is de tekst: Op 1 januari 2000 heeft Wim van den Blink, bewoner van het huis Altijd al geweten te Cuneratoren, deze plaquette onthuld, waarin herdacht wordt dat er tussen 1 januari 1900 en 1 januari 2000 niets van enig belang in het dorp Cuneratoren, en dientengevolge ook niets van enig belang in huize Altijd al Geweten, heeft plaatsgevonden.

Ik feliciteerde de heer Van den Blink maar suggereerde dat hij wellicht de tekst nog kon verbeteren door het woord `gelukkig' of misschien zelfs `Goddank' in te voegen tussen `2000' en `niets van enig belang'. Van den Blink voelde hier niets voor. Ik bedankte voor de karnemelk, trok een droge onderbroek aan en vroeg de korste weg naar Austerlitz, niet de plaats van Napoleons slag, niet het Parijse station, maar de bescheiden zandpyramide in de provincie Utrecht. Misschien zullen eens de stations van de Betuwelijn de historische namen Grebbeberg, Atjeh, Djokjakarta en Srebrenica krijgen. Wij leven in de historie.