Echt zand op een geschreven strand

Op het strand het boek `The Beach' lezen - eigentijdser kan het niet. Aflevering 31 in Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Ik lig op het strand en lees over het strand. Het strand is gewoon dat van Zandvoort, dat ondanks de mensenmassa altijd mijn strand blijft, want bij iedere rinkelende bel van een rijdende vis- of fruitkar zie ik mezelf een moment als jongetje spelend in hetzelfde zand, gefilmd door mijn vader met een snorrende super-8 camera – altijd met zo'n kar op de achtergrond. Het boek dat ik lees, heet The Beach. De ondertitel luidt: `The History of Paradise on Earth'. Het is een speelse studie over de ontwikkeling van het strandgevoel door de eeuwen heen. Het strand als sociale speelplaats, het strand als vrijplaats van de geest. Hier bevrijdt het lichaam zich van de maatschappelijke conventies en keert terug tot zijn natuurlijke staat. De zon brengt je geest in een aangename narcose. Je hoofd is ruim en leeg tegelijk.

Het is heel heet.

Dat is bij uitstek het moderne bewustzijn, formuleer ik een beetje moeizaam, om een fenomeen te beschouwen terwijl je het ondergaat. Terwijl de gedachten in mijn hoofd langzaam uiteenvallen en worden opgenomen in een oneindig uitgestrekte ruimte van licht en warmte, probeer ik te lezen over hoe op het strand je tijdsbesef verdwijnt en je geest zich overgeeft aan de ruimte van zee, lucht en zon. Ik lees over de sociale rituelen van het strandleven, de lichaamscultuur, het gezinsgevoel. Ik kijk op van The Beach en ik zie het allemaal in werking, kinderen met schepjes, torso's als persoonlijke vestingen, bevrijde borsten.

Zo'n boek als dit is symptomatisch. Ons bewustzijn brengt alles aan het licht. Er kan niets gebeuren zonder dat het ook meteen verklaard wordt. Zo kan het dat de nieuwszender CNN etmaal na etmaal zwelgt in het nieuws van de dood van JFK junior en tegelijkertijd sociologen en cultuurfilosofen uitnodigt om te verklaren wat het toch te betekenen heeft, dat massale rouwvertoon.

Maar misschien zijn juist zijzelf er de oorzaak van, denk ik, misschien moeten ze de verklaring voor al die spontaan bloemen leggende en rouw dichtende mensen bij zichzelf zoeken: heel het leven wordt ingesnoerd in verstandige redeneringen en verplichte overwegingen en analyses. Hoe kun je je overgeven aan je verdriet wanneer je van tevoren keurig leert hoe met rouw om te gaan? Je geest gaat onwillekeurig op zoek naar een gebied dat niet bevolkt wordt door persoonlijke therapeuten, door adviseurs en mensen die je vertellen wat het betekent wat je voelt en of dat wel goed voor je is; een gebied waar niet over iedere emotie verantwoording hoeft te worden afgelegd, aan anderen of jezelf.

Je ziet het ook aan al die boeken en tentoonstellingen over culturele fenomenen, die in beeld brengen waar je nooit bij stil hebt gestaan: de culturele geschiedenis van de sigaret, het potlood, de dans door de eeuwen heen, de Egyptomanie, de pornografie. Onze blik richt zich niet zozeer op de kunst, maar op de cultuur - je ziet de mens zelf in een museum, zijn verlangens, zijn gedrag, zijn neigingen, en de vormen die hij er in de loop van de eeuwen voor vond.

Dat is vaak grappig en verbazingwekkend. Het is ook verstikkend. De neiging om voortdurend jezelf te zien, al of niet in een historisch-culturele context, doodt spontaniteit, het gewone onbewuste zijn. Hoe kun je van zo'n gewoonte als roken genieten, wanneer je bij iedere sigaret die je opsteekt moet denken aan De Sigaret door de eeuwen heen? Doen is nu nooit meer genoeg, je moet weten waarom je iets doet. Bewustzijn is goed. Ik beschouw dus ik ben.

Dat denk ik, liggend op het strand, en ik wil er nog een paar gedachten aan vastknopen, maar het is gewoon te heet. Mijn ogen rusten nu al meer dan een kwartier op een en dezelfde pagina van mijn boek, de letters dansen voor mijn ogen. Het strand, lees ik, werd lang gezien als het overgangsgebied tussen het lichamelijke en het spirituele, een soort grenszone tussen hemel en aarde. Het sublieme openbaart zich hier aan de kustlijn, in het aangezicht van de dubbele oneindigheid van zee en hemel. Zweet hangt in druppels aan mijn wimpers.

Ik zie dat er zandkorrrels in de naden van The Beach zitten. Echt zand op een geschreven strand, toepasselijker kan niet.

Er klinkt muziek uit een radio vlak bij me, een zingende zwarte mannenstem, meer soul dan rap. Ik weet dat ik het nummer eerder gehoord heb, maar ik kom er maar niet op wie het zingt. Die spanning tussen je hang naar bewustzijn, de drang om jezelf te zien, en aan de andere kant het verlangen om jezelf kwijt te raken, overheerst alles, denk ik.

Gedachten in mijn hoofd lossen op nog voor ze gevormd zijn. Ik smelt.

Van wie is die stem toch?

Ik moet denken aan een uitspraak van een personage in een roman van Saul Bellow, More Die of Heartbreak, die altijd in mijn hoofd is blijven rondspoken. Daarin beweert de voortdurend op zichzelf en de wereld reflecterende hoofdpersoon – zijn naam ben ik allang vergeten – plotseling dat het misschien niets anders dan een vorm van nervositeit is, die aanhoudende zucht om alles en iedereen te beschouwen, om overal een idee over te hebben, alles te zien. Nervositeit waardoor? Omdat alle grote zekerheden zijn weggevallen, er geen hogere, bestierende machten meer zijn en de mens voorgoed aan zichzelf overgeleverd lijkt? Analyse verschaft zekerheid, je bent al een heel eind als je weet hoe het zit.

Maar het zijn schijnzekerheden, natuurlijk, ze bieden maar een heel wankel houvast. Ze houden het verdriet en de dood niet op een afstand. Al die gedachten over onze hedendaagse cultuur, over onze behoeften en gedrag, dat genoeglijk filosoferen over onze plaats in de wereld, ze blijken meestal erg plooibaar en net zo vergankelijk als de wetenschappelijke berichten die je vertellen dat een glas rode wijn per dag voorkomt dat je een hartaanval krijgt, en het eten van spinazie kankerbevorderend werkt.

Bewust denken is zoiets als bewust eten – het is maar de vraag of je er gelukkiger door wordt.

Ook dat is weer een analyse, denk ik.

Het is nu zo heet, dat ik helemaal niet meer voel dat ik een lichaam heb. De stem uit de radio is opgevolgd door een ander en nu zal ik wel nooit meer weten wie het was. The Beach is uit mijn handen gegleden, eerst op mijn borst, toen in het zand naast mijn ligbed. Ik geloof niet dat ik het uit ga lezen, denk ik, in ieder geval niet hier. Het was een vergissing om het mee te nemen. Op het strand lezen over het strand, wie doet dat nou? Nervositeit, anders niet. Lezen over overgave in plaats van je over te geven. Denken over het sublieme in plaats van het te ondergaan. Verkeerd. Helemaal verkeerd. Dan wint de zon het en ik denk helemaal niets meer.