De hebzucht wint van de democratie

Officieel is het vrede in Sierra Leone, het land waar sinds gisteren een groep buitenlanders in gijzeling wordt gehouden. Maar voor de duizenden burgers wier handen tijdens de oorlog zijn afgehakt, is vooruitzien naar de toekomst bijna net zo pijnlijk als omzien naar het verleden.

Mariatu Kamara is een boerenmeisje van dertien. Drieeneenhalve maand geleden is ze verkracht, en nu is ze zwanger. Wanneer haar kind geboren wordt, zal ze het niet kunnen vasthouden. Ze heeft geen handen waarmee ze om voedsel kan bedelen, laat staan dat ze zelf zou kunnen eten. Nadat de bezeten tiener die haar dorp was binnengedrongen haar had verkracht, hebben de andere rebellen met een kapmes haar handen afgehakt.

Foday Sankoh is de leider van de rebellen. Hij is de man die het blinde schrikbewind op touw heeft gezet dat 10.000 mensen in Sierra Leone hun ledematen heeft gekost – dat hen, zoals ze hier zeggen, `nutteloos' heeft gemaakt. Nog eens tienduizenden anderen zijn vermoord en een half miljoen mensen zijn dakloos geworden tijdens de opstand die dit land nu al tien jaar lang verscheurt. Op dit moment ziet het ernaar uit dat Sankoh voor het verwoesten van deze West-Afrikaanse democratie in opkomst zal worden beloond met amnestie en een post in de regering. Zo is het bepaald in een op 7 juli in Togo getekende vredesovereenkomst, die krachtig wordt gesteund door de voormalige koloniale machthebber Groot-Brittannië.

De verdwaasde ogen in Mariatu's kindergezichtje getuigen al even sprekend van de verschrikkingen die zij heeft doorgemaakt als de stompjes die rusten in haar schoot. Overal om haar heen in het geamputeerdenkamp in Freetown, de hoofdstad, zien verminkte volwassenen met wanhoop de minderwaardige vrede aan waarin zij zich nu noodgedwongen moeten schikken.

Mariatu weet alleen nog dat haar leven in een tranenvloed verdween, die ochtend dat zij en haar zusje Adamasay van veertien naar hun dorp Magboru, niet ver van Port Loko, terugliepen nadat zij vruchten waren gaan zoeken in de bush. ,,Toen wij de rebellen zagen, holden we weg'', herinnert zij zich. ,,Maar een andere groep vond ons. Omdat zij zeiden dat zij ECOMOG [merendeels Nigeriaanse vredestroepen] waren, dachten wij dat we geen gevaar meer liepen. Zij bonden onze handen op onze rug en namen ons mee naar Magboru.''

Een vriendin tilt Mariatu op een hek, zodat ze kan zitten, en Adamasay, die ook al geen handen meer heeft, neemt het verhaal over: ,,In het dorp, een dorp van acht huizen, werd de hele dag geschreeuwd en gegild. De rebellen wilden voedsel. Ze schoten een heleboel mannen dood. Ze dreven de vrouwen en de oude mensen de hutten in en staken die daarna in brand. Om een of andere reden moesten twee mannen en wij tweeën het allemaal aanzien. Wij dachten dat zij ons als gevangenen zouden meenemen.

,,Maar zij bedachten zich. 's Middags, nadat zij een zwart poeder in onze mond hadden gestopt waar wij zweverig van werden, brachten ze de twee mannen en ons naar de kapokboom. Tegen de stam van die boom hebben zij onze handen afgehakt. Ik heb niet gehuild toen zij mijn handen afhakten.'' Het werd donker, en Adamasay kon haar zusje niet meer zien. Haar linkerhand was helemaal afgehakt, de rechter hing nog aan een reep huid. Zij vluchtte.

Intussen werd Mariatu verkracht. ,,Het was een jongen, iets ouder dan ik'', vertelt ze. ,,Ik wist dat hij me ging pakken toen hij mijn kleed wegtrok en mij op de grond gooide. Toen hij het gedaan had, riep hij zijn vrienden en die hakten mijn handen af. Intussen was er niemand meer over in het dorp. Ik ben naar Port Loko gelopen. Een paar soldaten van ECOMOG, die met me te doen hadden, brachten me naar Freetown [ruim 50 kilometer verderop].''

In het geamputeerdenkamp in Murray Town aan de westrand van Freetown werd Mariatu begin mei ten slotte met enkele familieleden herenigd. Adamasay werd binnengebracht door Ghanese ECOMOG-troepen, wier medisch personeel haar bungelende rechterhand hadden verwijderd en de stompjes hadden verbonden. Ook Mariatu en Ali, de ouders van de meisjes, en hun oudste zusje, Kadiatu van zeventien, kwamen daar terecht, ongedeerd. Maar hun oudste broer Santigie is spoorloos verdwenen.

Hier, in een door buitenlandse hulpverleners opgetrokken wijk van lappententen, moeten zij weer iets van hun leven zien te maken. Maar vooruitzien naar de toekomst is bijna net zo pijnlijk als omzien naar het verleden. Hun dorp is platgebrand. Het agrarische leven op het bestaansminimum laat geen tijd of middelen over voor mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Mariatu zal haar kind gewoon ter wereld brengen, zonder een HIV-test te laten doen. Want, zo zeggen de volwassenen om haar heen, ,,in Afrika weet je nooit welk pasgeboren kind president zal worden''.

Om het allemaal nog erger te maken wordt nu van Mariatu en Adamasay en de honderdduizenden met hen wier levens door de strijd verwoest zijn, verwacht dat zij hun folteraars simpelweg vergiffenis schenken. Volgens de recente verdesovereenkomst zal in Sierra Leone – vier miljoen inwoners op een gebied ter grootte van Schotland – de democratisch gekozen Ahmed Tejan Kabbah president blijven, in een bizarre, gedwongen coalitie met het Revolutionair Verenigd Front (RUF) van Sankoh. Kabbah, een gerespecteerd voormalig functionaris van de Verenigde Naties, is in maart 1996 door de bevolking gekozen. De leuze was toen `De toekomst ligt in jouw handen' – de reden waarom de mensen van Sankoh die handen afhakten. ,,Ga Tejan Kabbah maar om een hand vragen'', riepen de opstandelingen tegen de geamputeerden.

Het RUF en zijn bondgenoten – Liberiaanse bush-strijders, guerrillero's uit Burkina Faso, en andere partijen die azen op Sierra Leones reusachtige diamantenrijkdommen – hebben nu bijna tien jaar tegen de centrale regering gevochten. De ene regering na de andere heeft de belangen van het platteland genegeerd; uit de daardoor ontstane rechteloze generatie heeft het RUF zijn opstandelingenleger gerecruteerd, tot kinderen van acht jaar jong, en opgeleid om meedogenloos op te treden.

Nu heeft de hebzucht het gewonnen van de democratie: bij de recente overeenkomst is Sankoh amnestie toegezegd voor de oorlogsmisdaden die hij als rebellenleider heeft begaan, en is zijn doodvonnis opgeheven. Het RUF mag vier ministers leveren, vier staatssecretarissen en de vice-voorzitter van de onlangs ingestelde Nationale Commissie voor Wederopbouw en Natuurlijke Rijkdommen, die de zeggenschap krijgt over de diamantindustrie van het land, met een jaarlijkse opbrengst van 250 miljoen dollar.

Groot-Brittannië, dat in 1961 uit Sierra Leone is vertrokken, heeft Kabbah lang gesteund, in de misschien naïeve overtuiging dat de democratie het zou kunnen winnen. Sinds Kabbah in april 1998 met een staatsgreep de macht heroverde, heeft het zo'n 30 miljoen pond gestoken in Sierra Leone en Ecomog.

Deze week zijn Britse troepen in Freetown gearriveerd, met de opdracht de strijders van het RUF om te scholen tot een fatsoenlijke nationale strijdmacht. Er verschijnen ook militaire waarnemers van de VN, die toezicht moeten houden op de ontwapening van de rebellen en de Kamajors, die de regering van Kabbah steunen. Er wordt zelfs gefilosofeerd over een waarheidscommissie naar Zuid-Afrikaans voorbeeld.

Mensenrechtenactivisten en zelfs medewerkers van de VN hebben zich intussen zeer kritisch uitgelaten over de amnestie. Volgens hen valt de situatie hier niet te vergelijken met die in Zuid-Afrika. En Human Rights Watch, die de in Sierra Leone gepleegde wreedheden omschrijft als ,,de ergste die wij waar ook ter wereld hebben gezien'', heeft Rwanda en het voormalige Joegoslavië genoemd als voorbeelden van de ,,verschrikkelijke dingen die kunnen gebeuren wanneer er mensen aan de macht komen die schendingen van de mensenrechten op hun geweten hebben''.

Intussen zijn de hulporganisaties de wanhoop nabij. Nathalie Ernoux, van Action Contre La Faim, een van de weinige organisaties die vanuit Freetown naar de door het RUF beheerste gebieden in het binnenland zijn gegaan, bericht over wijdverbreide ondervoeding en zelfs hongersnood. ,,Tweederde van het land heeft niets'', zegt zij.

Een paar inwoners van Sierra Leone geloven werkelijk in vrede tot elke prijs. Zij hopen dat de in Togo gesloten overeenkomst een einde zal maken aan de cyclus van onrecht en straffeloosheid, en zij betwijfelen of de regeringsverantwoordelijkheid die de wreedaards is toegevallen, andere opstandigen ertoe zal verleiden ook eens een gokje te wagen. ,,Als Sankoh nu kandidaat was bij verkiezingen, zou hij ze waarschijnlijk winnen, omdat de mensen te bang waren dat de ellende anders opnieuw zou beginnen'', zei iemand tegen mij.

Het is duidelijk dat Groot-Brittannië en andere leden van de internationale gemeenschap – wier schatkisten na de oorlog in Kosovo bepaald niet uitpuilen – hopen dat de regeringscoalitie van democraten en schurken zal slagen. Zij stellen dat er, nu het RUF het grootste deel van het land, inclusief de mijnbouwgebieden, in zijn greep heeft en Nigeria geen geld meer over heeft voor vredeskorpsen, niets meer te kiezen viel.

©The Independent.

    • Alex Duval Smith