Broedplaats wijkt voor woning

Alternatieve woon- en werkplaatsen van kunstenaars moeten in Amsterdam wijken voor nieuwbouw. De gemeente wil `culturele broedplaatsen' verhuizen. Naar plaatsen ver van de stad, waar zij `meerwaarde' opleveren. De kunstenaar als ontwikkelingswerker.

Sinds 1989 maakt hij er fluorescerende sieraden en betonnen beelden, maar binnenkort is het afgelopen. ,,We zijn de laatsten in de rij die plaats moet maken voor projectontwikkelaars'', zegt de 59-jarige kunstenaar Wim Doorschot. In het voormalige Lloyd Hotel aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam heeft Doorschot zijn atelier, samen met dertig andere kunstenaars. ,,Sluiting van deze ateliers betekent het einde van een tijdperk.''

Fabriekspanden, havenloodsen en schoolgebouwen, voorheen waren alleen krakers er in geïnteresseerd. Maar met de ongekend hoge huizenprijzen proberen projectontwikkelaars elk stukje Amsterdam te ontginnen. ,,Het wordt een dooie boel in Amsterdam. Er is geen ruimte meer om te experimenteren'', zegt Eva de Klerk van het Werkgebouwengilde, een organisatie van 24 woonwerkgebouwen. De komende jaren verdwijnen volgens haar meer dan tien ,,culturele broedplaatsen''.

Na de ontruimingen van het Vrieshuis Amerika en de Graansilo vorig jaar, zijn in Amsterdam het gekraakte OLVG-ziekenhuis, de Douaneloodsen in het Oostelijk Havengebied, het Entrepôtdok en het Lloyd Hotel aan de beurt. Allemaal startplekken voor jonge ondernemende kunstenaars die zich vaak zonder subsidies, maar tegen een lage huur, konden ontplooien.

,,We hebben de duiven weggejaagd, tienduizend vierkante meter van duivenpoep ontdaan en zijn hier gaan wonen'', zegt René Mastenbroek in het in 1996 gekraakte Entrepôtdok. In het pand vinden nu goedbezochte filmavonden, exposities en theatervoorstellingen van studenten plaats. Mastenbroek vreest dat het pand volgend jaar ontruimd zal worden en de gebruikers gedwongen worden een nieuwe plek te zoeken.

,,Het is moeilijk om te focussen op je werk als je in de stress zit voor een atelier'', zegt Till Adam, een 22-jarige Rietveldstudent uit Duitsland die zes maanden in het Lloyd Hotel woonde. De dertig overgebleven kunstenaars van het Lloyd Hotel uit 1918 moeten in september een ander heenkomen zoeken. Het pand wordt dan een echt hotel.

Volgens Entrepôtdokbewoner Mastenbroek is het minimum van het aantal culturele broedplaatsen in Amsterdam inmiddels bereikt. ,,Rotterdam heeft het in dit opzicht veel slimmer aangepakt. Hier is de politieke wil groter en de situatie voor kunstenaars veel gunstiger'', zegt hij.

Rotterdam ontwikkelt en beheert in onbruik geraakte panden die worden aangewezen als ,,kunstverzamelgebouw'', de Rotterdamse equivalent voor een broedplaats. Kunstenaars uit Amsterdam, Arnhem en Maastricht, waar zij eveneens moeten verhuizen, zijn al naar Rotterdam gekomen. De gemeente Amsterdam beseft inmiddels dat de broedplaatsfunctie van de hoofdstad op de tocht staat. Zeker toen bleek dat kunstenaars uit de Graansilo naar Rotterdam waren vertrokken. ,,Het is een belangrijke issue in opkomst'', zegt manager Jeroen van Straten van de gemeentelijke projectgroep Broedplaats, die twee miljoen gulden kreeg om naar alternatieve panden te zoeken. De projectgroep is opgericht na een oproep van het Werkgebouwengilde bij de gemeenteraad om te overleggen over een ,,constructief vestigingsbeleid''.

Gebouwen met kunstenaars zijn volgens projectmanager Van Straten van groot belang voor de stad, omdat ze een bijdrage leveren aan het herstel van wijken. ,,De broedplaatsen hebben vergeten plekken weer op de kaart van Amsterdam gezet.'' Zoals het Oostelijk Havengebied, dat nu als een zeer aantrekkelijk woongebied wordt gezien.

De projectgroep heeft plannen om in het jaar 2000 veertig nieuwe woonateliers en drie woonwerkpanden te realiseren. Hiervoor is meer dan acht miljoen gulden nodig. Van Straten noemt de Westelijke Tuinsteden en Amsterdam-Noord als mogelijke lokaties. ,,Het centrum is misschien leuker voor de bewoners van de panden, maar dit levert voor de stad geen meerwaarde op.'' Juist in de perifere gebieden kunnen de broedplaatsen een belangrijke impuls zijn, vindt de gemeente.

Maar door de hoge prijzen is het voor de gemeente steeds moeilijker om panden te kopen of in bezit te houden die geschikt zouden zijn als broedplaatsen. ,,De gemeente wil wel maar er is ook een schreeuwend gebrek aan andere voorzieningen zoals scholen, die dan toch voorrang krijgen'', aldus Van Straten.

Intussen gaan de ontruimingen gewoon door. In de krakers- en kunstwereld wordt daarom sceptisch gereageerd op de plannen van Amsterdam. ,,De gemeente heeft veel beloften gedaan die ze niet zijn nagekomen'', zegt Mike ter Veer, oud-bewoner van de Graansilo. Ter Veer woont nu met een aantal ex-bewoners van de silo in het westelijk havengebied. Oorspronkelijke Graansilo-bewoners die plannen hadden om kleine ondernemingen te vestigen op de begane grond werd beloofd dat ze terug mochten komen. ,,Helaas, de financier wilde niet met ons in zee. De helft van de bewoners kreeg een pand zonder ramen aangeboden en weigerde. Hiermee was voor de gemeente de kous af'', zegt Ter Veer.

Ook Entrepôtdokbewoner Mastenbroek heeft weinig vertrouwen in de gemeente. Hij noemt het wel ,,uniek'' dat anti-krakers én krakers met de gemeente aan tafel zitten. Maar hoge verwachtingen heeft hij niet. ,,De gemeente schroomt niet om de stad aan te harken en te kiezen voor het grote geld.''