Archief van zoon J.S. Bach gevonden

Studenten van de Amerikaanse Harvard University en de Wetenschappelijke Academie in Kiev hebben in juni het muzikale archief van Carl Philipp Emanuel Bach, de tweede zoon van Johann Sebastian Bach, gevonden. Het archief, waarvan lange tijd werd gedacht dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren was gegaan, bevond zich in een staatsmuseum in Kiev. De verzameling bevat ongeveer vijfhonderd werken van leden van de Bach-familie, waaronder veel composities van C.P.E. Bach die niet eerder zijn gepubliceerd.

C.P.E. Bach (1714-1788) studeerde aanvankelijk rechten, maar bewees zich later als begenadigd muzikant. Hij trad 28 jaar lang op als hofmuzikant van de Pruisische vorst Frederik de Grote. De collectie maakt deel uit van een groter 18de-eeuws muziekarchief dat in 1943 door de Duitsers uit Berlijn werd weggehaald en in het huidige Polen werd ondergebracht. Na de oorlog belandde de collectie in Moskou. Later werd Kiev de opslagplaats. In 1973 verhuisde de manuscripten van het plaatselijk conservatorium naar het centrale archief voor literatuur en kunst van de Oekraïne.

De speurtocht door de onderzoekers werd in gang gezet door een brief uit 1950 waarin gesteld werd dat het archief zich `ergens in de Oekraïne' bevond. Uiteindelijk leidde het spoor naar Kiev, waar de papieren werden aangetroffen in ongeschonden staat. Gevraagd naar de waarde van de vondst zei Christoph Wolff, decaan aan de Harvard University, dat het een `onbetaalbare en onvervangbare schat' betreft. (Reuters)