Politie treedt niet goed op bij agressie

De politie reageert inadequaat op agressie van burgers jegens agenten. Zij zijn onvoldoende getraind in de omgang met agressie, het optreden bij gevaar berust vaak op improvisatie, en de leiding schiet dikwijls tekort.

Dit concludeert het Centrum voor Politiewetenschappen van de Vrije Universiteit van Amsterdam in een nog vertrouwelijk concept-rapport over het onderzoek Politiewerk in gevaarssituaties, dat is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie.

Voor het onderzoek zijn in 1996 en '97 op basis van een steekproef 6 grote politiekorpsen geselecteerd waar in deze periode 537 gevallen van agressie en geweld van burgers tegen de politie werden geregistreerd. Al deze voorvallen zijn geanalyseerd, waarna 66 betrokken politieambtenaren zijn geïnterviewd.

Over het optreden van de agenten zelf tijdens geweldssituaties zijn de onderzoekers uiterst kritisch. Er zijn ,,nauwelijks procedures'' voor het optreden van agenten bij agressie, er is geen taakverdeling en ,,nauwelijks sprake van leiding''. Vaak geven agenten niet aan de meldkamer door waar, of in welke situatie zij zich bevinden. Ook wanneer zij tot actie overgaan in een geweldssituatie melden zij dat vaak niet, waardoor spoedassistentie vaak te laat ter plaatse komt ,,omdat zij hun collega's niet snel genoeg hebben kunnen vinden''. ,,De voorbereiding is doorgaans gering'' en de informatieverstrekking verloopt ,,moeizaam'', aldus het rapport.

Volgens de onderzoekers registreert de politie het geweldsgebruik van burgers tegen de politie bovendien onvoldoende, waardoor geen inzicht bestaat in de soorten en aantallen geweldssituaties waarin agenten kunnen terechtkomen. Ook wordt het optreden van agenten bij agressie zelden geëvalueerd. De onderzoekers pleiten ervoor agenten in situaties met een hoog risico, zoals in uitgaansgebieden, voortaan standaard uit te rusten met de lange wapenstok. Voorzitter H. van Duijn van de Nederlandse Politie Bond (NPB) onderschrijft de conclusies van het rapport, maar mist aandacht voor het zinloos geweld als maatschappelijk verschijnsel en het middel pepperspray als alternatief voor het dienstpistool. Door een tegenstander pepperspray in de ogen te spuiten kunnen tegenstanders voor korte tijd worden uitgeschakeld. Twee korpsen mogen het middel van minister Peper (Binnenlandse Zaken) op proef gaan gebruiken. ,,In dit rapport lijkt het alsof trainingen en procedures de haarlemmerolie tegen geweld zijn. En alsof de pepperspray er doelbewust buiten is gelaten'', aldus Van Duijn. Het concept-rapport is 1 juli aangeboden aan minister Peper. Zijn ministerie en de Raad van Hoofdcommissarissen willen er nog niet op reageren voordat Peper de definitieve versie eind deze maand naar de Kamer heeft gestuurd.