Ook krijgsmacht heeft F-side in huis

Is er een groot verschil tussen Leidse corpsstudenten die in 1939 `Sieg Heil!' roepen en Dutchbat-soldaten die in Srebrenica met enige regelmaat de Hitlergroet brengen?

Het Leidse incident, door J.L. Heldring op 3 augustus beschreven in het derde deel van zijn Herinneringen op deze pagina, speelde zich een jaar voor de Duitse overval af en ging door voor apolitieke studentenjool. Het incident in Srebrenica, vastgelegd in een verslag van de Militaire Inlichtingendienst (MID) dat voor de toenmalige minister Voorhoeve werd achtergehouden, speelde zich vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog af en is in de pers omschreven als een manifestatie van rechts-extremisme in de Dutchbat-gelederen.

De toejuichingen in de sociëteit Minerva waren misschien tamelijk onschuldig omdat ze uit de beschonken kelen kwamen van studenten die nauwelijks wisten wat Hitler van plan was en die zich daarmee trouwens nog niet aan een strafbaar feit schuldig konden maken. Maar daar moet dan wel bij aangetekend worden dat gebral van studenten die gerekend worden tot de spes patriae even dom is als gebral van het gajes. Liederlijke taal wordt immers overal uitgekraamd – zowel upstairs als downstairs.

Dat wil niet zeggen dat ook het geschreeuw in Srebrenica als een onschuldig incident kan worden afgedaan. De Hitler-groet in Srebenica stond niet op zichzelf. De Nederlandse soldaten die zich – onder het gedogend oog van een bevelvoerende officier – daaraan te buiten gingen maakten zich bovendien schuldig aan discriminerend gedrag tegenover moslims en allochtone Dutchbat-soldaten. Die laatsten werden door hun collega's telefonisch onthaald op `oerwoudgeluiden', een intussen gangbare racistische variant op de bananen en pinda's die Stanley Menzo een jaar of tien geleden in het doel van Ajax om zijn oren kreeg.

Het verbaast me eigenlijk dat de MID niet ook uitingen van antisemitisme heeft gesignaleerd. Vaak is dat een daarmee samengaand verschijnsel. Misschien wás het er wel maar is het onvermeld gebleven doordat de getuigen het over het hoofd hebben gezien.

Volgens het MID-verslag gaat het om een rechts-extremistische groepering in het Nederlandse VN-bataljon. Hoe kan de MID daar zo zeker van zijn? Ze heeft dat opgetekend uit de mond van andere Dutchtbat-soldaten, die niet alleen getuige waren van het brengen van de Hitlergroet maar ook melding maakten van `intimiderend en grof' gedrag. Het gewicht van een en ander zal de officier van justitie in Arnhem, die intussen strafvervolging heeft ingesteld, moeten vaststellen.

Op zichzelf zegt het media-etiket `rechts-extremistisch' nog niets, als niet bewezen is dat de beleiders van dat -isme, behoren tot een verboden politieke organisatie. Het kunnen even goed gewoon aanhangers van de FC Groningen in uniform zijn geweest. Die associatie ligt enigszins voor de hand want in het MID-verslag worden ze ook omschreven als noordelingen, respectievelijk als leden van een motorclub uit die contreien. Daarmee is ongetwijfeld geen militaire motorclub bedoeld (nakomeling van het vooroorlogse wielrijdersregiment) maar een groep vrijetijdsrijders. Die motorclub heeft in dit verband geen enkele relevantie en is er met de haren bijgesleept. Het lidmaatschap van zo'n gezelschap is geen strafbaar feit tenzij dat gezelschap te boek staat als een criminele organisatie. Maar dat had dan moeten worden vermeld.

Dat het (zoveelste) Srebrenica-incident nu in handen van het OM is gesteld, betekent niet dat de Tweede Kamer de zaak wel op zijn beloop kan laten. Er is een rottend gezwel in de krijgsmacht gesignaleerd dat niet vanzelf overgaat. De Kamer kan niet meer volstaan met een controle op afstand maar zal zich weer primair moeten inlaten met het democratische gehalte van het militaire bedrijf. De eerste vraag die ze zich moet stellen is: wat er is terechtgekomen van de democratische doelstelling die de politieke leiding van Defensie voor ogen stond bij de opschorting van de dienstplicht. Er is in geen tien jaar in de Kamer meer een woord aan gewijd.

Het is van tweeën één. Of Defensie geeft die doelstelling op omdat die bij de huidige spanning op de arbeidsmarkt niet meer te verwezenlijken is en zij wel gedwongen is in haar recruteringsbeleid de lat lager te leggen. Maar dan moeten we aanvaarden dat het Nederlandse leger voortaan ook een F-Side heeft, zoals het Franse koloniale leger huurlingen had en zwarte analfabeten gebruikte om de lagere rangen op te vullen. Het leger wordt dan van onderop verrijkt met een moderne versie van het voetvolk dat de hertog van Wellington eens aanduidde als The scum of the earth, enlisted for drink. Óf de Kamer herijkt haar doelstelling en gaat de oerwoudgeluiden te lijf. Het is goed dat de justitie de zaak in handen heeft genomen maar strafvervolging en veroordeling verhelpen de kwaal niet als er geen regiment verlichtingsapostelen achteraan wordt gestuurd. Waarschijnlijk is een bataljon schoolmeesters nog niet genoeg om de primitieve elementen in het leger her op te voeden.

Het openbaar ministerie is geen opvoedingsschool. Met enig geluk slaagt het er in een paar schreeuwers achter de tralies te krijgen. Maar daarmee houdt de taak van het OM wel ongeveer op.

Heropvoeden valt onder de verantwoordelijkheid van de Kamer maar dat is geen directe taak van de Kamer. Dat is primair de taak van de krijgsmacht. De krijgsmacht is vanouds een democratische instelling die gefundeerde democratische pretenties heeft en ervaring heeft met democratische vorming. Ze leidt op voor het militaire handwerk maar ze is tegelijkertijd een pedagogische academie die cursussen geeft, studeren aanmoedigt en studiebeurzen aan talentvolle militairen verleent of bijdraagt in de studiekosten. In het verleden heeft de krijgsmacht heel wat kansarmen de kans gegeven hogerop te komen. Die pedagogische ervaring kan nu van pas komen om ook van de nieuwe lichting F-side-militairen democraten te maken.