Nieuwe ideeën stuiten op `oude' Marokko

Onder de generatiegenoten van de Marokkaanse koning Mohammed VI bevindt zich een groepje ondernemende jongeren. Maar door het ontbreken van een economische rechtsstaat raken hun ambities gefrustreerd.

In Marokko is de samenleving veel sneller veranderd dan de politiek. Niet alleen onder invloed van de buitenlandse televisiestations en de vakantievierende gastarbeiders uit West-Europa met hun nieuwe ideeën. Maar ook dankzij een nog kleine, goed opgeleide groep jongeren tussen de 20 en 35 jaar.

Deze generatiegenoten van de nieuwe koning Mohammed VI, vaak de kinderen of kleinkinderen van de upper middle class, zijn optimistisch, ondernemend, eigenwijs en een beetje opstandig – kortom het tegendeel van de losers elders in de maatschappij. Je ontmoet ze, uiterst modieus gekleed, in de trendy restaurants, in hun kantoren, in de eerste klas van de trein, in de fitnesscentra en op de luxe stranden.

`Jongeren' worden zij genoemd omdat de Marokkaanse politiek en economie nog steeds overheerst worden door 60- en 70-jarigen, die decennia lang het heft in handen hebben. Deze `jongeren' zijn geen revolutionaire wereldhervormers, maar dankzij hun opleiding zeer zelfbewust. Zij worden niet gedreven door politieke idealen, maar door het verlangen hun eigen bedrijf op te zetten, veel geld te verdienen en hun eigen gang te gaan. Dat kan alleen in een economische rechtsstaat. Daarom is hun belangrijkste eis dat de wet voor iedereen geldt, en niet uitsluitend voor de geprivilegieerden.

Die laatsten hebben een monopoliepositie – niet omdat zij zo slim of deskundig zijn, maar omdat ze in feite boven de wet staan. Ze omzeilen de douane en betalen nauwelijks of geen belasting. Dat hoeven ze niet omdat ze nauw met de machthebbers zijn verbonden. Zoals een boze journalist zegt: ,,Hier is alles omgekeerd. Het recht is een privilege en privileges zijn een recht.'' De machthebbers en zij die zich nauw tegen hen aanschurken worden namelijk niet gecontroleerd of gecorrigeerd. Omdat het parlement nog altijd te weinig bevoegdheden heeft de overheid tot de orde te roepen. En omdat er geen echte oppositie is die een vuist kan maken.

,,Bij ons zijn de politieke partijen deel van de overheid'', legt een academicus uit. ,,Daarom is het fout om de politiek hier al te serieus te nemen. Het laatste woord is altijd aan de Mahsen, het koninklijke hof dat achter de schermen als superregering optreedt en uiteindelijk alles bepaalt. Alles loopt hier via de koning. Hij besliste bij voorbeeld waar Mobil Oil een benzinestation mocht bouwen, toen daarover ruzie ontstond. Aan dat gegeven veranderen de politieke partijen, hoe hard ze ook schreeuwen, nul komma nul.''

Inderdaad was de oppositie, die vorig jaar van koning Hassan II de regering mocht vormen, nooit in staat om als één verenigd blok op te treden. Zij is, mede door toedoen van de Mahsen, sterk versplinterd. Vlak voor élke verkiezing ontstonden er opeens nieuwe politieke partijen, die zich van de oude hadden afgesplitst. Want altijd waren er wel een paar mensen die ontevreden waren over de hun aangewezen plaats in de partij. De almachtige minister van Binnenlandse Zaken Dris Basri zorgde dan op discrete wijze voor hun financiering.

De aldus ontstane `balkanisatie' van het politieke landschap garandeert dat geen enkele partij het in haar eentje voor het zeggen krijgt en de door iedereen luidkeels geëiste veranderingen geen revolutionair tempo krijgen. Waarmee het politieke systeem blijft wat het is.

Die situatie van pas-op-de-plaats wordt nog verder in de hand gewerkt doordat alle politieke leiders – van links tot rechts – hun eigen, vaak geheime connecties hebben met de Mahsen. Een mooi voorbeeld is Nadir Amawi, jarenlang één van de felste vakbondsleiders. Tijdens zijn verkiezingscampagne riep een door hem georganiseerd spreekkoor: ,,De dieven die het geld van de staat jatten, moeten worden aangeklaagd!'' Amawi reageerde onmiddellijk: ,,De Fransen hebben ons één miljoen hectare land achtergelaten. Waarschijnlijk is dat onder de dieven verdeeld.''

Maar één van zijn politieke tegenstanders moest daar hartelijk om lachen. ,,Amawi, die een aantal malen wegens opruiing in de gevangenis was gegooid, zei niet dat hij na zijn laatste vrijlating een boerderij met 200 hectare land van het ministerie van Landbouw cadeau had gekregen. Uiteraard ontkende hij de hardnekkige verhalen daarover. Tot hij op een dag in de val liep, toen een journalist hem vroeg: `Ik hoor dat u problemen heeft met uw arbeiders op uw boerderij.' Amawi ontkende fel: `Dat is gelogen, we hebben een uitstekende verhouding.` Waarmee hij bevestigde wat hij altijd ontkend had: dat hij een boerderij had.''

Het is best mogelijk dat ook dát weer een verzonnen verhaal is, zoals zo veel van die honderden geruchten en verdachtmakingen, waarvan de Marokkaanse kranten bol staan. Maar daardoor wordt het de vroegere oppositieleiders, die nu eindelijk een stukje van de macht mogen proeven, bijna onmogelijk gemaakt om hun achterban een pragmatisch hervormingsprogramma te verkopen. Zij kunnen veranderingen alleen millimetergewijs invoeren. Dat wekt grote frustraties, omdat men van de `machtswisseling`, die koning Hassan II van bovenaf had ingevoerd, veel meer had verwacht.

Eén van de gefrustreerde jongeren uit de nieuwe economische klasse is Omer. Hij wou een autoverhuurbedrijf opzetten en huurde een ruimte in een groot flatgebouw. Bij het ministerie van Transport vroeg hij een vergunning aan, bij het gemeentebestuur leverde hij een ondernemingsplan in, en bij een bank vroeg hij om een ondernemerskrediet. Maar hij stuitte op een reeks onoverkomelijke hindernissen. De gemeente eiste dat hij een ontwerp van een architect zou overleggen voor een verbouwingsplan van de door hem gehuurde ruimte. Omer zei: ,,Ik wil helemaal niets verbouwen, ik huur alleen een ruimte.'' Daarop eiste de gemeente dat hij de eigendomsacte van de verhuurder moest overleggen. Maar aangezien de eigenaar geen belasting betaalt en dat ook niet van plan is, weigerde hij zo'n bewijs af te geven.

Omer verloor de moed niet. De gemeente had hem ook gevraagd een kleurenfoto te overleggen van de voorgevel van het flatgebouw, om aan te tonen dat hij daaraan niets zou veranderen. Dat was gemakkelijk, dacht Omer. Maar toen hij de foto maakte, werd hij meteen gearresteerd en urenlang vastgehouden, aangezien het flatgebouw aan een politiebureau grensde. Nadat hij weer op vrije voeten was gesteld, dacht hij: ,,Ik laat de gemeente maar en ga alvast naar de bank. Als ik daar alles rond heb, komt de gemeente wel over de brug.''

Aan de bank legde hij uit dat hij zijn bedrijf wilde starten met zeven auto's, en dat zijn vader zich garant stelde met als onderpand twee leegstaande villa's ter waarde van twee miljoen dirham (440.000 gulden). Zo veel krediet had Omer niet nodig: hij wilde slechts 400.000 dirham (88.000 gulden). De bank vroeg hoe oud zijn vader was, en regeerde negatief toen hij hun informeerde: 62 jaar. ,,Sorry, daar we kunnen geen krediet voor geven, die man is te oud.'' Omer wacht nog steeds op de mogelijkheid zijn bedrijf te beginnen.

M'hamed had een vergelijkbare ervaring. Hij wilde een pizzeria openen beneden in een groot flatgebouw, maar stuitte op de eis van de gemeente dat hij eerst de schriftelijke toestemming van alle individuele bewoners van het flatgebouw moest overleggen. Hetzelfde overkwam Abdelkrim, die een Téléboutique wilde openen, waar men kan telefoneren en faxen. Hij diende bij de instanties een plan in en kreeg alles rond – maar geen vergunning. Na twee jaar gaf hij het op. Twee weken later werd de vergunning, waarom hij gevraagd had, gegeven aan de zoon van een hoge functionaris.

Vier jaar geleden besloot de regering onder druk van het Westen de economie iets te saneren door meer directe belastingen te heffen. Dus werd de nieuwe economische klasse aangepakt met enorme belastingaanslagen, terwijl de geprivilegieerden met rust werden gelaten. Dat was conform de oude, vertrouwde regel: wie genoeg mensen op de juiste plek kent, heeft met de wet niets te maken, krijgt vergunning voor alles, betaalt geen belasting en verdient héél veel geld.

De werkgeversbond, waarin tegenwoordig veel `jongeren` zitten die wat minder volgzaam zijn, pikte dat niet. Een aantal van haar leiders werd in de gevangenis gegooid, sommigen werden zelfs gemarteld. Daarop dreigden de werkgevers uit de nieuwe klasse hun fabrieken te sluiten. Hun investeringen hadden zij al gestopt.

De overheid stond nu voor een uiterst precaire situatie. Want deze a-politieke opstandelingen hebben op de business schools in Frankrijk en in Amerika gestudeerd, en daardoor veel contacten in het buitenland. Bovendien durfde de overheid niet nóg meer werkloosheid te creëren. Dus verleende koning Hassan II in oktober 1977 iedereen amnestie. Voor het eerst sloten de overheid en de werkgevers een akkoord. Daarmee werd een babystapje gezet in de richting van de economische rechtsstaat.

Die is er, ook onder de regering van de socialistische premier Youssefi, nog lang niet omdat de geprivilegieerden op alle mogelijke manieren tegenwerken. Vandaar de conclusie van één van hun concurrenten uit de nieuwe economische klasse: ,,Uiteindelijk brengt niet het parlement, maar de economische rechtsstaat democratie in ons land.''

Tweede verhaal van een serie over de veranderingen in Marokko. Het eerste verscheen op 2 augustus in deze krant.