Mooie, extreme dromen

Waar zijn de Nederlanders? Nationalistische Nederlanders zullen teleurgesteld terugkomen van de tentoonstelling At the end of the century – Hundert Jahre Gebaute Vision in Keulen. De reputatie van Nederland als sleutelland in de twintigste-eeuwse architectuur loopt op dit ambitieuze overzicht van de architectuur en stedenbouw in de twintigste eeuw ernstige schade op. Zo is van H.P. Berlage, door Nederlandse architectuurhistorici altijd beschouwd als een van de grote wegbereiders van het modernisme, geen spoor te bekennen op de twee verdiepingen van de Josef Haubrich Kunsthalle. Ook de beroemde Amsterdamse School-architecten zijn niet vertegenwoordigd, terwijl er van hun Duitse expressionistische geestverwanten wel verschillende ontwerpen hangen. Van de vele bekende Nederlandse Nieuwe Bouwers is alleen Gerrit Rietveld doorgedrongen tot de Keulse kunsthal. Tussen onder meer Le Corbusiers Villa Savoye en een schitterende maquette van Frank Lloyd Wrights villa Fallingwater hangt en staat zijn Utrechtse Rietveld-Schröderhuis uit 1924, door Rem Koolhaas wel eens smalend de `woonwagen van het modernisme' genoemd. Koolhaas zelf, Nederlands beroemdste hedendaagse architect, is op de tentoonstelling alleen aanwezig als auteur van het boek Delirious New York. Zijn Nederlandse discipelen, die nu zoveel furore maken in het buitenland, zijn helemaal spoorloos in Keulen, de enige Europese stad waar At the end of the century - Hundert Jahre Gebaute Vision te zien zal zijn.

Vijf jaar lang heeft de architectuurafdeling van het Museum of Contemporary Art (MOCA) gewerkt aan dit monsteroverzicht van een eeuw wereldarchitectuur. Het resultaat is overrompelend: de tenstoonstelling is een spectaculaire parade van gebouwen en vooral ook van nooit gerealiseerde ontwerpen. Uit alle hoeken en gaten van vooral de Westerse wereld heeft het MOCA onveranderlijk prachtige tekeningen, maquettes, foto's, boeken en films bijeen weten te brengen of speciaal voor de tentoonstelling laten vervaardigen. Zo laat een rij mooie houten modellen van wolkenkrabbers zien hoe dit gebouwtype zich heeft ontwikkeld sinds Daniel Burnhams eerste hoge gebouw met een stalen skelet in Chicago. Van Frank Lloyd Wright hangt onder meer een adembenemende maquette van 14 vierkante meter, die hij in 1935 liet maken om te tonen wat zijn Broadacre City inhield. Het is een kolossal, plat ding, waarin wegen, openbare gebouwen en vrijstaande huizen zo zijn weergegeven, dat het, verrassend genoeg, nog het meest lijkt op een late Mondriaan in gedempte kleuren. Ook van Brasilia, de nieuwe hoofdstad van Brazilië die eind jaren vijftig werd gebouwd, is een schitterende maquette aanwezig, evenals van de Grosse Halle van Albert Speer voor Germania, zoals Berlijn nu zou heten als de nazi's de oorlog hadden gewonnen. Om een indruk van de schaal van het immense bouwwerk te geven zijn er ook maquettes van de Rijksdag en de Brandenburger Tor bij gezet.

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de tentoonstellingmakers om een compleet overzicht te geven van de laatste eeuw architectuurgeschiedenis. ,,In plaats hiervan worden belangrijke ogenblikken in de geschiedenis van de eeuw naar voren gebracht als gebundelde analyses, die bepaalde vraagstukken nader moeten belichten'', staat in de inleiding van de catalogus die verder bestaat uit degelijke, leesbare artikelen van gerenommeerde architectuurhistorici als Anthony Vidler en Jean-Louis Cohen. Eenentwintig `belangrijke ogenblikken' hebben de conservatoren van het MOCA vastgesteld, van `Grossplanungen zur Jahrhundertwende' tot `Die Kultur des Spektakels'. Ze worden belicht in even zo vele afdelingen, die min of meer in chronologische volgorde zijn geplaatst.

Op de enerverende, lange tocht door de Keulse kunsthal krijgt de bezoeker niet alleen te maken met gebouwen en ontwerpen van grote namen als Le Corbusier, Aalto, Melnikov, Lutyens, Terragni enzovoort, maar ook met verrassingen van minder bekende architecten. Zoals de woontoren uit 1983 van Charles Correa of het stedenbouwkundig plan van Henri Prost voor Casablanca. Bovendien worden al deze gebouwen en ontwerpen niet gepresenteerd als geïsoleerde hoogtepunten in de laatste eeuw architectuurgeschiedenis, maar worden ze steeds voorzien van de achtergrond waartegen ze ontstonden. Zo gaat de afdeling `Die Welt von Morgen: Die Zukunft des Verkehrs' helemaal over de toekomstvisioenen uit de jaren dertig over de ontwikkeling van het auto-verkeer. Niet alleen de Amerikaanse dromen op de Wereldtentoonstelling in New York in 1939 komen hier aan de orde, maar ook de aanleg van de Duitse Autobahnen door de nazi's. Ook de vermaaksarchitectuur van Disney en Las Vegas, die weinig bijval van critici krijgt maar wel de wereld aan het veroveren is, heeft een heel eigen afdeling gekregen van de tentoonstellingsmakers.

Zoals op elke keuze valt op die van de makers van At the end of the century wel iets af te dingen. Zo kun je je bijvoorbeeld afvragen of de recente hypercomplexe gebouwen van Eric Owen Moss nu werkelijk zo belangrijk zijn of dat ze alleen maar door het MOCA zijn uitverkoren omdat ze, net als het MOCA zelf, in Los Angeles staan. Maar wie na uren kijken bijna duizelig van alle indrukken weer buitenstaat, begrijpt wel waarom Nederland zo slecht vertegenwoordigd is: deze tentoonstelling gaat over `visies' en dromen die de architectuur hebben veranderd. En zo mooi of zo extreem als de Italiaanse futuristen, Duitse expressionisten, Russische constructivisten, Le Corbusier, Albert Speer of de Japanse metabolisten hebben de Nederlandse architecten nooit gedroomd.

Tentoonstelling: At the end of the century – Hundert Jahre gebaute Vision. T/m 3 okt. in Joseph Haubrich Kunsthalle, Joseph Haubrichhof 1, Keulen. Geopend: di-zo 11-18u. Catalogus (336 blz.) DM 54,-